Column Rob Schouten

Wie ontfermt zich nog over je na de middelbare school?

Ik heb mijn leven lang (en nu ik vijfenzestig ben kan ik dat rustig zeggen) leermeesters gezocht en gevonden. Na je ouders en de middelbare school moet je immers nog een heel eind verder opgevoed worden, maar wie ontfermt zich dan nog over je? Je lijkt het opeens allemaal in je eentje te moeten doen.

Het waren zeker geen zelfbenoemde mentoren, sommigen van hen zullen niet eens geweten hebben dat ze mij ergens naartoe gidsten. Dat geldt natuurlijk voor de groten wier teksten ik leeg slurpte ten einde een vollediger mens te worden: Vestdijk, Sartre, Montaigne, Thomas Mann, te groot en te hoog om mij te zien natuurlijk en bovendien dood, maar ik zag hén maar al te goed boven mij uit torenen, maar toch niet zo onneembaar hoog dat ik me niet kon spiegelen.

Maar er waren ook aanraakbare leermeesters die vast niet wisten hoeveel licht ze op mijn pad wierpen na ouders, kerk en school. Dat denk ik bijvoorbeeld van Hans van den Bergh, mijn docent moderne letterkunde van wie ik maar kort les heb gehad maar die mij met zijn pathos en ironie in één seizoen leerde wat minder tegen de literatuur óp te kijken en er tegelijkertijd meer van te houden.

Enorme gaten in mijn kennis

Ook Theo Sontrop, de uitgever die mijn gedichten uit de post viste en publiceerde (later bleek hij ook nog verre familie), zal wellicht niet geweten hebben hoezeer hij mij overdonderde met zijn krankzinnige weetjes over schrijvers en dichters en dat hij mij de bibliotheek injoeg om al die enorme gaten in mijn kennis bij te spijkeren. De twee anderen van dit viermanschap waren in zekere zin tegensprekers van de twee eerstgenoemden. Tom van Deel, bescheiden en precies, zonder de toneelgebaren van Hans van den Bergh, maar die mij, zijn student, behoedzaam bij zijn eigen krant Trouw introduceerde, en de laatste, Jan Kuijk, voormalig adjunct-hoofdredacteur van deze krant die vorige week als laatste van mijn leermeesters overleed. Ook hij was, maar dan heel anders dan de sarcastische Sontrop, een omgevallen boekenkast, die voor elk moment van de dag, voor elk flardje (wereld)nieuws wel een citaat in voorraad had, vaak van vergeten dichters als Victor van Vriesland of Eric van der Steen.

We zagen en spraken elkaar regelmatig, door de telefoon of bij de Chinees, om de waan van de dag door te nemen en ergens te blijven stilstaan waar iedereen verder doorholde, ook na zijn pensionering bij de krant waar hij mij had beschermd tegen aanvallen van den Boze, wie dat ook mocht zijn. De laatste keer dat ik hem sprak, een paar dagen voor zijn dood, zei hij dat hij weliswaar strompelde maar nog jong was en of ik hem de gedichten van Menno Wigman kon bezorgen, die poëzie leek hem wel wat.

Ik denk nu aan een ander gedicht, van Vestdijk uit diens eerste bundel ‘Berijmd palet’, ‘De meester’, over een jonge schaker die eindelijk, eindelijk van zijn leermeester wint waarna ‘’t Verdriet aanving, omdat ’k niet meer vereeren / Kon, naar de meesterhand niet opzien meer en / Niet meer bang zijn, als hij de ivoren bent / Aan zwaarschuivende doos ontnam.’ Want ja, dan moet je het voortaan eindelijk alleen doen.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden