column

Wij zíjn ons verleden, en tegelijk verraadt het ons

Ger GrootBeeld Trouw

Archieven, dagboeken, oude brieven en herinneringen: het verleden hangt over ons heen als een zwaard van Damocles. Zoals nu weer met de zaak-Kristeva.

De avond ervoor had een goede vriend nog verteld hoe hij naast Julia Kristeva had gezeten tijdens de uitvaart van de Franse historicus en filosoof Michel de Certeau. Dat was niet niks: voor meer dan één generatie was Kristeva een even flamboyante als indrukwekkende denker, schrijfster en intellectueel geweest. Vierentwintig uur later zag ik haar op een Twitterbericht omschreven worden als een agente van de geheime dienst van Bulgarije, het land van waaruit zij in het midden van de jaren ’60 naar Parijs gekomen was. De daaropvolgende dag kwamen ook gerenommeerde nieuwsorganen als Reuters, de New York Times, The Guardian met het bericht.

Veel valt daaruit niet af te leiden. Ook die nieuwsbronnen zelf moesten het kennelijk stellen met uiterst minieme feiten. Ze schrijven allemaal bijna letterlijk hetzelfde. Een Bulgaarse commissie die de archieven van de geheime diensten uit de communistische tijd uitspit om voormalige collaborateurs te ontmaskeren, zou op de naam van Kristeva zijn gestoten – of liever: op haar codenaam Sabina. Ze zou in 1971 zijn aangeworven als wat in de DDR in die tijd een ‘IM’ (inoffizieller Mitarbeiter) heette. Wat ze precies gedaan heeft, welke inlichtingen ze zou hebben gegeven, of ze mensen zou hebben verraden en hoe lang dat zou zijn doorgegaan blijft in het duister.

In 1971 was Julia Kristeva een snel rijzende ster aan het firmament van ‘Tout Paris’. Twee jaar eerder had ze een bundel opstellen over literatuur en teksttheorie gepubliceerd die op alle leeslijsten in het oog sprong vanwege de in het Grieks geschreven titel: SÈMEIOOTIKÈ. Ze bewoog zich in kringen van Roland Barthes, Jacques Derrida en haar latere echtgenoot Philippe Sollers. Haar enigszins oriëntaalse schoonheid liet – zo zou de filosoof Samuel IJsseling jaren later vertellen – weinigen onberoerd.

Kristeva werd in de jaren zeventig kortstondig begoocheld door het maoïstische China, waaraan ze als vooraanstaand intellectueel een bezoek bracht. Ze verbreedde haar terrein tot dat van de psychoanalyse en schreef enkele romans; de sleutelroman Les Samouraïs moest voor haar ‘structuralistische’ generatie doen wat De mandarijnen van Simone de Beauvoir voor de existentialisten had gedaan. En ze werd een feministisch boegbeeld: in Nederland de voornaamste sokkel van haar reputatie.

Wat is er gebeurd?

Maar wat was er in 1971 precies gebeurd? Ís er wel iets gebeurd? Zelf heeft Kristeva dat inmiddels ontkend – maar dat zou ik ook doen. Dat de geheime diensten uit het Oostblok meedogenloos te werk gingen om iemand naar hun hand te zetten is geen geheim. Werd zij gechanteerd, misschien met haar in Bulgarije achtergebleven familie? Of zijn de berichten die nu ginds worden verspreid op hun beurt een wraakneming voor God mag weten wat of een poging om haar te beschadigen, zoals Kristeva nu beweert? Een reputatie, zo weten we inmiddels, is met een paar goed gemikte tweets en wat in elkaar geflanste persberichten gemakkelijk te ruïneren.

Zo strijdt de twijfel vooralsnog met de ontluistering in mijn gemoed, nog maar net bekomen van de ontdekking dat de jonge Lucebert ooit in de ban van het nazisme was geweest. Dat Kristeva uit eigen overtuiging en initiatief met de sinistere Bulgaarse dienst in contact kwam lijkt me uitgesloten. Dat uitgeoefende druk haar – minstens voor enige tijd – dwong tot een dubbelbestaan niet. Maar de pijnlijke vragen komen in alle gevallen op hetzelfde neer: wat moeten wij aan met een oeuvre dat óók een morele stem wil zijn, en waarover nu de schaduw van de verdenking hangt?

Wie nog meer?

Die verdenking strekt zich veel verder uit dan de zaak-Kristeva alleen. Hoeveel verrassingen staan ons nog te wachten, nu langzaamaan de geheime archieven in de voormalige communistische staten open gaan? Je moet er niet aan denken dat daarbij ook de naam zou opduiken van Tzvetan Todorov, die net iets eerder dan Kristeva vanuit Bulgarije naar Parijs kwam en zich daar van literatuurtheoreticus zou ontwikkelen tot een indrukwekkend humanist. Ook in Nederland werd hij vertaald en onderscheiden met de Spinozalens. Hij overleed ruim een jaar geleden.

Archieven, dagboeken, oude brieven en herinneringen: het verleden hangt over ons heen als een zwaard van Damocles. Wij zíjn ons verleden – en tegelijk verraadt het ons, want wij zijn níet meer wat wij ooit waren en de dingen betekenden misschien iets heel anders dan nu. Het enige wat spijkerhard lijkt te zijn is ons snelle oordeel, en juist dat kan wel wat meer onzekerheid gebruiken. Net als onze neiging tot verheerlijking – want zelfs de meest exemplarische reputatie heeft haar schaduwzijden, zoals elk oordeel zijn grijze zones.

Lees hier meer columns van Ger Groot

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden