Opinie Verantwoord ondernemen

Wetgeving nodig voor Nederlandse ondernemer in Afrika

Om de lonen en arbeidsomstandigheden in arme landen te verbeteren, kom je er niet met fair trade alleen. De Nederlandse overheid moet kaders stellen voor Nederlandse bedrijven die internationaal opereren, betoogt Gerjan Agterhof, politiek adviseur en IMVO-expert bij ontwikkelingsorganisatie Stichting Woord en Daad.

Als een druppel op een gloeiende plaat. Zo voelt het wanneer je als consument bewust je inkopen probeert te doen. Je koopt fair trade, maar vraagt je af: merkt de West-Afrikaanse cacaoboer daar iets van? Als consument kun je het leven van een arme cacaoboer toch niet verbeteren?

Deze bijdrage is geen pleidooi om de handdoek in de ring te gooien. Sterker nog, ga vooral door met eerlijk inkopen doen. Maar een consument die bewust koopt, is niet dé oplossing. De macht om zulke problemen aan te pakken ligt primair bij bedrijven, die volgens hun jaarverslagen zich maximaal inzetten om misstanden in hun sector aan te pakken. Dit doen ze vaak vrijwillig, bijvoorbeeld via IMVO-convenanten.

Twee weken geleden werd door bedrijven samen met overheid, vakbonden en maatschappelijke organisaties het sierteeltconvenant nog ondertekend. Daarmee is bijvoorbeeld afgesproken dat Ethiopiërs die werken voor Nederlandse rozenkwekers meer betaald moeten krijgen dan de huidige 1 euro per dag (ruim onder de extreme armoedegrens). Er zijn meer initiatieven waarbij voorzichtig resultaat wordt geboekt. Textielbedrijven worden transparanter over productielocaties. Supermarkten analyseren ketens op zoek naar misstanden.

Babystapjes

Maar snel gaat het niet. Oxfam bracht onlangs een analyse uit over supermarkten in het kader van hun campagne ‘Behind the Barcodes’ en stelde dat er slechts ‘babystapjes’ gezet worden. Maar voor die boer in West-Afrika zijn er vandaag al risico’s voor zijn of haar gezin.

Het is tijd voor een wetgever die zijn verantwoordelijkheid neemt. De Verenigde Naties spraken in de Richtlijnen voor Bedrijven en Mensenrechten over de duty to protect. In diezelfde richtlijnen doen de VN een mooie voorzet: een ‘doordachte mix’ van vrijwillig initiatief en bindende wetten en regels. Enerzijds moeten bedrijven zorg dragen voor hun werknemers, hun toeleveranciers, de omringende gemeenschap, de natuur en het klimaat. Daar kunnen convenanten aan bijdragen. Anderzijds is het aan de wetgevende macht om ondergrenzen te stellen en te handhaven. Zo garandeer je een minimumloon of veiligheid op de werkvloer. De Nederlandse overheid kan die kaders stellen voor Nederlandse bedrijven, die ook vaak internationaal opereren.

Brede wetgeving die bedrijven aanzet tot zorgvuldig handelen zoals de Oeso dat voorschrijft: dat zal een flinke emmer op een gloeiende plaat betekenen.

Lees ook:

Minder kinderarbeid en milieuvervuiling: waarom worden de mooie beloftes niet waargemaakt?

Deelnemers aan convenanten komen hun afspraken niet altijd na, zegt de SER. Tijd voor hardere afspraken.

Hoe help je een cacaoboer?

Nestlé, producent van onder meer KitKat, wil de makers van zijn kostbare cacao uit de armoede helpen. Maar wel op voorwaarden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden