Column

We wurgen de liefde voor lezen onder scholieren

Stevo Akkerman Beeld Trouw

Op het gevaar af mijzelf te verraden als iemand die leeft in lang vervlogen tijden, wil ik toch maar beginnen met een citaat van Multatuli. Dit namelijk: “Ik leg mij toe op ’t schrijven van levend hollandsch. Maar ik heb schoolgegaan.”

Ik herinnerde me die uitspraak uit mijn eigen schooltijd, al was me niet bijgebleven dat het Multatuli – pseudoniem, jongens en meisjes, van Eduard Douwes Dekker – ging om dat ‘levende’ taalgebruik. Ik had in mijn hoofd dat hij de school schuldig achtte aan het verpesten van elk schrijfplezier, maar dat was wat al te vooruitziend. Inmiddels klopt het echter helemaal en weten zelfs docenten Nederlands niet meer wie Multatuli was.

Het literatuuronderwijs ligt op apegapen, erger nog: de hele Neerlandistiek is marginaal geworden. De VU schrapt het complete vak Nederlands in de bachelor-fase, omdat er voor het komende cursusjaar maar vijf studenten op afkwamen. Elders is het niet veel beter; in totaal waagden dit jaar slechts 201 studenten zich aan Nederlands, een halvering ten opzichte van 2011-2012.

De opleiding is ‘verliesgevend’, verklaarde de woordvoerder van de VU, tot afgrijzen van iedereen die onze taal en cultuur een warm hart toedraagt. Maar we moeten hem dankbaar zijn, want zijn woordkeuze illustreert precies wat er gaande is, en dat gaat veel verder dan de VU. En verder dan de overige universiteiten. Hans Bennis van de Taalunie wees gisteren in Trouw naar de manier waarop Nederlands op de middelbare school wordt gegeven. Het is een ‘servicevak’ geworden, een instrument om andere vakken te kunnen behappen. “Het draait om goed leren lezen en schrijven. Ik mis de inhoud over taal en letterkunde.”

Dat deed me denken aan wat hoogleraar Gert Biesta eens tegen mij zei over pedagogiek; hoe die uit het zicht is verdwenen, ook op de pedagogische opleidingen. Wat onderwezen wordt, zijn methodes en vaardigheden, maar het doel van dat alles (‘wat voor mensen zou je willen dat deze leerlingen werden’) is verdampt. Terwijl dat toch begin- en eindpunt zou moeten zijn. Om het toe te spitsen op Nederlands: niets tegen goed lezen en schrijven, maar mag het ook nog gaan om datgene wat er dan gelezen en geschreven wordt.

Literatuur prikkelt

Onze taal en cultuur vertellen waar we vandaan komen en bepalen mede wie we zijn – misschien ook wel wie we niet willen zijn. Dat is wat jongeren bij uitstek bezighoudt en niets prikkelt het denken en het gesprek daarover meer dan de literatuur. Wie de literatuur verbant naar de marge, eindigt met een zielloos vak. Nederlands is het saaist van alles, vinden scholieren (79 procent van de havisten, 67 procent van de vwo’ers). En dan kun je er ook nog eens niks mee – kies exact!

Natuurlijk zullen nooit alle leerlingen in vuur en vlam staan voor de letteren, maar wat we nu doen is de liefde voor het lezen wurgen, en dan bedoel ik niet het lezen van een balans. Er zijn dingen die nut hebben en er zijn dingen die zin hebben; dat vergeten is pas echt verliesgevend.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Lees ook:

Het vak Nederlands moet weer sexy worden

Het aantal studenten dat kiest voor neerlandistiek halveerde in een paar jaar tijd. Dat kan anders, vinden critici.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden