Column Rob Schouten

Weten mensen tegenwoordig eigenlijk nog waar die Dreyfus-affaire over ging?

Zoals gelovigen vroeger (en wie weet nog steeds) de Bijbel open lieten vallen om door een ‘willekeurige’ passage gesterkt te worden (me dunkt dat Genesis en Openbaring op die manier zelden aan de beurt kwamen), zo sta ik weleens voor de boekenkast en trek er een willekeurig boek uit. Het lot viel dit keer op Prisma-pocket nummer 236. Prisma-pockets, bestaan die dingen nog? Ik ben ermee opgegroeid en door opgevoed. Ze boden mij ‘een interessante visie op vele aspecten der politieke en wetenschappelijke geschiedenis’ zoals het achterin heet, een visie die ik toen nog niet had.

Dit deeltje heette ‘De zaak Dreyfus’. Het was in mijn geboortejaar 1954 geschreven door een zekere Guy Chapman en, zag ik in de inleiding, vertaald door Dr. A. Alberts, de schrijver neem ik aan. Ik begon te lezen want een van de afspraken met mijzelf is dat ik zo’n door het lot uitverkoren boek ook uit moet lezen. Van Dreyfus wist ik natuurlijk wel iets, schoolkennis à la ‘De slimste mens’: officier, Jood, vermeend landverraad, antisemitisme, Duivelseiland, Zola, ‘J’accuse’, eerherstel. Maar mijn kennis kon op één A4’tje. Dit boek telde tweehonderd pagina’s.

Pap zonder krenten

Er was eerlijk gezegd geen doorkomen aan, pagina’s lang over de status van het borderel waarop Dreyfus veroordeeld was, valse verklaringen, bevooroordeelde grafologen, kuiperijen van het leger. Over Dreyfus zelf niet veel, behalve dat ik onthield dat zijn ogen dicht bij elkaar stonden en dat hij uit de Elzas afkomstig was, over Zola ook zo goed als niks, diens rol wenste Chapman kennelijk te onderschatten. Hij had het helemaal niet erg op de publieke kant van de zaak; het was een pap zonder krenten.

Toch las ik, geboeid door zoveel zinloze details en muggezifterijen, door. Tientallen namen die mij niets zeiden. Zinnen als: ‘Mélines poging om de zaak buiten de politiek te houden, was vruchteloos gebleken, maar hij realiseerde zich dat niet’ of ‘Na de middag hield de auditeur een kort requisitoir, waarin volgens Lépine geen enkele feitelijkheid werd beweerd’. Want dat moet als je het over de moeder aller tunnelvisies en gerechtelijke dwalingen hebt. De affaire etterde maar voort en Chapman wist er alles van en schroomde niet ons ieder briefje of gefronste wenkbrauw mede te delen.

Welopgevoede dochters

Uitgeput legde ik na een uur of vijf ‘De zaak Dreyfus’ neer. Zouden mensen tegenwoordig eigenlijk nog wel weten waar die over ging? Behoorde de Dreyfus-affaire, 120 jaar na ’s mans gratieverlening, nog tot de algemene kennis? Ik vroeg het mijn vier welopgevoede dochters, twee leraren en twee psychologen. Sarah: “Wel van gehoord geloof ik, maar heb het niet paraat.” Eva: “Zegt me wel iets, maar geen idee wat ook al weer.” Nina: “Ik weet er niks vanaf maar ik zal het opzoeken, oké?” Kim: “Nog nooit van gehoord.”

Zelf probeerde ik er nog een soort van les uit te peuren, maar veel verder dan Ivo Opstelten en het bonnetje kwam ik niet en de algemeen menselijke slotsom dat het achteraf makkelijk praten is, een gegeven waar de geschiedschrijving voor een aanzienlijk deel op is gebaseerd.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden