Column

Wie is er nog 'goed'? Wie een misdadiger?

Beeld Maartje Geels

Quentin Tarantino’s doorbraakklassieker ‘Pulp Fiction’ viel in 1994 niet alleen op door de gewiekste montage, veel expliciet geweld en een fenomenale soundtrack, maar vooral ook door de dialogen. 

Criminelen die net zulke ouwehoergesprekken voerden als jij en ik. Dat was niet helemaal nieuw, maar de mate waarin die gesprekken van de verpletterende banaliteiten aan elkaar hingen, was wel degelijk revolutionair. (‘Do you know what they put on french fries in Holland instead of ketchup? Mayonaise!’)

De Pulp Fiction-boeven leiden lege levens van saaie klussen met kleine hoogtepuntjes van geweld en in de vrije tijd een shotje heroïne. Zodra een van hen, Samuel Jackson, idealistische trekken begint te vertonen, betekent dat het einde van zijn criminele loopbaan. Je zou het niet meteen zeggen, maar Tarantino is in wezen een moralist: idealen en misdaad gaan niet samen in zijn wereld. Met Netflix-series loop ik altijd achter, vandaar dat ik nu pas, op aanraden van een vriend, de Spaanse hitserie ‘La casa de papel’ (of: ‘Money Heist’) aan het kijken ben. 

De plot: een langgerekte, megalomane overval op de koninklijke gelddrukkerij te Madrid, met gijzelaars en al. Er is veel dat aan Tarantino doet denken: cameravoering, muziekkeuze, ouwehoergesprekjes. Maar het brein achter de overval, een personage dat zich ‘El Profesor’ laat noemen, heeft wel degelijk idealistische motieven. Hij en zijn kompanen willen zichzelf verrijken, jazeker, maar er speelt ook iets anders mee: ze zien zichzelf als een soort Robin Hoods, want al delen ze niets uit, hun overval kost de burger ook niets, omdat er geen bestaand geld wordt gestolen. In plaats daarvan laten ze dagenlang de geldpersen draaien. Gratis geld, van niemand. ‘Had ik dat maar bedacht!’ moet het volk uitroepen. “We zijn straks helden voor die mensen”, drukt El Profesor zijn team op het hart, en tijdens de apotheose van het eerste seizoen, zegt hij: “Wij zijn het verzet.” Waarna hij het Italiaanse partizanenlied ‘Bella ciao’ aanheft.

Misschien zegt ‘La casa de papel’ daarom wel iets over deze tijd: je gaat je afvragen of in een wereld van almaar toenemende financiële ongelijkheid, er een moment komt waarop het verzet uitbreekt, en of dat verzet dan wordt aangevoerd door misdadigers. Onlangs nog bleek uit onderzoek dat in een op de drie Nederlandse gemeenten criminelen hun geld steken in goede doelen, sportverenigingen en buurtwerk. Onderwijl trekt de overheid zich juist steeds meer terug, maar redt wel banken en stopt wel fiscale cadeautjes toe aan multinationals. De gewone man profiteert nauwelijks van de aantrekkende economie. Als je al die gegevens bij elkaar plempt, ontstaat een ethisch moeras. Wie is er nog ‘goed’? Wie een misdadiger? Als de revolutie komt, wordt hij misschien niet aangevoerd door een Fidel Castro-achtig type, maar eerder door iemand als El Profesor. Een sympathieke crimineel. Een verzetsman die óns deel van de winst komt opeisen.

Jamal Ouariachi is psycholoog en schrijver. Voor zijn roman 'Een Honger' ontving hij in 2017 de EU-prijs voor literatuur. Lees hier meer van zijn columns. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden