Opinie

Wetenschappers moeten niet opstappen, maar samen de strijd aangaan

Beeld ThinkStock

Problemen bij universiteiten zijn alleen op te lossen met vereende krachten. Ontslag nemen draagt niets bij, schrijft Marijtje Jongsma.

Voor twee wetenschappers waren onlangs de zorgwekkend hoge werkdruk, het ­beknotten van academische vrijheid en vele andere misstanden aan de universiteiten aanleiding om ontslag te nemen. De misstanden werden vervolgens breed herkend en in diverse analyses onderschreven.

Is dit nieuws? Nee, eerdere rapporten, studies en enquêtes laten al jaren hetzelfde beeld zien. Sterker nog, de ­situatie lijkt ieder jaar weer een beetje slechter te worden. Dat er kennelijk nog steeds behoefte bestaat aan nóg meer analyses en een inventarisatie van alle problemen en misstanden, is symptomatisch voor het feit dat er nog steeds geen goede en structurele op­lossingen worden geboden.

Eigenlijk is er maar één echte oplossing, een forse extra investering in het wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijk onderwijs. En zelfs daar is consensus over: VSNU roept het, NWO roept het, en ook Nobelprijswinnaar Feringa liet dit in heldere taal weten. Mijn pessimistische inschatting is dat dat niet gaat gebeuren. Als tegenhanger van de stapels analyses en overeenstemming dat het zo écht niet langer kan, verschijnen er regelmatig studies die laten zien dat het Nederlandse onderzoek tot de top behoort, dat de Nederlandse universiteiten het efficiëntst zijn en dat ons wetenschappelijk onderwijs van uitstekende kwaliteit is.

Voor een dubbeltje

Voor de minister en de politiek is het koren op de molen. Die gaan echt niet rechtop zitten en budgetten verhogen als ze voor een dubbeltje op de eerste rang kunnen zitten.

Door daarnaast de universiteiten ­onderling te laten concurreren om een percentage van hun budget op basis van hun ‘marktaandeel’ studenten, nemen onze taken elk jaar een beetje toe, zonder dat er extra personeel wordt aan­gesteld en zonder dat er elders taken vanaf gaan. Dit is het gekookte kikkersyndroom: als je een pan koud water langzaam genoeg verhit, springt de kikker er niet uit. Zo is in de wetenschap een ware race naar de bodem ingezet, waarvan het einde nog niet in zicht is. In vergelijking met het jaar 2000 leiden we met iets minder medewerkers vijftig procent meer studenten op, produceren we dertig procent meer wetenschappelijke publicaties en dat in een omgeving met minder (onmisbaar) ondersteunend personeel, steeds meer monitoring (prestatieafspraken!) en steeds meer wantrouwen.

Academici en studenten beseffen inmiddels dat de beloofde extra middelen uit het leenstelsel ook niet leiden tot een ruimere financiering per student, en dat gaat naar verwachting ook niet meer gebeuren. Tel daarbij de recente ‘doelmatigheidskorting’ van 183 miljoen euro op, waaraan het ministerie van OCW vasthoudt ondanks kritiek uit de Eerste Kamer. Daarnaast zijn de prestatieafspraken opnieuw een vorm van dwang van bovenaf om ‘meer voor minder’ te leveren. Naar Den Haag ­hoeven we dus niet te kijken voor een structurele oplossing voor de discrepantie tussen de absurd hoge aantallen studenten en verhoogde prestatie­afspraken enerzijds, en de benauwde ­financiering anderzijds. Het keurslijf van protocollen en prestatieafspraken ondergraaft de wettelijk vastgelegde academische vrijheid verder en verder. Het mag duidelijk zijn: er moet hoognodig iets gebeuren.

Hoe keren we terug naar een universiteit waar het vertrouwen in wetenschappelijke integriteit en professionaliteit, en academische vrijheid leidend zijn? Dat is geen eenvoudige opgave. Pogingen om de ‘werkprocessen’ te stroomlijnen leiden vaak alleen maar tot nóg meer papierwerk en verplichte protocollen. Voor sommigen is de maat vol, ze dienen hun ontslag in. Maar weggaan is een individuele reactie op een collectief probleem.

Samen optrekken

De kracht om verandering te bewerkstelligen, is er pas als er een gezamenlijk antwoord komt van diegenen die de kern van de universiteit vormen: de medewerkers die kennis produceren en deze overbrengen op de volgende generaties. Dat kan als we ons collectief organiseren en gezamenlijk optrekken, bijvoorbeeld in vakbonden. Die zijn, in tegenstelling tot individuele werknemers, onafhankelijk van de universiteit als werkgever en kunnen namens de medewerkers de strijd aangaan. Bijvoorbeeld de strijd om te stoppen met het amechtig werven van alsmaar meer studenten, zonder dat daar meer personeel tegenover staat, en het doen van meer onderzoeksaanvragen zonder dat er meer geld in de pot komt. Zolang dat geld er niet is, moet de hoeveelheid werk maar omlaag. We hebben uitgerekend dat we in 2016 voor een slordige 300 miljoen euro aan onbetaald werk hebben verricht, domweg omdat we ­onze taken niet binnen de gestelde werktijd konden afronden. Als we daar nu eens mee ophouden, dan zou dat een begin zijn.

Schaf bovendien de prestatieafspraken af, want die leiden alleen maar tot nog meer ­monitoring en administratie en ze zijn een ­beknotting van de academische vrijheid.

Wantrouwen

De huidige bedrijfscultuur is gebaseerd op wantrouwen. Een correct ingevuld formulier biedt echter geen enkele kwaliteitsgarantie. De kwaliteit bepalen kunnen we zelf, met elkaar. Evalueer het werk kwalitatief in een dialoog en niet kwantitatief met standaard­protocollen.

Kunnen we niet gewoon massaal ­ophouden met ons conformeren aan deze topzware administratie? We hebben onze kennis, beroepseer en integriteit en we nemen onze verantwoordelijkheden, maar het in ons gestelde vertrouwen dat we dat inderdaad doen, lijkt te zijn verdwenen.

Ik heb deze week, ondanks alles, weer de conclusie getrokken dat de universiteit nog altijd de plek is waar ik me thuisvoel en waar ik iets betekenisvols kan doen, los van de onzekere toekomst die velen van ons hebben en de alsmaar stijgende werkdruk.

Er moet wel snel wat veranderen. Anders is er straks geen universitaire gemeenschap over, met ruimte voor academische vorming voor studenten en academische vrijheid voor de staf.

Marijtje Jongsma is universitair docent en woordvoerder ­VAWO, vakbond voor de wetenschap

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden