null

OpinieOnderwijs

Weg met schoolbesturen die zoveel financiële beslissingen kunnen nemen

Beeld

Extra geld voor het onderwijs kwam nauwelijks terecht bij leraren, schrijft Klaas van Veen, hoogleraar onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dat moet radicaal anders.

‘Minder bureaucratie en meer autonomie’. Kernachtiger dan de opmerking van deze kleuterjuf die ik onlangs sprak, kun je de problematiek in het onderwijs niet samenvatten. En dat terwijl het onderwerp van gesprek iets heel anders was, namelijk de stelling dat leerkrachten in het basisonderwijs versneld gevaccineerd moeten worden en dat hun salaris gelijk getrokken moet worden met het voortgezet onderwijs. Natuurlijk heeft ze gelijk. Vaccineren en salaris zijn urgent, maar niet de meest fundamentele problemen waar het onderwijs mee kampt.

Het salaris is wel exemplarisch voor het onderwijsbeleid van de afgelopen twaalf jaar: het gaat om de beheersing van kosten. Dat het basisonderwijs en leraren essentieel zijn, daar is iedereen het over eens. Maar als het erop aankomt, heeft men het geld er niet voor over. Het is dan extra wrang om te zien dat er in verkiezingstijd plotseling geld loskomt, veel geld, waardoor je bijna vergeet dat dit tot voor kort onmogelijk was.

Beleggingsavonturen

Er ging eerder geld af dan bij. En wat erbij kwam, kwam nauwelijks terecht bij leraren en klassen, maar in de organisatie: bij de schoolbesturen. Enkele decennia geleden kregen uit het oogpunt van beheersing, ook toen al, schoolbesturen meer autonomie en financiële verantwoordelijkheid. Er werd een ‘lumpsum’ toegekend: een grote zak geld, waarover besturen nauwelijks verantwoordelijkheid hoefden af te leggen aan de minister. De lumpsum leek een goed beheersingsmechanisme, maar het gevolg was dat grote organisaties een te grote financiële vrijheid kregen. Dat leidde tot grote, eigen gebouwen voor het bestuur of spannende beleggingsavonturen op de finan­ciële markten. Het leidde ook tot een manier van denken en werken waarbij leraren als grootste kostenpost worden gezien, en kostenbesparing als doel.

Twee in het oog lopende gevolgen hiervan: ten eerste te grote klassen op veel scholen, niet gebaseerd op een onderwijskundig principe maar gericht op het besparen op het aantal leraren. Nederlandse leraren geven in vergelijking met hun Europese collega’s al gemiddeld per week de meeste lesuren. Zij worden lesboeren, die door te grote klassen en veel lesuren nauwelijks tijd hebben om het individuele leerproces van leerlingen te monitoren en begeleiden. Het zorgt er ook voor dat leraren nauwelijks de tijd en ruimte hebben om hun eigen vak te onderhouden, laat staan het eigen onderwijs te verbeteren.

Leraren krijgen de schuld

Het meest desastreuze is dat bij problemen als een schijnbaar dalend niveau in het onderwijs leraren vaak de schuld krijgen; ze zouden niet goed genoeg meer zijn. Ze hebben echter wel degelijk de expertise, maar niet de tijd om leerlingen optimaal te begeleiden.

Wat er nodig is, vatte de kleuterjuf goed samen: minder bureaucratie, meer autonomie. Concreet betekent dat ingrijpen in de organisatiestructuur in het basis- en voortgezet onderwijs. Het gaat dan om minder lesuren, zoals bijvoorbeeld in onderwijsmodelland Finland, waar de leerlingen om 13.00 uur naar huis gaan en de leraren de tijd hebben om te werken aan hun onderwijs. Het gaat om kleinere klassen.

Wil je elke leerling optimaal laten leren, dan gaat dat echt beter in klassen van 16 leerlingen dan van 32. Het gaat ook om professionele autonomie en ruimte, dat leraren kunnen beslissen over waar ze verstand van hebben, namelijk lesgeven. En het gaat erom dat het onderliggende mechanisme wordt veranderd: geen lumpsumfinanciering en geen schoolbesturen die zoveel inhoudelijke en financiële beslissingen kunnen nemen.

Wat het onderwijs echt kan helpen, is dat er met verstand van zaken wordt gehandeld. Niet links, niet rechts, geen carrièrepolitici die ook een mening hebben over onderwijs. Het is de hoogste tijd voor een ander onderwijsbeleid, doordacht vanuit degenen die het onderwijs vormgeven: de leraren.

Lees ook:

Ja, de klassen kleiner maken is duur, maar het betaalt zich terug

Maak de klassen in het onderwijs kleiner, zegt Max Joles, docent geschiedenis en maatschappijleer aan het Stedelijk Gymnasium Haarlem. De kosten zijn hoog, maar het betaalt zich terug, stelt hij.

In het onderwijs moet altijd alles goedkoop

Kleurenkopieën aanvragen bij de directeur en eind mei het handvaardigheidsbudget inleveren voor het jaar erop. Als de juf dan in januari spontaan wil gaan kleien met de klas, valt dat helaas buiten de begroting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden