null

OpinieUruzgan

Wederopbouwmissies gaan niet zonder gevechten, geef dat nou toe

Beeld Trouw

Militaire interventies, ook in het geval van wederopbouwmissies, gaan gepaard met bloedvergieten. Wees hier eerlijk over, bepleit Tine Molendijk, universitair docent aan de Nederlandse Defensie Academie.

De moed zakte me in de schoenen na de ­hernieuwde commotie over de zogeheten Slag bij Chora, die plaatsvond tijdens de Nederlandse missie in Afghanistan. De Slag besloeg ­driedaagse gevechten in Afghanistan in 2007, tussen Nederlandse en ­Afghaanse troepen enerzijds en ­Talibanstrijders anderzijds.

Een slag met veel burgerslacht­offers door Nederlands vuur. Zo ­publiceerde Trouw op 16 maart een reconstructie van de gevechten, mede naar aanleiding van de rechtszaak die Afghaanse nabestaanden hebben aangespannen. Op 23 maart zond NPO 2 een documentaire uit waarin Nederlandse veteranen en Afghaanse nabestaanden spraken over buitensporig geweld door ­Nederlandse troepen. In plaats van een open en eerlijke discussie, wat leek beoogd met de media-aandacht, ­ontstond er tot mijn spijt een maatschappelijke splitsing – zoals zo vaak als het gaat om militaire thema’s.

Kritisch, maar niet goed geïnformeerd

Die splitsing zag ik zelf afgelopen weken van dichtbij gebeuren. Eerst waren er geschrokken vrienden die me appten. Wist jij van die slacht­offers, vroegen ze. Dit kan toch niet? Kritische Nederlanders dus, onmisbaar voor een goed functionerende krijgsmacht, maar niet altijd even goed geïnformeerd. Daar kom ik zo op terug. Toen kwamen berichten van militaire collega’s en veteranen die ik ken door mijn onderzoek onder getraumatiseerde Afghanistan-veteranen. Angstig zagen zij hernieuwde publieke ophef aankomen. Wéér dit verhaal in de media, schreven ze. We hebben laagbetaald ons stinkende best gedaan, tegenover een opponent die zich tussen de burgers verstopte. Alsof we zelf niet nog altijd die moeilijke keuzes die we hebben gemaakten, op het netvlies hebben staan, nachtmerries ervan hebben. Wat we ervoor terugkrijgen in Nederland, is mensen die af en toe roeptoeteren vanaf de zijlijn.

En dan zijn er de veteranen die zich uitspraken in Trouw en de ­documentaire, van wie ik er ook één ken via bovengenoemd onderzoek. Zij hebben hun leven stuk zien gaan onder gewetenswroeging, hebben zich verraden gevoeld door de organisatie. Nu ze publiekelijk zijn gaan ‘biechten’, worden ze zelf als verraders gezien door sommige collega’s. Het resultaat, kortom: grote onderlinge vervreemding.

Wat hieraan te doen? Er is een ­terechte roep om openheid vanuit Defensie, maar het probleem lijkt onjuiste maatschappelijke beeld­vorming. Allereerst de indruk dat het hier om een geheel nieuwe onthulling gaat. Direct na de gevechten in 2007 deden Isaf, de VN, de onafhankelijke Afghaanse mensenrechtencommissie AIHRC en het OM er onderzoek naar. Tegelijkertijd werd er hevig over gedebatteerd in zowel de Tweede Kamer als de media. Wie ‘Chora’ intypt op Google, stuit vanzelf op de vele berichten erover.

Neem ook de voortdurende discussie over of het nu een wederopbouw- of gevechtsmissie was. Deze valse tegenstelling was een realiteit van de Tweede Kamer en media, niet van de regering en krijgsmacht. De meeste militairen wisten dat ze gingen vechten. Ze werden uitgezonden als lid van de Battle Group. En naar buiten toe heeft de regering sinds het begin verklaard – hoewel dit explicieter had gekund – dat de missie wederopbouw- en gevechtselementen combineerde.

Een situatie als ‘Chora’ zal weer voorkomen

Meer algemeen bestaat er een problematische maatschappelijke ‘dit had nóóit mogen gebeuren’-­reflex. Maar situaties als Chora kunnen gebeuren in uitzendsituaties – en zullen ook weer gebeuren.

Openheid en transparantie vanuit Defensie is cruciaal, maar leidt pas tot een echt gesprek als die ook vanuit de samenleving komt. Nederlanders willen wel vlees eten, maar de koe niet geslacht zien worden, zo zei een militair me eens. Dit moet anders. Juist als we de smerigheid van oorlog willen indammen, moeten we ons onbehagen erover toelaten en durven praten over bloed, geweld en afgerukte lede­maten. Pas als we erkennen dat militaire interventie geweld kan betekenen, en dus ook onschuldige slachtoffers, zelfs door onnodige fouten, pas dan kunnen we er een open en zinvol ­gesprek over voeren.­

Lees ook:

Militair Servie Hölzken ging volledig over de schreef in Uruzgan. ‘Het moet verteld worden’

De Nederlandse veteraan Servie Hölzken vertelt hoe hij op een avond in de Afghaanse provincie Uruzgan huizen beschoot en mogelijk burgers doodde. ‘Pas later drong het tot me door hoe fout het was.’

Nederlandse soldaten doodden mogelijk burgers in Uruzgan. Defensie wil onderzoek

Een Nederlandse veteraan vertelt hoe hij in de Afghaanse provincie Uruzgan huizen beschoot en mogelijk burgers doodde. Defensie gaat met de oud-militair praten en met justitie overleggen over een onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden