Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wie goed kijkt, ontdekt het: bijna álle tradities zijn min of meer verzonnen

Opinie

Ger Groot

De sprookjes van Grimm bleken een andere herkomst te hebben dan gedacht © Getty
Column

Het was zo’n mooi verhaal. Onvermoeibaar zouden Jacob en Wilhelm Grimm rond 1800 het toen nog versnipperde Duitsland zijn doorgetrokken om uit de mond van oude vrouwtjes sprookjes en volksverhalen op te tekenen. 

Vanaf 1812 publiceerde zij ze in bundels die mateloos populair zouden worden als ‘De sprookjes van Grimm’. Zo’n tweehonderd brachten zij er uiteindelijk bij elkaar. De gebroeders Grimm pasten naadloos in hun tijd. Onderzoek naar de volksziel was een drukke intellectuele bezigheid geworden, vooral in de Duitse gebieden die zichzelf tegenover het oppermachtige Frankrijk ervan probeerden te overtuigen dat ook hún cultuur bestaansrecht had. 

Lees verder na de advertentie

Zo’n tien jaar eerder hadden de dichters Achim von Arnim en Clemens Brentano voor de Duitse volksliedjes hetzelfde gedaan als zij voor de sprookjes deden. Ook hun bundeling, Des Knaben Wunderhorn, was een inslaand succes geworden. Gustav Mahler zou er tegen het einde van de 19de eeuw een aantal van bewerken voor groot orkest en een klassieke zanger.

Als een ideologie geen echte traditie heeft, dan verzint ze er wel een

In werkelijkheid waren ook de oorspronkelijke verzamelaars reeds een beetje aan het arrangeren geslagen. Al die volksliedjes, -verhalen en -sprookjes mochten nog zo direct uit het hart van de Duitse natie komen, een beetje fatsoenering konden ze volgens deze literaire professionals wel gebruiken. Aan de geur van boerenhoeven en de klank van vertellende grootmoedertjes deed dat niets af. Althans, tot voor kort. Want van die antropologische strooptochten van de gebroeders Grimm tot in de verste dorpen en gehuchten blijkt weinig waar te zijn, zo constateerde het Duitse weekblad Die Zeit een paar jaar geleden.

Duits cultuuroffensief

Over de manier waarop Jacob en Wilhelm Grimm hun ‘Kinder- und Hausmärchen’ op het spoor kwamen bestond al langer twijfel. Zelf hielden ze zich zoveel mogelijk op de vlakte. Van wie ze al die verhalen gehoord hadden bleek vaak onnaspeurbaar. Een zekere ‘Marie’, wier naam bij de belangrijkste sprookjes als bron vermeld stond, zou een bejaard kindermeisje geweest zijn uit Hessen. In werkelijkheid was het – zo bleek pas veel en veel later - de veertig jaar jongere Marie Hassenpflug. Geen volksvrouwtje maar een dochter uit een grootburgerlijk gezin van naar Duitsland uitgeweken Hugenoten.

Dat niet een oud mompelend moedertje maar een jonge bourgeoise de gebroeders Grimm hun sprookjes had ingefluisterde is tot daar aan toe. Eventueel zou ze hen op haar beurt van het oude kindermeisje gehoord kunnen hebben. Pijnlijk wordt het pas wanneer de ‘Duitse ziel’ die daarin rechtstreeks tot klinken zou zijn gekomen in werkelijkheid het Franse accent van een ingeburgerde Hugenotenfamilie zou hebben gehad. Tenslotte waren die sprookjes belangrijke pionnen geweest in een Duits cultuuroffensief tégen Frankrijk.

Nog erger werd het toen bleek dat ook een aantal van die sprookjes zelf helemaal niet uit Duitsland afkomstig waren, maar teruggingen op volksverhalen uit datzelfde vermaledijde Frankrijk. Ook daar waren pioniers inmiddels sprookjes gaan optekenen en verzamelen. De strekking of moraal ervan mocht dan soms niet helemaal dezelfde zijn, ‘onvervalst Duits’ kon je Grimms ‘Kinder- und Hausmärchen’ daarna moeilijk nog noemen.

Toch bleef die mythe hun jaren- en zelfs eeuwenlang een speciale betekenis geven voor het Duitse nationale gevoel. Als een ideologie geen echte traditie heeft, dan verzint ze er wel een. En juist ‘invented traditions’ hebben een taai leven, want ze vullen een leemte die de cultuur of haar ideologie niet verdraagt.

En wie goed toeziet ontdekt dat bijna álle tradities in meer of mindere mate verzonnen zijn; meestal zijn ze ook nog van een stuk recenter datum dan hun ‘eeuwenoude’ imago doet vermoeden. Om waarheid gaat het daarin dat ook veel minder dan om het effect. Hun ‘authenticiteit’ is een product dat de gemeenschap rechtvaardigt en bijeen houdt – en meestal wordt het voortgebracht door een verhaal dat te mooi is om aan waarheid ten onder te gaan. Daarom luisteren de gebroeders Grimm in de collectieve verbeeldingskracht nog steeds naar oude boerenvrouwtjes in nederige stulpjes. Wat het historisch onderzoek ook zegt, daar helpt geen lievemoedertje aan. 

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees al zijn columns hier terug.

Deel dit artikel

Als een ideologie geen echte traditie heeft, dan verzint ze er wel een