null Beeld
Beeld

ColumnStijn Fens

We zijn nog niet van 2020 af

De Japanse schrijver Haruki Murakami heeft een boek over zijn overleden vader geschreven. Het heet: Een kat achterlaten. Murakami schrijft dat hem vooral de heel gewone, alledaagse gebeurtenissen die hij en zijn vader samen meemaakten, zijn bijgebleven. Vervolgens vertelt hij hoe hij en zijn vader een keer naar het strand gingen om daar hun kat achter te laten.

Heel gewone, alledaagse gebeurtenissen dus?

Blijkbaar was of is het achterlaten van een kat op het strand iets heel normaals in Japan. Ik zou het niet weten. Als het gaat om kennis over Japan ben ik aangewezen op Haruki Murakami zelf en iemand als Paulien Cornelisse, die er schitterende televisieprogramma’s over maakte. Maar om nou te zeggen dat beiden ervoor hebben gezorgd dat ik Japan beter begrijp? Nee, hoe meer ik over het land te weten kom, des te groter het raadsel wordt. Daar is niets mis mee. Zonder mysteries is het leven maar een saaie bedoening.

De kat deed haar best om terug te komen

Murakami beschrijft in het boek hoe hij – achter op de fiets bij zijn vader – langs de rivier de Shukugawa naar het strand bij Koroën rijdt om de kat achter te laten. Dat doet hij in heel gewone alledaagse zinnen, maar dan wel ritmisch perfect achter elkaar gezet. Als ze weer thuis zijn en met gemengde gevoelens de voordeur openschuiven, staat de kat daar. Ze heeft hen op weg naar huis ingehaald. Murakami herinnert zich de stomverbaasde blik van zijn vader, die geleidelijk plaats maakt voor een uitdrukking van bewondering. “De kat bleef uiteindelijk onze kat. Ze had zo haar best gedaan om bij ons terug te komen dat we haar wel moesten houden.”

Op de flaptekst van dit kleine en prachtig geïllustreerde boekje las ik dat vader en zoon Murakami twintig jaar nauwelijks contact met elkaar hadden, maar dat de schrijver kort voor de dood van zijn vader hun band heeft kunnen herstellen. Vervolgens begreep ik het verhaal over de kat die op het strand werd achtergelaten als een metafoor van de relatie tussen vader en zoon. De zoon kan zijn vader niet achterlaten. De vader haalt de zoon weer in.

Ik las het boekje in het niemandsland dat op Kerst volgt. Die vreemde dagen waarin het verleden en het heden traditiegetrouw met elkaar de strijd aangaan. Het oude jaar zit er kalendermatig bijna op, terwijl het nieuwe jaar ongeduldig als een jonge hond voor je staat. Sterker nog: ik schrijf deze column in 2020, terwijl hij pas in 2021 in de krant verschijnt. Als het tenminste 2021 is geworden. Helemaal zeker ben ik daar op het moment van schrijven niet van.

Zal de tijd wel met ons meelopen?

Het jaar 2020 is al tot ‘rampjaar’ betiteld en dan wordt de eerste januari iets om naar uit te kijken, omdat we op die datum hopen dat we dat rampjaar dan ook eindelijk echt achter ons kunnen laten. Op oudejaarsavond zullen we in onze eigen kleine kring aftellen, omhelzen wie we kunnen omhelzen en een slok nemen. Maar zal, wanneer we om 12 uur ’s nachts op onze mobiele telefoons kijken, de tijd wel met ons zijn meegelopen? Misschien is het dan wel 1 januari geworden, maar staat nog steeds het jaar 2020 op onze schermpjes. Paniek zal uitbreken, computers zullen op hol slaan en premier Rutte zal door een onrustig Den Haag naar het Catshuis fietsen voor een crisisoverleg.

Ik ga ervan uit dat dit allemaal niet gebeurd is, maar het zal nog wel een tijd voelen alsof het nog 2020 is. Ik schat dat het werkelijke gevoel van een nieuw begin pas ergens in de komende herfst zal komen.

Onze doden moeten we wel in 2020 achterlaten, ongewild. Zij zijn uit de tijd gestapt. Het gaat om enorme aantallen. Sinds 1945 overleden er niet zoveel mensen in ons land als in 2020. Ook ik moest van mensen afscheid nemen. Ik verloor geen dierbaren, maar ik rouwde wel. Zoals om een geliefde dirigent die zorgde voor hemelse klanken in een Amsterdamse basiliek. Ik zag hem net nog in mijn gedachten door de kerk naar het koor lopen. Een alledaagse, gewone gebeurtenis, die toch zal blijven terugkomen in mijn herinnering.

Zoals de kat die je denkt op het strand te hebben achtergelaten, niet alleen ongemerkt achter je aan mee terugloopt, maar je uiteindelijk zelfs inhaalt.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden