null Beeld

ColumnSylvain Ephimenco

We proosten met azijn op de verjaardag van de pandemie

Om de eerste verjaardag van de pandemie te vieren, haalde mevrouw Ephi gisteren een fles balsamico­azijn uit onze kelder, oogst 1997, ook wel bekend onder de naam ‘zwart goud uit Modena’. Met tegenzin schoof ik bij haar aan en schonk het stroperige spul in twee bekertjes van gerecycled karton. Met een grimas nam ik een eerst slokje uit mijn bekertje.

“Covid!”

Mevrouw Ephi kneep haar neus dicht, nam met tranende ogen ook een slokje en begon herinneringen op te halen. Of ik nog wist hoe naïef en vol goede moed we de lockdown ingingen een jaar geleden? Ik knikte. Zoals alle andere Nederlandse columnisten begon ik toen De Pest (1947) te herlezen. Ik weet nog hoe het werk van Albert Camus binnen een maand de top drie van meest verkochte boeken was binnengestormd. Fijntjes merkte Geliefde op dat De Pest ons een veel te rooskleurig beeld had geschetst van de duur van een epidemie. Vanaf de ochtend van 16 april, wanneer in het boek arts Bernard Rieux een dode rat op de overloop van zijn praktijk vindt, en het einde van de epidemie in Oran in de maand januari, waren amper negen maanden verstreken. Maar wij gingen, na een vol jaar, nog de derde golf tegemoet. “De vierde is pas door sommigen voor deze zomer gepland”, zei ik met geveinsd optimistisme, een flauwe glimlach op de lippen, om de lucht enigszins te klaren.

“Nee, het gaat nog erger worden”, zei ze en ze drukte het laatste nummer van wetenschappelijk tijdschrift Nature onder mijn neus. Ik las de vette letters: Coronavirus is here to stay. Ze liet me ook het zojuist binnengekomen bericht zien: ‘6068 nieuwe besmettingen, hoogste aantal in twee maanden’. Ik besloot te zwijgen en haar vooral onwetend te laten van het nieuw record doden dat afgelopen donderdag in Brazilië was gevestigd: 2233 op één dag. Toen begon ze over de Wereldgezondheidsorganisatie die voorspelde dat we zelfs rond eind 2022 nog niet covidvrij zouden zijn. Ik nam een nieuw slokje azijn en probeerde haar moraal op te krikken: “Baudet zei op tv dat het maar een griepje is.”

Ze schudde misprijzend haar hoofd en zei dat de lucht op aarde vergeven was van gevaarlijker virusvarianten: “De Britse B.1.1.7! De Zuid-Afrikaanse B.1.351! De Brazilianse B.1.1.28! De Californische B.1.427! En ook nog de Mexicaanse en de Filipijnse! Straks zitten we wie weet ook nog met virusvariant Coolsingel en Omgeving opgeschept!” Ik probeerde de boel op te vrolijken en vroeg wat ze dacht van een frisse neus halen bij de Lidl of de Aldi? Maar ze was niet te stoppen en begon over de ‘Big One’. Ze bedoelde in goed Nederlands die ene grote covid-variant die binnen enkele dagen de gehele mensheid mogelijk ging uitroeien. Ik zuchtte en zei dat er geen precedent was in de wereldgeschiedenis. Ze keek me indringend aan: “Dat zeiden de dinosaurussen 165 miljoen jaar lang probleemloos tegen elkaar, maar op een dag viel er een grote steen op hun hoofd en waren ze in een klap uitgestorven!”

Moedeloos en gedeprimeerd stond ik op, dronk het restje balsamicoazijn op en besloot een pak verse mondkapjes te gaan kopen.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden