Column Stevo Akkerman

Weg met het idee van in beton gegoten identiteiten

Begin deze week was ik op bezoek bij Han F. de Wit, psycholoog en éminence grise van het Nederlandse boeddhisme, zoals uitgeverij Ten Have hem noemt. Ik sprak hem in het kader van mijn interviewreeks in deze krant over goed en kwaad, en voilà, daar hadden we direct al de botsing der beschavingen.

“Het boeddhisme hanteert die begrippen niet,” zei De Wit. “Het spreekt van het heilzame en het heilloze.” En nee, dat was volgens hem niet gewoon ­hetzelfde, zoals ik nog even opperde.

Gelukkig maar, want ik was juist naar hem toegegaan voor een ander perspectief dan het gangbare. Altijd goed als iemand je vanzelfsprekendheden eens opschudt of op z’n kop zet. “Het ‘ik’ is een illusie,” verklaarde De Wit bijvoorbeeld, en hoewel ik dat weleens eerder had gehoord, moest ik toch even slikken. Ik ben nogal gehecht aan mijn ik, ook als ik moet toegeven dat ik niet weet waar het zich ­bevindt en niet kan zeggen wie tegen wie praat als ik in mezelf praat. Waar wij het meest aan hangen, onszelf of onze identiteit, ‘is niet zo diep verankerd als we gewoonlijk aannemen’, ­aldus De Wit, en dat vond ik – ondanks mijn dierbare ik – wel een prikkelende gedachte. Ook omdat het om zich heen grijpende idee van in beton ­gegoten identiteiten me niet erg ­bevalt, het zijn de tegenstrijdigheden en gelaagdheden die mensen diepte geven.

Grensoverschrijdingen van de ene naar de andere identiteit

Ik moest denken aan de laatste twee afleveringen van Zomergasten, waarin achtereenvolgens correspondent Nina Jurna en schrijver/filosoof Maxim Februari aan de hand van tv-fragmenten iets lieten zien van hun levensverhaal, dat altijd inderdaad een verháál is: een persoonlijke ordening van gebeurtenissen, ervaringen, herinneringen. Beiden hadden een zoektocht naar zichzelf achter de rug, om het beetje te simpel uit te drukken. Daardoor konden ze terugkijken op grensoverschrijdingen die veel mensen zouden zien als de overgang van de ene naar de ­andere identiteit, maar waarom zouden die niet ­verschillende aspecten zijn van dezelfde persoon?

De geadopteerde Jurna, die tegenwoordig in Brazilië woont, vond jaren geleden al haar biologische moeder, een Surinaamse, maar pas onlangs haar vader: een Palestijn. Ze voelt zich evenzeer Nederlandse als Latijns-Amerikaanse. Februari ging over van vrouw naar man, en vertelde hoe de ‘weldenkende’ goegemeente hem en andere transseksuelen pleegt te beschouwen als een buitencategorie, geheel ­bepaald door hun seksuele identiteit. “Alsof wij niet ook gewoon beroepen hebben.”

Conclusie: wij zijn altijd meer dan dat ene kenmerk dat anderen of wijzelf voor wezenlijk houden. Geen idee of we hiermee nog een beetje in de buurt van het boeddhisme zijn, maar dit lijkt me in tijden van doorgeschoten etnische, nationale, religieuze en seksuele etikettering sowieso een nuttige notie. ­Februari refereerde in Zomergasten aan een Afrikaans gezegde, gebezigd bij de dood van een ouder persoon. In iets aangepaste vorm luidt het als volgt: ‘Een mens is niet zomaar een verhaal, zelfs niet ­zomaar een boek, maar een hele bibliotheek.’

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden