Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

We vragen ons nooit af wat racisme eigenlijk kost

Opinie

Seada Nourhussen

Seada Nourhussen: "we zweven." © Maartje Geels
Column

Pure vreugde. Ben ik ooit eerder, in de acht jaar dat ik Afrika-redacteur ben, op het continent geweest om pure vreugde op te tekenen? 

Er was in Zimabwe zoveel intense blijdschap dat ik soms worstelde om de emoties, na 37 jaar opgekropte onmacht onder president Robert Mugabe, te beschrijven. Het spontane straatfeest dat over Zimbabwe uitrolde nadat Mugabe eindelijk aftrad was typisch zo’n ‘daar moest je bij zijn’-moment. Niet te vangen in een paar alinea’s.

Lees verder na de advertentie

Natuurlijk waren er ook meteen zorgen. Over de rol van het leger en het bloedige verleden van de nieuwe leider Emmerson Mnangagwa. Maar dat kwam later, eerst was het feest.

Het was zo mooi en oprecht dat zelfs ik er, bij mijn eerste bezoek aan Zimbabwe, emotioneel van werd. Omdat ik bijna nooit naar Afrika ging voor een verhaal over verandering. Meestal ben ik er om te beschrijven hoe ontzettend lang de weg daar naartoe nog is.

Kinderfeest

In het vliegtuig naar Nederland, waar ik op adrenaline ’s nachts het laatste verhaal uitschreef, wilde ik dat gevoel uit Zimbabwe vasthouden: hoop, verandering, eenheid. Maar ik was vergeten dat het hier weer op een beschamende wijze over ‘een kinderfeest’ ging.

Dat anti-racisten het recht op demonstreren – alweer – was ontnomen door bestuurders en een politiekorps dat liever handen schudt met racistische wetsovertreders. Dat bewindslieden hier begrip voor hadden. Dat een krant, die onder hetzelfde bedrijf valt als deze krant, daarna niet pal voor burgerrechten ging staan, maar opriep tot het tijdelijk inperken van vrijheden.

Dat extreem-rechts die vermoeiende discussie, die nooit het niveau van schmink en pruiken ontstijgt, heeft geïnfiltreerd. En dat liberaal wit, dat zich graag distantieert van neonazi’s die basisscholen binnenvallen, de anti-racistische agenda plots claimt. Maar op een manier die anti-racisten schaadt omdat het zich presenteert als het redelijke alternatief: wel voor verandering, maar niet zo drammerig als die radicalen, hoor. Het veilige midden.

Maar zonder die radicalen konden mensen als Arjen Lubach niet op het schild gehesen worden als held tegen deze gênante traditie – ik weiger de racistische karikatuur nog bij naam te noemen. Lubach kan in zijn comfortabele positie als witte man met lollig doen achter een bureau zich een strijd toe-eigenen zonder het woord ‘racisme’ te gebruiken. Een strijd waar anderen voor in elkaar zijn geslagen, opgepakt en banen hebben verloren.

Op Twitter noemde activist Arzu Aslan Lubachs grote­­ voorbeeld, de Amerikaanse ex-host van de ‘Daily Show’ Jon Stewart. Hij gaf wel toe dat er naar hem eerder geluisterd wordt als het op racisme aankomt. Hij nodigde­­ daarom geregeld zwarte anti-racisten uit. Stewart ging verder dan grappen maken.

Wat kost racisme?

In Nederland vragen we ons nooit af: wat kost racisme? Psychisch, financieel en sociaal? En vooral: wat kost het zwarte Nederlanders? Dat anti-racisten de mond wordt gesnoerd is niet nieuw, maar een patroon: al jaren wordt hun demonstratierecht rond deze tijd van het jaar geblokkeerd. Daarom voelt ook stukjes tikken daarover niet meer als genoeg.

Mijn allereerste column in Trouw ging over mijn allereerste demonstratie, tegen politiegeweld na de dood van onder meer Mitch Henriquez. Ik was zenuwachtig, wist niet of een journalist dat moest doen. Maar zaterdag ga ik vol overtuiging mee ‘terug naar Dokkum’. Ik wil demonstreren voor vrijheid van meningsuiting en demonstratierecht. Benieuwd of ik daar de kersverse witte helden van het veilige midden ook ga zien.

Lees hier meer columns van Seada Nourhussen. 

Deel dit artikel