Opinie

Worden schrijffouten net zo gewoon als onkruid?

Monic Slingerland Beeld Leo Lanser

Jaar in jaar uit heb ik het hardop verbeterd, aan tafel. Tot de kinderen het zelf deden. Na zoiets als: “Hij is net zo groot als mij.” klonk het steevast heel hard van twee kanten “...als ík.”

Klachten over slechte taalbeheersing zijn van alle tijden. Toch kan het ook waar zijn dat er echt iets ernstig mis is met kennis en vaardigheden van jongeren van nu om foutloos Nederlands te schrijven. Want is het toeval dat de studie Nederlands zo weinig ­populair is? Hier op de opinieredactie merken we trouwens dat het zeker niet alleen jongeren zijn die het niet zo nauw nemen met de d’s en de t’s. Ook hoogleraren, advocaten en directeuren sturen teksten in met foutjes. Die wij er dan met liefde uithalen.

En jazeker, ook in teksten van ons ­redacteuren zitten taalkundige oneffenheden, of soms enormiteiten, waar je je dan als krant voor schaamt.Slechte spelling is als onkruid: je komt het op de meest ongewenste plaatsen tegen. In sollicitatiebrieven, op websites over net gedrag, op krantenpagina’s, in brieven van overheidsinstanties, in brieven van kerken.

Taalpuristen krijgen er pukkeltjes van, maar je kunt ook zeggen dat de bedoeling van de auteurs heus wel duidelijk is, ondanks die ‘t’ te veel of te weinig, of die ‘ou’ in plaats van ‘au’. En daar gaat het om bij taal. Het is een communicatiemiddel, geen wedstrijd in perfectie.

Whatapp helpt niet

Of zegt de verwisseling van lange of korte ij/ei toch wel iets over de ­instelling van de schrijver? Is het ­iemand die slordig is, onbetrouwbaar misschien? Of iemand die te weinig aandacht heeft voor de omgeving, die te snel overal doorheen jast?

En dat whatsappen helpt ook niet om goed te spellen. Dat is dan wel iets relatief nieuws, iets waar de vorige generaties geen last van hadden. Schrijven in ­afkortingen, snelle krabbels die de spellingsvoorspeller overneemt, het werpt zijn schaduw over het schrijven van een sollicitatiebrief of een ­column. Ook in boeken komen fouten voor, spelfouten, grammaticale fouten. Lezers wijzen ons telkens weer op foutjes in de krant. Foutjes die wij zelf hadden moeten zien en hadden kunnen zien.

Ik durf nooit met zekerheid te zeggen dat dingen nu erger of slechter zijn dan vroeger, hetzij over omgangsvormen of over fouten in de grammatica. Weten we nog precies hoe foutloos onze tantes of oudtantes schreven op de ansichtkaarten die ze stuurden of in de recepten die ze aan elkaar gaven? Waren de dagboeken van de jaren twintig, dertig of zestig, waarin de ­auteurs onbespied schreven, foutloos?

Cultuurpessimisten zeggen dat jongeren van nu echt slechter in spelling zijn dan vorige generaties. De verklaringen liggen voor de hand: slecht taalonderwijs, vooral in het voortgezet onderwijs, en de snelheid van de sociale media met een eigen taalgebruik, met korte kreten en afkortingen.

Ik moet soms erg lachen om het ­onnavolgbare taalgebruik in de appjes die ik weleens krijg van 16-jarigen. Ze zijn alleen wel als serieuze mededeling bedoeld, blijkt achteraf.

Wat is uw indruk: verdwijnt de kennis van grammatica? Stuur uw reactie van circa 150 woorden uiterlijk dinsdag 12 uur naar ­lezers@trouw.nl, voorzien van naam en adres. Een keuze uit de antwoorden verschijnt woensdag.

Vraag van Monic

Monic Slingerland is chef opinie van Trouw. Elk weekend stelt ze een vraag aan de lezers, op woensdag verschijnt een selectie van de antwoorden. Lees hier ons hele dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden