null Beeld

ColumnEsther van Fenema

Wij Nederlanders kunnen niet goed omgaan met woede

Esther van Fenema

Bosbranden in Zuid-­Europa, kolkende watermassa’s, woedende ­menigten die de longen uit hun lijf schreeuwen en jongeren die elkaar ernstig mishandelen.

De samenleving verkeert in razernij. Maar woede vinden we lastig in onze ‘gedomesticeerde’ samenleving.

We proberen ­deze emotie te vermijden door ‘het gesprek aan te gaan’ en net zo lang te polderen totdat we niet meer weten ­waarom we ook alweer boos ­waren.

Het verdragen van woede vinden we moeilijk

Als woede langdurig of ­destructief wordt of zich richt op onschuldigen en tot haat, mishandeling of doodslag leidt hebben we te maken met de hoofdzonde Ira of toorn.

Uitsluitend God mag toornig zijn als gerechtvaardigde reactie op menselijke zonde en ongehoorzaamheid. Zonder zijn toorn zou de wereld ten onder gaan aan onverschilligheid.

Als psychiater zie ik veel patiënten die in de knoop zitten met woede. Bijvoorbeeld als je uit je stekker gaat door een verkeerde opmerking van je partner waardoor je brein weer in de ‘kinderstand’ schiet en je je net als toen niet serieus genomen voelt. Of mensen die geleerd hebben dat woede een verboden emotie is ­waardoor ze het wegstoppen. Vaak krijgen ze te maken met angst, somberheid of onbegrepen lichamelijke klachten.

Het verdragen van woede vinden we moeilijk omdat we bang zijn voor controleverlies of ‘om in duizend stukjes uit elkaar te spatten’, zoals een patiënt ooit zei.

De 93-jarige Amerikaanse psychologe Edith Eger overleefde de Holocaust en heeft recht van spreken als ze zegt: “Er is geen vergeving zonder woede. Je mag knoflook niet met chocolade bedekken en je kunt niet genezen wat je niet voelt.”

Misschien zijn we doorgeschoten in maakbaarheidsdenken

Zeker sinds corona zijn velen in onze samenleving woedend. Ze ­hebben het gevoel dat er niet naar ze wordt geluisterd, ze niet serieus­ ­worden genomen en dat ze er niet toe doen.

Maar diezelfde mensen moeten zich wel gehoorzaam aan alle maatregelen houden, soms met grote ­gevolgen voor hun bestaanszekerheid.

Kinderen opvoeden zonder ze ruimte te bieden om hun woede te uiten, leidt tot gefrustreerde en toornige volwassenen. Onze overheid ­gedraagt zich ook nog eens als ­ouders die niet in staat zijn om hun tekortkomingen toe te geven, waardoor de razernij nog verder ­oploopt.

Of jongeren zoals de Gooise kopschoppers, die de grenzen van hun woede en agressie niet lijken te ­kennen. Je vraagt je af of er tijdens hun opvoeding voldoende aandacht was voor deze emotie binnen een veilige context en met voldoende ­autoriteit.

We verdragen als samenleving ­gezonde woede niet goed, waardoor zij ondergronds gaat en zich op ­onverwachte momenten heftig en oncontroleerbaar manifesteert.

Misschien zijn we doorgeschoten in maakbaarheidsdenken of in de ­behoefte grip te houden. Misschien zijn we zo geschrokken van de haat die tachtig jaar geleden zoveel slachtoffers kon maken, dat we onze woede wantrouwen waardoor de hoofdzonde juist op de loer ligt.

Psychiater en auteur Esther van Fenema valt deze zomer in als ­columnist.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden