Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wie als ambtenaar in functie een hoofddoek draagt, geeft blijk van eigen ongeschiktheid

Opinie

Patrick van Schie

© thinkstock
Column

Confessionelen betogen vaak dat iemand zijn of haar religie niet op zijn nachtkastje kan laten liggen. Je geloofsovertuiging is een onderdeel van wie je bent. Maar niemand verlangt dat een burger zijn of haar geloof thuis laat. 

In een vrije samenleving mag je er op straat vreedzaam uiting aan geven, zoals aan welke andere overtuiging ook, en staat het je vrij samen met gelijkgezinden in gebedshuizen je geloof belijden.

Lees verder na de advertentie

De staat is echter niet de samenleving, en een ambtenaar is niet zomaar een burger in de openbare ruimte. De samenleving is pluriform, vol uiteenlopende overtuigingen waaraan iedereen ook uiting mag geven zolang dit anderen althans niet in hun vrijheid belemmert. Hoe meer de overtuigingen in de samenleving uiteenlopen, des te belangrijker is het dat de dienaren van de staat neutraliteit betrachten. Iedereen is namelijk gelijk voor de wet. Een ambtenaar mag niet uitstralen dat de ene burger misschien minder recht zal kunnen krijgen dan de andere, op grond van zijn of haar overtuiging, geslacht, etnische achtergrond of wat voor kenmerk dan ook.

Natuurlijk heeft een ambtenaar als privé-persoon eigen overtuigingen. Maar die behoren er in het werk als ambtenaar niet toe te doen. Subjectiviteit is onvermijdelijk, maar een ambtenaar moet toch zijn uiterste best doen objectiviteit en neutraliteit te betrachten. Dat Sarah Izat, een politiemedewerkster in Rotterdam, meent dat zij haar werk met een hoofddoek op moet (kunnen) doen, toont reeds aan dat zij niet geschikt is voor een functie bij welk overheidsorgaan dan ook. Want zij geeft aldus te kennen dat zij lak heeft aan de neutraliteit. Klaarblijkelijk is haar eigen godsdienstige overtuiging voor haar belangrijker.

Neutraliteit

Omdat Izat haar eigen interpretatie van de islam van hogere orde acht dan de neutraliteit die zij als staatsdienaar behoort uit te stralen, kan geen burger ervan op aan dat zij de wil van Allah zoals zij die ziet niet tevens voor laat gaan op de Nederlandse wet. Iedere burger in ons land heeft recht op gelijke behandeling in gelijke omstandigheden. Maar kan een joodse burger die bij Izat aangifte doet van een misdrijf erop rekenen dat hij dezelfde behandeling krijgt als een burger met een islamitische achtergrond? Of een afvallige moslim? Een politiemedewerkster die zo’n aangifte opneemt straalt dat niet uit wanneer zij een hoofddoek draagt.

Door een hoofddoek op het werk te dragen laat Izat blijken dat haar eigen interpretatie van de islam haar heilig is

Dat het College voor de Rechten van de Mens, zoals het groepje activistische juristen dat voorheen een commissie gelijke behandeling vormde zich tegenwoordig parmantig noemt, de klagende Sarah Izat in het gelijk heeft gesteld, is onbegrijpelijk. Het college vond dat het neutraliteitsgebod minder van belang zou zijn omdat de politiemedewerkster aangiftes via een 3D-videoverbinding opnam en zich dan dus niet in dezelfde ruimte bevindt als de burger die aangifte doet. Maar dat doet natuurlijk helemaal niet ter zake. Een ex-moslim bijvoorbeeld die door fundamentalistische moslims vanwege zijn geloofsafvalligheid is aangevallen moet erop kunnen vertrouwen dat een politiemedewerkster zijn aangifte niet verdonkeremaant omdat zij ook vindt dat moslims hun geloof niet mogen verlaten. Wat doet het ertoe of deze ex-moslim die politiemedewerkster achter een balie ziet of op een videoscherm? Hij wordt evenzeer geconfronteerd met haar persoonlijke geloofsovertuiging.

Discriminatie

Het genoemde college vond dat de politie Sarah Izat discrimineerde op grond van godsdienst. Maar het werd Izat niet verboden moslima te zijn, slechts om tijdens haar werk bij het uniform een hoofddoek te dragen. Het college noemt dit een beschermwaardige uiting van geloofsovertuiging. ‘Hieraan doet niet af dat over het dragen van een hoofddoek door aanhangers van een bepaalde geloofsrichting verschillend kan worden gedacht’, voegt het college eraan toe. Deze uitspraak wordt op geen enkele manier onderbouwd. Omdat de uitspraak niet kán worden onderbouwd? Want door een hoofddoek op het werk te dragen laat Izat blijken dat haar eigen interpretatie van de islam haar heilig is. Nogmaals: de politie had haar niet verboden moslima te zijn. Het werd haar slechts verboden de neutrale uitstraling van de politie te ondermijnen.

Toch valt ook de politie iets te verwijten. Zij heeft het Izat namelijk wel toegestaan een hoofddoek te dragen wanneer zij geen uniform maar burgerkledij droeg. Dit ondergraaft het neutrale karakter van het politiewerk net zo hard als een hoofddoek in combinatie met een uniform. Wie als (politie)ambtenaar werkt moet op dat moment iedere overtuiging, of die nu religieus is of (juist) niet, hem of haar ‘even lief’ zijn. De voorliefde voor je eigen overtuiging beoefen je maar in je eigen tijd.

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting, de liberale denktank van Nederland gelieerd aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Lees hier meer columns van Patrick van Schie. 

Deel dit artikel

Door een hoofddoek op het werk te dragen laat Izat blijken dat haar eigen interpretatie van de islam haar heilig is