Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

We moeten ons inzetten voor verbinding, met volledige steun voor degenen die hun nek uitsteken

Opinie

Irene van Staveren

Irene van Staveren © Maartje Geels
Column

Ik ben dol op cijfers. Ik hou Excel-bestanden bij voor vakantie-uitgaven en migraineaanvallen. Sommige dingen zijn nu eenmaal het beste in getallen uit te drukken. 

Sterker nog, daarmee druk je dan meteen ook een kwaliteit uit. Zo moet een volledig, transparant, kloppend jaarverslag alle cijfers bevatten aan debet- en creditzijde. Gesjoemel met cijfers over in welk land winst gemaakt wordt kan nooit goed gemaakt worden met woorden. En al helemaal niet met zelfgenoegzame uitspraken als ‘wij houden ons aan de Nederlandse wet’. Nee, ik wil gewoon de cijfers zien van Shell. Hoeveel winst ze werkelijk hebben gemaakt per land en hoeveel belasting ze daarover afdragen per land. En niet alleen van Shell, maar van elk bedrijf. Ik wil ­pure kwantiteit zien. Geen wollige taal over de kwaliteit van het bedrijf.

Lees verder na de advertentie
Het vertrek van Seada Nourhussen is ook een aanleiding om de dialoog te verbreden

Maar soms kan een te grote focus op kwantiteit juist de kwaliteit ondermijnen. Dietrich Bonhoeffer zei het heel mooi in zijn brieven geschreven in een Berlijnse gevangenis in het laatste oorlogsjaar, gebundeld in ‘Verzet en Overgave’. “Kwantiteiten betwisten elkaar de leefruimte. Kwaliteiten vullen elkaar aan.” Wanneer het gaat om een proces, om diversiteit, om iets ontwikkelen en produceren, dan heb je samenwerking nodig en elkaar aanvullen. Juist daarom blijken diverse teams – zowel op de werkvloer als in een bestuur – succesvoller dan homogene groepen. Omdat ieder mens uniek is en iets kan toevoegen en daarmee bijdraagt aan een creatieve en flexibele dynamiek, waardoor het geheel meer is dan de som der delen. Een bestuur van vijf witte mannen van middelbare leeftijd met een economieopleiding leidt al gauw onder een blikvernauwing waar ze zichzelf niet van bewust zijn.

Competitie-samenleving

De toegevoegde waarde van diversiteit is onderzocht voor sekse, etnische achtergrond, leeftijd, en expertise. Natuurlijk schuurt het weleens – omdat samenwerking in een heterogene groep meer moeite kost dan in een ons-kent-ons setting. Dat kan liggen aan kleine dingen, zoals botsende gewoontes of verschillende interpretaties van afspraken. Het kan ook aan grotere dingen liggen. Zoals vooroordelen over de ander en een sluimerende strijd om het eigen gelijk. Dan wint opeens de onderlinge competitie het van de samenwerking. Dan verliest de kwaliteit het van de kwantiteit. Het gaat dan opeens om banale getallen: wie is nummer één? Hoeveel medestanders kan ik ronselen om de anderen te overrulen? Dan is de verbinding zoek, zoals mijn collega-columnist op deze plaats in de krant, Abdelkader Benali, het vorige week zo mooi schreef. ‘We leven in een competitie-samenleving. Om te winnen moet de ander verliezen.’ En hij kan het weten als marathonloper.

Toen hij dat schreef wist hij nog niet dat onze beider collega, Seada Nourhussen, de verliezer zou zijn van een ontspoord debat over dagelijks racisme en over onvoldoende expliciete en warme steun van redactie en collega’s. Hij vroeg zich in zijn column af: ‘Is er ook nog ruimte voor dialoog?’ Met het vertrek van Seada leek de dialoog over racisme in deze krant even te stokken. Of eigenlijk, er was al weinig dialoog, want haatmails, twittergal en bedreigingen zijn natuurlijk geen inhoudelijke bijdragen aan welke dialoog dan ook.

Gelukkig hoeven we deze 1-0 achterstand niet te ­accepteren. Want Seada’s vertrek is ook een aanleiding om de dialoog te verbreden. Het besef dringt door dat ­racisme ons allen aangaat. Dat we dus met z’n allen moeten blijven praten, luisteren en bevragen. Weg van het streven te winnen om anderen te laten verliezen. Inzetten voor verbinding, ook als het lastig is, en met volledige steun voor degenen die hun nek uitsteken.

Irene van Staveren

Irene van Staveren is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit. Voor Trouw schrijft ze om de week een column over economie.

Deel dit artikel

Het vertrek van Seada Nourhussen is ook een aanleiding om de dialoog te verbreden