Column Stevo Akkerman

Wilders heeft zijn proces allang gewonnen

Direct nadat Geert Wilders in maart 2014 op een Haagse markt had geroepen dat hij ‘minder Marokkanen’ wilde, bekropen hem de twijfels. Volgens betrokkenen die in verschillende media aan het woord kwamen, vroeg de PVV-leider in kleine kring: “Had ik dit wel moeten doen?” Maar zijn adjudant Martin Bosma spoorde hem aan er nog een schepje bovenop te doen en een week later, op de verkiezingsavond, wist een vooraf geïnstrueerde zaal wel wat het juiste antwoord was toen Wilders vroeg of men meer of minder Marokkanen wilde.

Nogal niet niks: de leider van wat toen de tweede partij van het land was, riep publiekelijk op tot het reduceren van een bepaald soort mensen. Had hij niet de Marokkanen genoemd, maar Turken, Venloërs, Surinamers, Barnevelders, Joden, Amsterdammers, hindoes, handballers of Somaliërs – het was even laag-bij-de-gronds geweest. Maar was het ook strafbaar? Daar viel over te twisten, en daar werd ook driftig over getwist, niet in de laatste plaats binnen het Openbaar Ministerie. Maar op 10 september 2014 maakte het College van procureurs-generaal bekend dat Wilders zou worden vervolgd, en in 2016 werd hij schuldig bevonden aan groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie, zij het zonder strafoplegging. Zowel Wilders als het OM gingen in hoger beroep.

Wat de minister allemaal wist, doet er nauwelijks nog toe

Gezien de twijfels over de juridische haalbaarheid van deze zaak, kun je je afvragen of het OM er niet beter aan had gedaan de bestrijding van Wilders’ woorden aan zijn politieke opponenten over te laten. Maar hoe dan ook, het was duidelijk dat het OM uiterst behoedzaam zou moeten opereren. Wilders zou reppen van een politiek proces, geef hem eens ongelijk, en hij zou alles doen om het OM af te schilderen als een gewillig instrument van de zittende macht. De Telegraaf citeerde een mail van hem aan een medewerker, die hij opdroeg de doopceel van de officieren van justitie volledig te lichten: “Wil alles van ze weten, heden, verleden, politieke affiniteit, lidmaatschappen hockeyclub, eerdere zaken die ze behandeld hebben, schoonmoeders die ze hebben, de hele santenkraam.” We weten nu dat hij zich die moeite had kunnen besparen. Het waren geen schoonmoeders die de aanklagers kwetsbaar maakten, het waren hun collega’s van het ministerie van justitie en veiligheid.

Konden zij het niet opbrengen uit rechtsstatelijke zuiverheid weg te blijven van dit proces, dan hadden ze het uit doordeweekse verstandigheid moeten doen; alle schijn van een politiek proces had vermeden moeten worden. In plaats daarvan voerden topambtenaren overleg over de beste aanpak in deze zaak, waarbij zelfs de vraag op tafel kwam of ze ook dit keer het requisitoir vooraf konden inzien en van commentaar voorzien – blijkbaar gebeurt dat vaker. Tot zover de onafhankelijkheid van het OM.

Of de ambtelijke aanwijzingen wel of niet bij de betrokken officieren van justitie terecht zijn gekomen en wat de minister allemaal wist, doet er nauwelijks nog toe. Over de hatelijke woorden van Wilders gaat het niet meer, hij heeft dit proces allang gewonnen.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden