null Beeld

ColumnHans Goslinga

Zelden was de vraag zo urgent: haalt ons politieke bestel 2035?

Hans Goslinga

De historicus Johan Huizinga krijgt misschien toch nog gelijk met zijn voorspelling dat ons partijstelsel hooguit nog honderd jaar stand zou houden. Hij deed die voorspelling in 1935: “Onze staatspartijen zullen als alle aardse dingen veranderen en verdwijnen”, schreef hij in een essay over de Nederlandse geest.

Lange tijd heeft het daar niet naar uit gezien. Het partijbestel leek taaier en veerkrachtiger dan Huizinga verwachtte. In de jaren zestig en zeventig bleek het, zelfs met enig gemak, bestand tegen de verleiding van vormen van directe democratie en andere strategieën om het tot ontploffing te brengen. Tot op de dag van vandaag biedt het een basis voor het vormen van coalitieregeringen.

Toch is zelden eerder de vraag zo urgent geweest of dit bestel, hoe beproefd ook, stand houdt. Haalt het 2035?

Huizinga’s bezwaar tegen het ­partijstelsel zoals het in de negentiende eeuw was opgekomen, was dat het de echte politieke strijd in de weg stond. Die strijd hoorde volgens hem te gaan tussen de drie voornaamste politieke sentimenten in een samenleving: behoudzucht en traditie, hervormingsdrang en vooruitgang en het verlangen naar radicale omverwerping.

Huizinga zag iets over het hoofd: macht

Hij meende dat vooral de christelijke partijen, met hun organisatie op godsdienstige grondslag, die strijd in de weg stonden. Ze hadden met recht en reden gestreden voor een volwaardige positie van protestanten en katholieken in het volks- en staatsleven, maar ze moesten niet willen heersen. “Een christelijke partij is enkel op haar plaats in de verdrukking. Christendom en heerschappij verdragen elkaar nu eenmaal niet.”

Huizinga leek hier toch de machtsfactor over het hoofd te zien, de drijfveer om na een geslaagde emancipatie de touwtjes in handen te nemen en te houden. Gold dat ook niet voor de liberalen, die na hun succesvolle strijd tegen de macht van de koning na 1848 uit naam van de opkomende burgerij hun eigen positie bestendigden en kleine luyden van allerlei kleur nog ruim een halve eeuw op afstand van de macht hielden?

Nog een punt: de ware politieke strijd waar Huizinga naar verlangde, speelde zich in het Nederlandse bestel voor een groot deel binnen de partijen af. Geen partij hier, of er huizen ten minste twee zielen in haar borst.

De fractieleider van de Katholieke Volkspartij in de jaren zestig, Norbert Schmelzer, omschreef zijn opdracht als het onverzoenbare verzoenen, zo groot waren de interne tegenstellingen.

Dat neemt niet weg dat depolitiseren de grondtoon van ons coalitiebestel is geworden: een regeerbaar land, weinig politiek drama.

Twee partijen die de staat droegen, lopen op hun laatste benen

Hoe moet je in dit licht de stand van het bestel waarderen, nu het krachtenveld fragmenteert en twee van de drie partijen die de staat droegen op hun laatste benen lijken te lopen? CDA en PvdA verschrompelen, omdat de oorspronkelijke bindingskracht van hun organisatie is verdampt en pijnlijk duidelijk wordt dat het, zoals Huizinga voorzag, aan een politieke strijdmodus ontbreekt.

Om die reden is het verhogen van de kiesdrempel om de grotere partijen nog wat zetels op een koopje te bezorgen, wel het allerlaatste middel om het bestel te redden.

Is het bestel dan reddeloos verloren? Huizinga zag weliswaar geen lang en gelukkig leven in het verschiet, maar hoe het in een partijloze democratie verder moest, wist hij ook niet. Hij rekende uiteraard wel met de ‘catastrophale wending’ die zich enige jaren later zou voltrekken, maar voorzag dat de democratie zich uiteindelijk weer zou oprichten. Hij kon zich voorstellen dat de ideologische tegenstellingen zouden verflauwen en dat partijen meer naar elkaar zouden groeien.

Het eerste is gebeurd, zeker na de ineenstorting van het communisme in 1989, maar met als gevolg dat de partijpolitieke concurrentie alleen maar is toegenomen, niet zozeer als politieke strijd maar als merkenstrijd. Je moet er niet alleen voor zorgen, sprak de assistent van CDA-leider Balkenende, Jack de Vries, destijds een Britse spindoctor na, dat mensen van Coca Cola gaan houden, maar ook dat ze Pepsi Cola gaan haten.

Het debat viel ten prooi aan gooi-en smijtwerk

De conclusie kan zijn dat als de partijen willen overleven, zij de politiek moeten heruitvinden.

Terwijl essentiële democratische belangen als vrijheid, recht en liefde voor de feiten, zeker in de grote kwesties die nu spelen, de klimaatcrisis en de coronapandemie, om politieke antwoorden schreeuwen, is het debat ten prooi gevallen aan gooi- en smijtwerk.

Sleutelen aan het bestel zal niet veel oplossen, het gaat om het herwinnen van politieke energie en overtuigingskracht. Fusies op het linkse en christelijke erf kunnen helpen, omdat ze dolende partijen dwingen de wezenlijke politieke inzet scherp te formuleren. Die weg is aantrekkelijker om de fragmentatie, als symptoom van gebrek aan focus, tegen te gaan dan een hogere kiesdrempel.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden