Column

Wie excuses vraagt voor ‘moffenmeiden’ meet zaken van toen met maatstaven van nu

Ger Groot Beeld Trouw

De tak van nijverheid die ijvert voor historische excuses heeft een nieuw afzetgebied gevonden. Werd eerder al door (soms verre) nazaten excuus betuigd over de slavernij en kolonialisme, nu zijn de ‘moffenmeiden’ die na de bevrijding werden kaalgeschoren aan de beurt. 

De Stichting Werkgroep Herkenning vraagt van de Nederlandse regering excuses voor de vrouwen die vanwege relatie met een Duitser ‘ernstig werden vernederd, verkracht en vastgezet’.

Voor die verkrachtingen zijn weinig bewijzen, zo memoreerde deze krant, maar de Stichting kan enige gruweldramatiek vast wel gebruiken. Op deze vrouwen werd de wraakzucht van de bevrijding afgereageerd, zo verklaarde haar voorzitster op Radio 1. Ook dat is een waarheid die iets teveel lonkt naar de huidige gevoeligheden. MeToo heeft ons bewust gemaakt van het leed dat hen is aangedaan, zo vervolgde zij. Als dat waar is, is het een nieuwe krachtproef van deze heilzame beweging, die van haar kant overigens evenmin het volksgericht schuwt.

Vies luchtje

In werkelijkheid waren de ‘moffenmeiden’ lang niet de enigen die bij de bevrijding - net als op Dolle Dinsdag ruim een half jaar eerder - de volkswoede over zich heen kregen. NSB’ers, verklikkers en collaborateurs sloegen niet voor niets halsoverkop op de vlucht. Na de oorlog werden de partijgangers van Anton Mussert vastgezet in dezelfde kampen waar de Duitsers hún slachtoffers hadden geïnterneerd. Een paar jaar geleden werd in een officieel rapport vastgesteld dat de behandeling die zij er, soms jarenlang, ondervonden daar evenmin voor onderdeed.

Van een roep om excuus heb ik toen niets vernomen; ik neem aan dat er hier voor de Stichting nog een schone taak wacht. Wellicht koos zij eerst voor de ‘moffenmeiden’ omdat daarop gemakkelijker het beeld van onschuldig slachtofferschap te projecteren valt. Maar waren deze vrouwen wel zo onschuldig? Sommigen van hen misschien wel, al kan het zelfs de jongsten niet ontgaan zijn dat er aan de soldaat op wie zij verliefd werden een luchtje zat.

Hoe ingewikkeld de verhoudingen geweest moeten zijn, viel tijdens de oorlog al te lezen in de roman ‘Le silence de la mer’, geschreven door de verzetsstrijder Jean Bruller onder het pseudoniem ‘Vercors’ en gepubliceerd door het Franse verzet. Een Duitse officier wordt ingekwartierd bij een Frans gezin: en man en zijn nicht. De officier is in alle opzichten een exemplarische Bildungsburger: beschaafd, beleefd en zich scherp bewust van de hachelijke situatie. Iedere avond wenst hij beiden goedenacht; de hele oorlog blijven zij zwijgen. Totdat hij gedesillusioneerd aankondigt te zullen vertrekken naar ‘de hel’ van het oostfront en hen een laatste keer groet. Dan antwoordt het meisje zacht: ‘Adieu’.

Morele medeplichtigheid

Het is een Godswonder dat dit monument van menselijkheid door de ondergrondse zelf werd uitgegeven en verspreid. Zo hooggestemd ging het er in werkelijkheid meestal niet aan toe. De relaties die Duitse soldaten, aangemoedigd door de nazi-top, met vrouwen in de bezette gebieden onderhielden, waren veelal van gemengder aard. Liefde, soms oprecht en soms geveinsd, ging gewoonlijk samen met bepaalde privileges – kleding, voedsel – en zoiets zet tijdens een hongerwinter nu eenmaal kwaad bloed.

Je zou verwachten dat juist onze tijd, die nogal onbarmhartig oordeelt, er oog voor zou hebben dat de ‘moffenmeiden’, hoe verliefd ze misschien ook waren, een zekere morele medeplichtigheid niet kan worden ontzegd. Dat maakt de publieke vernedering die zij daarna ondergingen niet minder pijnlijk, maar het waren nu eenmaal geen zachtzinnige tijden.

Zoals in de excuusindustrie wel vaker gebeurt, trekt de Stichting Werkgroep Herkenning zich daar weinig van aan en meet zij gebeurtenissen van toen contextloos met de maatstaven van nu. Dan ligt er voor haar nog heel wat werk in het verschiet. Waren de zwarthandelaars, wier lot na de bevrijding evenmin te benijden was, eigenlijk geen voorbeelden van de Nederlandse handelsgeest waar wij nu zo trots op zijn? Zat er in de oprechte vaderlandsliefde van de NSB bij nader inzien niet iets bewonderenswaardigs?

Excuses: we moeten er maar niet aan beginnen.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees meer columns op trouw.nl/gergroot.

Lees ook:

Belangenorganisatie wil excuses van Nederland aan de ‘moffenmeiden’

Vriendinnen van Duitse soldaten werden na de oorlog zonder proces kaalgeschoren. Zou er geen excuus moeten komen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden