Opinie Euthanasie

Welke ‘ik’ heeft het meeste recht van spreken als het om leven en dood gaat?

In ons rechtsstelsel moet tegenover het recht op leven een recht op sterven komen, betoogt Miriam de Bontridder, bestuurslid van Stichting De Einder.

Aan het eind van zijn requisitoir gaf de officier van justitie (OvJ) de volgende samenvatting van de zaak tegen de arts die aan een patiënte met vergevorderde dementie euthanasie had verleend:

“Zo kom ik tot de volgende conclusie. De wilsonbekwame patiënt heeft het laatste woord. Zijn levenswens is doorslaggevend. Als de patiënt die wens (verbaal of non-verbaal) kenbaar maakt, mag er geen uitvoering worden gegeven aan zijn eerdere schriftelijke euthanasieverzoek. […]. Bij wisselende uitingen van een doods- en levenswens komt meer gewicht toe aan de kenbaar gemaakte levenswens.”

Het standpunt van de OvJ in de zaak-Catharina A. luidt, kort samengevat, dat als een patiënt met vergevorderde dementie niet consistent is in zijn doodswens doordat hij behalve veelvuldige doodswensen, ook signalen uitzendt die als levenswensen kunnen worden opgevat, de al dan niet zeldzame levenswensen hoe dan ook boven de veelvuldige doodswensen moeten prevaleren.

De wilsbekwame -en wilsonbekwame ik

Dit moet de Haagse rechtbank die morgen in deze zaak uitspraak doet, stof tot nadenken geven, nu het requisitoir van de OvJ vertrekt van de volgende hamvraag: “Moet de ene versie van dezelfde persoon tegen de andere versie van zichzelf worden beschermd? Is het laatste woord aan de persoon die bij volle verstand een schriftelijk verzoek heeft opgesteld of aan dezelfde persoon in latere, demente toestand?”

Anders geformuleerd: moet de wilsbekwame ik tegen de wilsonbekwame ik beschermd worden of is het andersom? Volgens het Openbaar Ministerie is het andersom. Voor de motivering wordt een beroep op de beschermwaardigheid van het leven gedaan. Waarmee het gehele betoog laat zien dat er in ons rechtsstelsel tegenover het recht op leven een recht op sterven moet komen; dat een recht op leven een leeg omhulsel is als het leven lijden is geworden en de betrokkene de dood heeft verkozen om aan dat lijden te ontkomen.

De hoop is nu gevestigd op wijze rechters in de gelederen van achtereenvolgens rechtbank, gerechtshof en Hoge Raad. Zij moeten het juridisch steekspel waartoe de wetgever van destijds aanleiding heeft gegeven, laten voor wat het is en zich concentreren op deze ene nuchtere vraag: is de schriftelijke wilsverklaring in de wet gekomen om de wilsbekwame ik tegen de wilsonbekwame ik te beschermen of is het andersom?

Lees ook:

De politiek wacht af en geeft geen commentaar op de euthanasiezaak

De rechtszaak tegen een euthanasiearts raakt ook de politiek. Moeten kabinet en Tweede Kamer opnieuw naar de euthanasiewet kijken, nu die volgens het OM ‘onduidelijk’ is?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden