ColumnStevo Akkerman

Wij moeten iets met wat onze voorgangers hebben achtergelaten

Als excuses meer waarde krijgen naarmate ze langer worden uitgesteld, want het gaat dus niet om zomaar wat, kan Indonesië tevreden zijn. Jaren van delibereren, aarzelen, inslikken, mompelen en stotteren gingen voorbij voordat Willem-Alexander gisteren in het presidentieel paleis van Bogor zijn excuses kon overbrengen voor ‘de geweldsontsporing aan Nederlandse zijde’ na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring van augustus 1945.

Beatrix had dat in 1995 al willen doen, maar toen mocht het niet van premier Wim Kok. En ook ditmaal, bij het staatsbezoek van Willem-Alexander en Máxima, werd het niet verwacht. Er loopt nog een onderzoek naar de ‘onafhankelijkheid, dekolonisatie en geweld in Indonesië 1940-1950’, de regering had zich daar gemakkelijk achter kunnen verschuilen. Maar blijkbaar is, historisch gesproken, het seizoen van de verontschuldigingen aangebroken voor de fouten uit de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan. In januari bood premier Rutte al opeens excuses aan voor het tekortschieten van de overheid tijdens de Jodenvervolging, iets wat hij eerder niet wilde doen.

Ik zie het de negentiende-eeuwse machthebbers nog niet doen

Het lijkt me niet erg gewaagd te veronderstellen dat een zich verontschuldigende overheid een relatief nieuw verschijnsel is. Ik zie het de negentiende-eeuwse machthebbers nog niet doen, laat staan hun soortgenoten uit vroeger tijden. Maar ik bedoel niet dat wij ons dus ten onrechte verheffen boven ons voorgeslacht en ook niet dat wij onszelf naar beneden halen – wij leven in andere tijden, wij doen dingen anders, op grond van andere ideeën over de verhouding tussen overheid en onderdanen, die wij liever burgers noemen. En dat is uitstekend.

Bovendien valt het ons nog behoorlijk zwaar verantwoordelijkheid te erkennen, getuige het geworstel met allerlei ballast, van de slavernij tot de kille ontvangst van de Holocaust-overlevenden en van de omgang met de Molukkers tot de erfenis van Srebrenica. Ook in de verhouding met Indonesië blijkt dit steeds weer. Er werd altijd al van alles betreurd, maar intussen verzet de staat zich in rechtszaken tegen schadevergoeding aan slachtoffers van Nederlands militair geweld en blijft juridische erkenning van de Indonesische onafhankelijkheidsdatum uit.

Het is niet dat u en ik schuldig zijn aan wat anderen in vroeger tijden hebben gedaan

Ik heb het hier over ‘wij’ en ‘ons’, dat gaat vanzelf en illustreert precies hoe het werkt. Het is niet dat u en ik schuldig zijn aan wat anderen in vroeger tijden hebben gedaan. Maar wij moeten als collectief wel iets met wat onze voorgangers hebben achtergelaten – een land is nu eenmaal een ding dat blijft voortbestaan en dat aangesproken blijft worden, over generaties heen.

Anders gezegd: als iemand als Abdul Halik bij ons aanklopt, kunnen we de deur niet zomaar dichtslaan. Halik deed deze week in NRC zijn verhaal: in 1947, toen hij negen jaar oud was, werd zijn vader in het zuiden van Sulawesi geëxecuteerd door een Nederlandse soldaat. Hij schreef brieven aan de koning en aan de premier, maar kreeg nooit antwoord. Mijn schuld is dat niet, maar ik ben Nederlander genoeg om te willen dat ook hij excuus krijgt.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden