ColumnHans Goslinga

Wiegel ruikt kansen: D66 eruit, Forum erin

Nederland was politiek een driestromenland, met de christen-democraten in het midden die afwisselend met rechts en links regeerden. Het leek een natuurlijke orde, al heeft die orde feitelijk maar zestig jaar bestaan, van 1933 tot 1994. Dat wil niet zeggen dat de reflexen uit die tijd zijn verdwenen. Kijk naar Hans Wiegel, de oude liberale vos, die op rechts de passie preekt met geen ander doel dan de vorming van een centrum-rechts kabinet. Met zijn vertrouwde middel, de stroopkwast, bewerkt hij nu, een jaar voor de volgende Kamerverkiezingen, zowel het CDA als ‘de club van Thierry’ om die mogelijkheid tot een reële te maken. Wiegel ziet geen politieke belemmeringen voor zo’n coalitie. Voor hem is de beslissende vraag of je met een partij afspraken kunt maken.

Vanuit deze grondhouding timmerde hij in 2011 als informateur in Noord-Brabant een voor onmogelijk gehouden provinciebestuur in elkaar van VVD, CDA en SP. Voor de socialisten was dat een doorbraak in bestuurlijk Nederland op provincieniveau. Hij herhaalde zo’n kunststukje twee jaar terug in Den Haag, waar hij de populistische groep-De Mos in een coalitie samenbracht met VVD, D66 en GroenLinks. Zijn poging om vorig jaar in Zuid-Holland een college te vormen met het Forum voor Democratie naast VVD, CDA en klein-christelijk strandde op een ‘njet’ van de ChristenUnie.

In Baudet herkent Wiegel zichzelf

Waarom is het van belang de overwegingen van Wiegel voor het voetlicht te halen? In de eerste plaats vanwege zijn fijn afgestelde neus, die ruikt dat de kans op een centrum-rechtse coalitie reëel is, ook al zou zo’n coalitie politiek anders geladen zijn dan in de jaren zeventig en tachtig. Daarbij weet hij dat het CDA liever over rechts dan over links regeert. Ten tweede, Wiegel is nog het enige lid van de VVD dat het politieke spel speelt. De rest van de partij lijkt murw geregeerd na tien jaar Rutte. Vanuit de fractie en de partij hoor je nauwelijks iets. Dat de politiek ook spel is, dat met ernst moet worden gespeeld, ­weten op het Binnenhof nog maar weinigen. De verbetenheid ­regeert. De gedachte dat de politiek theater nodig heeft, in de beste zin van het woord, om posities te verhelderen en een relativerende toets aan te brengen, ging verloren – misschien wel sinds de moorden op Fortuyn en ­Van Gogh.

Voor mij was een wijze les de opvoering van de tragedie ‘Antigone’ in een Grieks openluchttheater, waar de vrouwelijke toeschouwers de ­koningsdochter hartstochtelijk aanmoedigden in het heftige politieke ­gevecht met haar vader. Mijn veronderstelling is dat Wiegel in Baudet veel herkent van zichzelf, toen hij in de jaren zeventig – tegen de stroom in en door progressief Nederland verguisd als demagoog – heersende taboes doorbrak, zoals het misbruik van sociale uitkeringen. Het heeft de PvdA zeker vijftien jaar gekost, alvorens het inzicht doorbrak dat dit misbruik inderdaad fnuikend was voor de solidariteit. Punt voor Wiegel.

De PVV

Een wezenlijk verschil met toen is dat de ­polarisatie destijds meer betrekking had op zaken dan de polarisatie nu, die mensen rechtstreeks raakt in hun bestaansruimte en daarom giftiger is, en bedreigend voor de verhoudingen in een democratie. Het kostte het CDA in 1977 onder Van Agt weinig moeite de draai van Den Uyl naar Wiegel te maken. Vergelijk dat eens met de weerstand in 2010 om de samenwerking met de PVV aan te gaan en nu om op provincieniveau zaken te doen met Forum.

Wiegel moedigde afgelopen zondag in het tv-programma ‘WNL op Zondag’ deze nog niet beproefde ­samenwerking in Brabant aan en prees de lijn van CDA-fractieleider Pieter Heerma geen enkele partij uit te sluiten. Mogelijk onderschat hij hoe een pact met populisten aan de existentie van de christen-democratie raakt, maar voelt hij wel aan dat Brabant trendsettend kan zijn voor de landelijke gang der dingen. Hij zinspeelde daar al op: D66 eruit, Forum erin. Het laat zich raden waarom Wiegel hier een voorstander van is. Zijn partij zou daarmee in staat zijn het zogenoemde ‘gat op rechts’ te dichten, dat door de samenwerking met links steeds groter is geworden. Het zou in zekere zin herstel betekenen van de oude orde, die samenwerking tussen links en rechts uitsloot.

Wiegel was in 1994 tegen paars, omdat een coalitie met de PvdA zijn partij van haar natuurlijke positie zou losmaken. Niet slecht gezien ook. Maar als we de politiek weglaten en louter kijken door de bestuurlijke bril die Heerma en Wiegel tegenwoordig zo graag opzetten, is het dan, nog afgezien van hun donkere kanten, zo verstandig weer met populisten in zee te gaan? Het is al twee keer eerder, in 2002 met de LPF en in 2012 met de PVV, faliekant mislukt. Daar zit een zwak punt. De populisten bedrijven wel politiek, maar naar hun aard zijn ze, anders dan Wiegel in zijn glorie­dagen, niet in staat hun macht om te zetten in bestuurlijk handelen.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden