Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Weg uit de vertrouwenscrisis van de woningcorporatie

Opinie

Fons Rietmeijer, Jan de Vletter en Jan van der Schaar en voormalig directeur-bestuurders in de volkshuisvesting; volkshuisvestingdeskundige

Kantoor van woningcorporatie Laurentius in Breda © ANP
Opinie

Walter V., de directeur-bestuurder van Laurentius, begaf zich op het boevenpad als bestuur van 'zijn' corporatie. Erik S. (Vestia) en Hubert M. (Rochdale) ook. Zo is er een lijst van corporatiebestuurders te maken die er een potje van hebben gemaakt en door wie de rekening bij de huurders is komen te liggen. In die zin is de crisis in de bankenwereld vergelijkbaar met die in de corporatiewereld: een gebrek aan maatschappelijke verantwoordelijkheid en uit de hand gelopen schaalvergroting. De oplossing kon weleens liggen in het terugkeren naar de wortels van de corporatie: de coöperatie.

De Woningwet van 1901 had niet als doel om het eigenwoning-bezit te bevorderen, maar om goede huurwoningen te ontwikkelen en aan te bieden aan mensen die niet zelf voor hun huisvesting konden zorgen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog heeft dat geleid tot een grote productie van huurwoningen, zij het vooral aan de hand van de gemeenten. Gaandeweg de jaren zeventig en tachtig zag men de corporaties verzelfstandigen.

Het is opmerkelijk dat de emancipatiegolf van de jaren zeventig zo weinig invloed heeft gehad op de corporatie. Dat kan te maken hebben gehad met het karakter van de besturen, die veelal een hoog bolknak-gehalte hadden. De ontwikkeling ging eerder de tegenovergestelde kant op: de democratisering van de woningbouwverenigingen werd effectief afgewend en de meeste woningbouwverenigingen zijn tussen 1985 en 1995 omgezet in woningstichtingen, onder het motto van voortgaande professionalisering. Bij de zogenoemde Bruteringsoperatie in 1995 ging de deur voor bewonerszeggenschap nog verder dicht, ondanks wetgeving daarover als doekje voor het bloeden.

Sociale huursector te groot
Bijna twintig jaar later komen we tot de conclusie dat de sociale huursector te groot is in Nederland, en hebben Brussel en Den Haag duidelijke grenzen aangegeven voor de doelgroep van de sector. Recent is gebleken dat zo'n 20 procent van de hurende huishoudens inkomens heeft die aanzienlijk boven die doelgroepgrens liggen. Het is duidelijk dat de sociale huursector de komende decennia kan krimpen. De sector zou daarmee zo'n 500.000 van de 2,4 miljoen huurwoningen kunnen afstoten.

Wie gaan die woningen kopen? Beleggers die de kantorenmarkt teleurgesteld de rug hebben toegekeerd? Zij, en ook buitenlandse beleggers, zijn misschien geïnteresseerd. Maar daarmee zouden bewoners nog een keer op een zijspoor gezet worden. Dergelijke beleggers zullen de huren verder liberaliseren en uiteindelijk tot uitponding overgaan. Terwijl veel van de bewoners van die huurwoningen tot de middeninkomensgroepen (33.000 - 50.000 euro) behoren die graag verantwoord hun woning zouden willen kopen, maar daar qua prijs en financiering vaak net niet aan toekomen.

Collectief een woning kopen
Daar ligt een kans in de huidige vertrouwenscrisis in de volkshuisvesting: het openen van de mogelijkheid voor groepen huurders om in coöperatieve vorm hun woning te kopen. De coöperatie is immers van oudsher een beproefde vorm waarbij mensen met een gemeenschappelijk belang de krachten bundelen en gezamenlijk financiering kunnen realiseren. Een belangrijke middengroep die nu huurt, zou op die manier collectief kunnen kopen en daar op termijn de vruchten van kunnen plukken in de vorm van waardevast eigen woningbezit. De coöperatie geeft een directe band tussen belang en zeggenschap. Dat zal een stimulans geven aan een nieuwe coöperatieve sociale koopsector.

De woningcorporaties zouden het voortouw moeten nemen bij het verkopen van corporatiebezit aan de leden van deze coöperaties. Ze creëren daarmee de kans om hun missie nieuw leven in te blazen, zonder al te veel institutionele aanpassingen.

Daarmee wordt dan het belang van de huurder/bewoner vooropgesteld, zoals het hoort. En de directeuren worden weer dienstbaar aan degenen voor wie de corporatie is bedoeld: de bewoners. In die setting is geen plaats voor corporaties en directeuren met ongepaste praktijken.

Rigoureuze schoonmaak van de sector is nodig zodat corporaties gewoon weer gaan doen waar ze voor zijn: dienstbaar zijn aan de samenleving en voorzien in de huisvestingsbehoefte van mensen die dat zelf niet kunnen.

Deel dit artikel