Column Strand

Wie op het Marokkaanse strand de baas is, staat zijn mannetje

Het Marokkaanse strand is de snelkookpan van de maatschappij. Men zit met elkaar opgescheept op een paar vierkante meters zand, waar iedereen met ijzeren wilskracht zijn best doet de ander te negeren, al is negeren onmogelijk omdat iedereen elkaar zand in de ogen strooit. Toch neem ik Amber mee naar het strandje van Tanger. Het hoort bij de opvoeding.

Marqala, zo heet het strandje, is grondig onder handen genomen. Het riool dat op het strand uitkwam, is afgesloten, weg is de geur van bederf. Vanaf de autoweg is een brede stenen trap aangelegd; er zijn kleedkamers en er zijn douches en er zijn badmeesters. Voor Marokkaanse begrippen is het bijna griezelig volmaakt. Om bij het strand te komen, moet ik de autoweg oversteken. De auto’s zijn niet het probleem, wel de scooter rijdende jongeren die hun opgekropte energie en frustratie omzetten in kneiterhard, met een voorwiel omhoog, blind over de weg racen.

Loeren 

Aangekomen bij het strandje, zie ik dat samen met mij duizend andere Marokkanen hebben besloten dat dit de beste plek op aarde is. Een groepje gespierde en geoliede jongens zit knus met een hasjpijp in de hand te loeren naar al het vrouwelijk schoon. We nestelen ons tussen twee families. Een van de jochies pakt zonder te vragen Amber’s schepje en begint er een gat mee te graven. Ik prik de parasol in het zand. Het feest kan beginnen.

We zijn omringd door kinderen en hun moeders, grootmoeders en overgrootmoeders. Hier en daar een vader. De hedonistische lichaamscultuur is hier afwezig. Schaamte over het ontberen van het perfecte lichaam is hier niet aan de orde. Iedereen gaat het water in: gesluierd of ongesluierd, met nikab of met losse haren. Jonge vrouwen in lange, kleurige jurken strompelen na het ravotten het water uit, het maakt op mij de indruk van conceptueel ballet. Jongens en meisjes flirten met elkaar. Amber dobbert op de golven. Op mijn mobiele telefoon lees ik de polemieken over het Marokkaanse strand. Want van wie is dat strand nou eigenlijk? In ieder geval niet meer van de ambulante strandstoelenverkopers, die volgens critici met hun illegale handel de beste plekjes op het strand inpikten. Wie betaalt, bepaalt. De overheid heeft daaraan paal en perk gesteld Een andere polemiek gaat over de kledingetiquette. Kleedregels niet voor de man, wel voor de vrouw. De jongens die in zwembroek het water en strand onveilig maken lopen op hun dooie gemak in diezelfde zwembroek terug naar hun huis in de oude stad. Ook daar verbaast Amber zich over. “Waarom lopen de jongens hier in hun blootje, papa?” “Vrijheid, Amber.”

Vreemdelingen

Op Facebook gaat het over verval van zeden op de stranden van Tanger. Over een mooi strand buiten de stad wordt gezegd dat het prachtig is, “alleen jammer dat het is verpest door al die vrouwelijke zonaanbidders uit Rabat en Casablanca. Wij zouden dat nooit doen.” De vreemdelingen hebben het weer gedaan. De vraag die onder de polemiek ligt, is of het niet tijd wordt voor afgescheiden stranden, waar ook vrouwen hun lichaam kunnen prijsgeven aan de minnaar van ons allen, de zon. Deze vraag is echter taboe. Het strand is van iedereen, het individu is niemand.

Na een twee uurtjes vind ik het welletjes. Amber wil niet weg. Gehypnotiseerd door de golven. “Ik blijf, papa.” Ze heeft het al jong begrepen: wie op het Marokkaanse strand de baas is, staat zijn mannetje.

Abdelkader Benali (1975) is schrijver. In 1996 debuteerde hij met ‘Bruiloft aan zee’, in 2003 won hij de Libris Literatuur Prijs voor zijn Roman De Langverwachte. Om de week schrijft hij voor Trouw een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden