Column René Kneyber

Wie hoopt dat het de goede kant op gaat met het onderwijs, komt bedrogen uit

Onderwijsmythes kraken is populair. Er doen nogal wat sprookjes de ronde: ze klinken overtuigend uit de mond van een of andere goeroe, maar de wetenschappelijke basis is vaak flinterdun.

Vorige week kwam Talis 2018 uit, een groot internationaal vergelijkend onderzoek naar onderwijs. Ook een soort ‘mythbusting’, maar dan van de soort mythes die niemand met enige tegenwoordigheid van geest ooit zou toegeven te geloven. Desondanks kunnen ze kennelijk toch op wat heimelijke aanhangers rekenen. Hier even een paar van die hardnekkige mythes in het Nederlands onderwijs op een rijtje.

Mythe #1: Leraren zijn na het halen van de opleiding af. Lesgeven is moeilijk, en het vereist heel wat ervaring in een school om het goed onder de knie te krijgen. Om die ontwikkeling in goede banen te leiden, en om deze nieuwe leraren niet kwijt te raken (handig i.v.m. een eventueel toekomstig lerarentekort, wie weet) hebben ze een inwerktraject nodig, ook wel inductie genoemd. Maar uit de meest recente cijfers van Talis blijkt dat 85 procent van de beginnende docenten in het basisonderwijs en 69 procent van het voortgezet onderwijs zonder enig inwerktraject begint met lesgeven. Schandalig? Best wel.

Mythe #2: Leraren hoeven niet opgeleid te worden voor het omgaan met multiculturele klassen, of voor omgaan met moeilijk gedrag. Voor welke realiteit leiden lerarenopleidingen op? Na het lezen van de Talis vraag je het je af. Zo’n 85 procent van de afgestudeerde leraren geeft aan niet voorbereid te zijn op het lesgeven aan multiculturele en meertalige klassen en 44 procent heeft geen idee hoe ze gedrag moeten managen in het leslokaal. En dat terwijl bijna de helft van de leraren kan rekenen op meer dan 10 procent zorgleerlingen per klas.

‘Normale leerlingen’

Mythe #3: Leraren hebben geen moeite met orde houden. De Oeso, de club van ontwikkelde landen, waarschuwt al jaren dat Nederlandse klassen het meest chaotisch en onrustig zijn. Ook de Talis van dit jaar liegt er niet om. 60 procent van de leraren in het voortgezet onderwijs geeft aan best lang te moeten wachten voordat leerlingen stil zijn (ter vergelijking: het Oeso-gemiddelde is 28 procent). Fun fact: een aantal jaar geleden gaf 99 procent van de leraren nog aan geen ordeproblemen te hebben. Zijn leraren zo onbewust onbekwaam dat ze zelf niet meer zien waar ze moeite mee hebben? Het lijkt er inmiddels aardig op.

Mythe #4: Zorgleerlingen gaan op een dag vanzelf weer weg. Ook de onderwijsvakbond AOb wees vorige week op het grote aantal zorgleerlingen in klassen. Leraren voelen zich niet bij machte ermee om te springen. Maar kennelijk wachten ze allemaal op de mythische dag dat al die zorgleerlingen verdwijnen en ‘normale’ leerlingen zullen overblijven – prijs de dag! –want in Talis valt te lezen hoe slechts 9 procent van de leraren veel behoefte ervaart aan nascholing in de omgang met deze leerlingen.

Tja. Wie nog hoopte dat het met het onderwijs de goede kant op gaat, komt met dit rapport opnieuw bedrogen uit.

René Kneyber schreef diverse boeken over het onderwijs en onderwijsvernieuwing. In zijn column voor de onderwijspagina’s van Trouw deelt hij zijn ervaringen als wiskundeleraar op het vmbo. Lees hier meer van zijn columns. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden