Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wordt Abdeslam nu de held van de Franse banlieues?

Opinie

Sylvain Ephimenco

Sylvain Ephimenco. © Trouw
column

Wat ik op die dag deed, weet ik nog precies. Het was 13 november 2015 en ik zocht tevergeefs een parkeerplek op het Haagse Lange Voorhout, waar de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) gevestigd is. 

Ik zou daar gedurende bijna twee uren oreren en vragen van cursisten beantwoorden over de module ‘Cultuurverschillen, Europese en nationale identiteit’. Ik werd bij de NSOB ontvangen door de hoogleraren Paul Scheffer, vooral bekend van zijn essay ‘Het multiculturele drama’, en Paul Frissen, wiens hoofd door een brullende Geert Wilders werd geëist wegens zijn kritiek op de PVV in een radioprogramma. 

Lees verder na de advertentie

Het werd een prettige uitwisseling van ideeën, waarin hoofdzakelijk nationale identiteit, verdraagzaamheid en vrijheid van meningsuiting werden behandeld. Wat ik nog niet wist, is dat op die dag verdraagzaamheid en vrijheid van expressie en genot door een bende bloeddorstige wolven zouden worden verpletterd. In mijn lieve Parijs.

’S avonds werd het donker en rood op de Parijse trottoirs en fauteuils. Het heeft me nog dagen, zo niet weken gekost om mijn emoties te bedwingen

Onmenselijk

Enkele uren later sijpelden de eerste berichten binnen over de massamoord. Verschillende commando’s van jihadisten uit België, Frankrijk en Syrië vermoordden op die avond 130 mensen die op terrassen een drankje nuttigden of in de Bataclan een concert bijwoonden. De schok was bijna onmenselijk. Niet alleen omdat ik familieleden en kennissen had in de Franse hoofdstad, maar ook omdat ik de buurten van de diverse aanslagen goed kende. 

Gedurende twaalf jaar had ik regelmatig in de Rue Béranger vergaderd, bij mijn toenmalige werkgever dagblad Libération, op nog geen 700 meter van concertzaal de Bataclan. Het had een mooie dag moeten zijn, waar eerder in Den Haag over vrijheid en tolerantie was gesproken. Maar het werd ’s avonds donker en rood op de Parijse trottoirs en fauteuils. Het heeft me daarna nog dagen, zo niet weken gekost om mijn emoties te bedwingen.

Niet bang voor u

Gisteren verscheen in een beklaagdenbank in Brussel de laatste nog levende aanslagpleger. Salah ­Abdeslam had tegen zijn ondervragers twee jaar lang gezwegen. Men verwachtte dat hij zich ook in stilte zou hullen tijdens dat eerste deel van zijn proces in België. Toch stemde hij toe om aanwezig te zijn in Brussel. Sinds gisteren is duidelijk waarom. 

Hij weigerde op te staan voor de rechtbankvoorzitter en informatie te geven over het vuurgevecht bij zijn arrestatie of de aanslagen in Parijs. Anders dan gisteren werd gesuggereerd is de houding en zijn de schaarse woorden van Abdeslam geen provocatie. Het is een statement richting zijn moslimse geestverwanten, voorlopig een minderheid, die hij vooral onder de Europese jeugd hoopt te bereiken. 

“Ik ben niet bang voor u en uw bondgenoten”, zei hij alvorens zijn belangrijkste boodschap te verspreiden: “Moslims worden op een meedogenloze manier behandeld en berecht, zonder respect voor het onschuldigheidsbeginsel. Mijn vertrouwen gaat naar mijn Heer. Berecht me, mijn vertrouwen geef ik aan Allah.” De vraag is of Abdeslam nu de held van de Franse banlieues wordt.

Lees hier meer columns van Ephimenco.

Lees ook:
Meer over het zwijgen van Abdeslam op zijn eerste procesdag.

Deel dit artikel

’S avonds werd het donker en rood op de Parijse trottoirs en fauteuils. Het heeft me nog dagen, zo niet weken gekost om mijn emoties te bedwingen