Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wild op de Veluwe is slechter af dan in de Oostvaardersplassen

Opinie

Jozef Keulartz

Een zwijn op de Veluwe. © ANP
Opinie

Op de Veluwe geeft het afschotbeleid meer reden tot woede dan in de Oostvaardersplassen, stelt Jozef Keulartz. Hij is milieufilosoof en voorzitter van de Stichting Natuurlijke Processen.

In het artikel 'En die andere grote grazers dan?' (Trouw, 6 maart) wordt het wildbeheer in de Oostvaardersplassen vergeleken met dat in andere natuurterreinen, waaronder de Veluwe. Op de Veluwe worden de dieren niet afgeschoten wanneer ze op de rand van de hongerdood staan, zo lezen we, maar om schade door wildvraat en verkeersongelukken te voorkomen. Dieren die na aanrijding gewond zijn, worden afgeschoten. "Dat is dan ook het enige onnodige lijden waar op de Veluwe op geanticipeerd wordt", aldus Imke Boerma van Staatsbosbeheer. Anders dan in de Oostvaardersplassen vindt er op de Veluwe geen preventief afschot plaats van dieren die van honger sterven.

Lees verder na de advertentie
De sociale organisatie van overgebleven dieren wordt letterlijk aan flarden geschoten

Dit verhaal geeft een vertekend beeld, vooral omdat het geen gewag maakt van de afschotpercentages die op de Veluwe gebruikelijk zijn. Omdat de schade toeneemt naarmate er meer dieren in een gebied zijn, wordt de dichtheid van wildpopulaties via afschot teruggebracht naar een niveau dat aanvaardbaar is voor land- en bosbouwers, particuliere grondbezitters en andere belangengroepen. Dat wordt ook wel de 'maatschappelijke draagkracht' genoemd. Bij de maatschappelijke bepaalde zogeheten 'doelstanden' gaat het om extreem lage dichtheden: voor edelhert en wild zwijn zijn doelstanden van 2 à 3 dieren per 100 hectare allerminst ongebruikelijk. Om die te bereiken worden jaarlijks enorme aantallen dieren afgeschoten. Afschotpercentages van 60 à 70 procent voor edelherten en van 80 à 90 procent voor zwijnen komen regelmatig voor. Van de 6000 zwijnen die momenteel in het gebied aanwezig zijn, moeten er 5000 worden afgeschoten. Bij zulke afschotpercentages is er natuurlijk nooit gebrek aan voedsel.

Vreemd genoeg roept dit 'proactief' afschotbeleid veel minder verzet en afkeer op dan het 'reactief' afschotbeleid dat in de Oostvaardersplassen gevoerd wordt om onnodig lijden van stervende dieren te voorkomen. Telkens weer wordt dit reactief afschotbeleid afgeschilderd als een schandalig experiment waarbij men dieren bewust laat verhongeren. En dat terwijl het langjarig gemiddelde afschotpercentage voor alle dieren in de Oostvaardersplassen samen circa 25 procent bedraagt.

Niet alleen worden er op de Veluwe ongelooflijke aantallen gezonde dieren afgeschoten, maar wordt ook het welzijn van de overgebleven dieren ernstig aangetast, omdat hun sociale organisatie letterlijk aan flarden geschoten wordt. Dat blijkt ook uit de gemiddelde levensverwachting van de overgebleven dieren, een belangrijke indicator van dierenwelzijn. De edelherten op de Veluwe leven maar half zo lang als die in de Oostvaardersplassen. En wilde zwijnen worden door intensieve bejaging niet ouder dan 4 jaar, terwijl ze in het wild circa 9 jaar oud worden. Laat de 'volkswoede' zich daarop richten.

Grootschalige bejaging werkt averechts en leidt tot een hoge re­pro­duc­tie­snel­heid van de dieren

De grootschalige jacht stelt bovendien alle natuurlijke mechanismen buiten werking die wilde dieren in de loop van de evolutie hebben ontwikkeld om met voedseltekorten om te gaan. Zo hebben herten in de winter een 'verborgen winterslaap'. Wanneer zij niet gestoord of bijgevoerd worden, daalt hun lichaamstemperatuur tot 15 graden Celsius, waardoor hun energiegebruik gehalveerd wordt, en ze dus met veel minder voedsel toekunnen.

Een ander natuurlijk proces, dat door grootschalige jacht ondermijnd wordt, is de vermindering van de vruchtbaarheid van vrouwtjes als gevolg van vermagering. Ze slaan dan een of twee jaar over met het krijgen van een jong. Hierdoor krimpt de populatie en is er weer meer voedsel beschikbaar. Grootschalige bejaging werkt averechts en leidt tot een hoge reproductiesnelheid van de dieren. Wilde zwijnen op de Veluwe brengen vier keer meer biggen voort dan onder natuurlijke omstandigheden. En Veluwse herten produceren gemiddeld 1 tot 1,5 kalfje per hinde, tegenover 0,6 in de Oostvaardersplassen. Het is kortom 'dweilen met de kraan open'.

Lees ook: En al die andere grote grazers in Nederland dan? Laten sterven of bijvoeren?


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

De sociale organisatie van overgebleven dieren wordt letterlijk aan flarden geschoten

Grootschalige bejaging werkt averechts en leidt tot een hoge re­pro­duc­tie­snel­heid van de dieren