Column Welmoed Vlieger

Wordt het boeddhisme in het Westen niet te veel geromantiseerd?

Geen enkele religie heeft het monopolie op vrede. Toch vond ik het boeddhisme altijd aardig in de buurt komen. De Boeddha onderwees een individuele, geweldloze levensweg. Hij moedigde mensen aan hun werk te doen met een zuivere geest en een pad te gaan van compassie en harmonie. Niet zo verwonderlijk dus, dat veel westerse mensen zich aangetrokken voelen tot zijn leer. Het boeddhisme staat hier bekend als een filosofie van tolerantie, zelfbeschikking en vreedzaamheid die ook nog eens een handig tegenwicht biedt tegen typisch moderne klachten als overbelasting, burn-out en stress. Maar wordt het boeddhisme in het Westen niet te veel geromantiseerd?

Die vraag kwam bij mij op toen ik laatst een artikel las in The New York Times over boeddhistische monniken in Myanmar, die een radicale vorm van religieus nationalisme aanhangen. Zij waarschuwen nog altijd voor een islamitische invasie, hoewel minder dan 5 procent van de nationale bevolking moslim is. Onder druk van de nietsontziende etnische zuivering van het leger hebben de meeste moslims het land al lang en breed moeten verlaten. 

Religieuze geschriften

Ook in Thailand treedt de regering al jarenlang keihard op tegen de islamitische minderheid in het zuiden van het land. In Sri Lanka, waar de boeddhisten eveneens de dominante groep vormen, ging vorige maand een invloedrijke boeddhistische monnik in hongerstaking. Het resultaat: alle negen moslimministers in het kabinet traden af. De monnik geloofde dat moslimpolitici medeplichtig waren aan de aanslagen door IS-gerelateerde militanten op kerken en hotels, waarbij met Pasen bijna 300 mensen omkwamen.

Deze gebeurtenissen roepen een meer universele − en ook steeds weer terugkerende − vraag op: bewijst gewelddadig gedrag van religieuze groepen en personen dat de religie die zij aanhangen gewelddadig is? Wat is, in het licht van het mondiale religieuze geweld, eigenlijk de waarde van religieuze teksten? De Britse schrijfster Karen Armstrong kreeg onlangs in een interview in deze krant een vergelijkbare vraag voorgelegd: ‘Helpen de religieuze geschriften ons vooruit?’ Haar antwoord blonk wat mij betreft uit in nuchterheid en eenvoud: “Niet per se. Het is wat je er zelf mee doet. We moeten het kwaad in die teksten herkennen zoals we dat ook in onszelf moeten herkennen. Want we hebben die conflicten tussen goed en kwaad ook in onszelf. Daarom kunnen die teksten ook zo makkelijk worden misbruikt.”

Priesterlijke kasten

Zoals er in de Bijbel geen verantwoording staat voor kruistochten, zo is er ook binnen het boeddhisme of de islam een onderscheid tussen wat er in de geschriften staat en wat er in naam van de geloofsovertuiging beoefend wordt. Wat duidelijk is: zodra de nationale politieke identiteit van een land sterk aan religie gekoppeld is, zoals bijvoorbeeld in Myanmar, Sri Lanka en Thailand, gaat het al snel de verkeerde kant op.

Een element uit het christelijk geloof stelt me gerust: juist Jezus en voor Hem al de joodse profeten Jesaja en Johannes de Doper (‘God kan uit die stenen daar nog kinderen van Abraham maken’) bonden de strijd aan tegen nationalisme. Paulus deed hetzelfde door de wetstraditie te overvleugelen met geloof in de universele waarde van de Opstanding. Dostojevski zag het in zijn beroemde verhaal ‘De Grootinquisiteur’ haarscherp: machthebbers en priesterlijke kasten strijkt hij tegen de haren in. Ik hou me daar maar aan vast.

Filosoof Welmoed Vlieger (1976) studeerde wetenschap van godsdienst en levensbeschouwing, en ook wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hier leest u haar eerdere columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden