null

OpinieSloop

Wees zuinig op jong cultureel erfgoed, ook als het lelijk is

Ja, we moeten bouwen, bouwen, bouwen. Maar offer cultureel erfgoed niet op aan nieuwe woningen, bepleit Bene Colenbrander, adviseur in het publieke domein. Zelfs niet als het ‘lelijk’ is.

Redactie Trouw

In het coalitieakkoord formuleert de nieuwe coalitie het doel om de woningbouw te versnellen naar 100.000 woningen per jaar. Een begrijpelijk streven. Tegelijkertijd bedreigt de noodzaak om te bouwen veel erfgoed met sloop. Als het nieuwe kabinet cultuur echt ‘van wezenlijk belang voor onze samenleving’ vindt, zoals ook in het akkoord staat, moet het rekening houden met de waarde van wat er al staat.

Vooral de culturele waarde van erfgoed dat na 1965 is gebouwd wordt niet meegenomen door wethouders en ontwikkelaars. Voormalig rijksbouwmeester Floris Alkemade en directeur voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Susan Lammers schreven daar recentelijk over dat dit ‘karakteristieke gebouwen, complexen en kunstwerken’ zijn die we ‘niet vanzelfsprekend mooi vinden’, maar die toch voorbeelden zijn van ‘inspirerende bouwkunst’. Denk aan uit de gratie geraakte gebouwen als het Drinkwatercomplex in Kralingen, het Koninklijke Conservatorium en het voormalig ministerie van sociale zaken (SoZa), beide in Den Haag.

SoZa is een goed voorbeeld van het probleem. Wethouder Anne Mulder (VVD) wijst erop dat het geen monument is en daarom gesloopt mag worden. Formeel gezien klopt dat. In Nederland zijn er überhaupt nauwelijks monumenten van na 1965 te vinden. Het helpt niet dat SoZa als lelijk en gesloten wordt gezien. Iedereen die voor het gebouw heeft gestaan, moet die kritiek kunnen begrijpen. En tóch moet het blijven staan.

Het oude ministerie van sociale zaken in Den Haag van architect Herman Hertzberger dreigt gesloopt te worden.  Beeld ANP / Norbert van Onna
Het oude ministerie van sociale zaken in Den Haag van architect Herman Hertzberger dreigt gesloopt te worden.Beeld ANP / Norbert van Onna

Zelfs het Binnenhof werd in de negentiende eeuw genomineerd voor sloop

Om meerdere redenen is lelijkheid geen reden tot sloop. Allereerst is in elk museum van moderne kunst lelijke kunst te vinden die we toch waarderen. Ten tweede verandert het idee van mooiheid en lelijkheid voortdurend. Zelfs het Binnenhof werd in de negentiende eeuw als oude meuk genomineerd voor sloop. Ten derde: lelijk of niet, met de sloop van dit soort gebouwen gaan geschiedenis en identiteit van de stad verloren.

Daarom gaan we spijt krijgen van de sloop van een gebouw als SoZa, dat als uitzonderlijk voorbeeld van het structuralisme geldt. Daar is zo ongeveer de hele erfgoedwereld het over eens: naast Alkemade en Lammers heeft ook de eigen Haagse monumentendienst zijn waardering uitgesproken en hebben erfgoedverenigingen Heemschut en het Cuypersgenootschap een monumentaanvraag ingediend.

In de Haagse raad worden deze geluiden helaas niet serieus genomen – ook niet door partijen die claimen cultuur serieus te nemen. Zo schreef D66 in het landelijke verkiezingsprogramma dat ‘behoud van het Nederlands erfgoed vanzelfsprekend lijkt, maar dat niet is’, terwijl het in Den Haag voorstander is van de sloop van SoZa.

Kies voor herontwikkeling

Daarmee dreigt men een tijdelijk probleem – de woningnood – op te lossen door tijdloze culturele waarde te vernietigen. Het zou het vertrouwen in de politiek helpen als de partijen die deze keuze maken zich niet zouden verschuilen achter formaliteiten als een afwezige monumentstatus. Nog beter: kiezen voor herontwikkeling, waarvan genoeg succesvolle voorbeelden te vinden zijn. Denk bijvoorbeeld aan het Burgerweeshuis in Amsterdam of de bibliotheek aan het Neude in Utrecht. Toevallig ging dáár ook een jarenlange strijd in de gemeenteraad aan vooraf, zoals nu het geval is in Den Haag rondom SoZa, dat herontwikkeld zou kunnen worden tot sociale huur. Daar ligt al een plan van de oorspronkelijke architect, Herman Hertzberger, voor klaar – een plan dat, ook omdat sloop niet duurzaam is, past bij de transities in de leefomgeving.

Halverwege de vorige eeuw bouwde Cornelis van Eesteren in Amsterdam volgens de principes ‘licht, lucht en ruimte’. Deze zijn in onze tijd ingewisseld voor ‘bouwen’, ‘bouwen’ en ‘bouwen’. De nieuwe minister van volkshuisvesting Hugo de Jonge doet er goed aan dit mantra niet ten koste van alles ter harte te nemen. Ja, er moeten snel woningen bijgebouwd worden – maar daarvoor is het bestaande erfgoed een middel, en geen obstakel.

Lees ook:

De kantoortuin: ruimtelijk of ongezond?

Eens ging de open werkplek door voor revolutionair, nu krijgt de kantoortuin vooral kritiek. Bedrijfsartsen waarschuwen zelfs voor hoofdpijn, stress en burn-out. De zoektocht naar de ideale werkplek gaat door. ‘Als we terug willen naar die hokken, lopen we achteruit.’

Voor nieuwe woningen is er in de stad nog plek zat

De behoefte aan woningen neemt snel toe en daarmee ook de roep om te bouwen in het weiland. Nee, gebruik de ruimte die er nog is in naoorlogse wijken, zegt architectenbureau KAW.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden