Beeld Maartje Geels

Column Marianne Zwagerman

We kunnen wel wat moed van buiten Europa gebruiken

Mijn woonboot drijft daar waar de grootste snoeken van Nederland zwemmen. En dan heb ik nog geluk, in de aanpalende plas die door zandwinning bijna 50 meter diep werd, liggen snoeken zo groot als duikboten op de loer. In november legde net naast mijn zwemtrap een visbootje aan. Ik wees de in groen rubber gehulde mannen erop dat de plas heel groot is, of dat vissen niet op een andere plek kon dan recht voor mijn raam. “Nee mevrouw, hier bij de steiger zitten de grootste snoeken”, klinkt telkens na in mijn hoofd als ik nu een duik neem. Op YouTube circuleert een filmpje met de naam ‘Jaws’ waarin een meisje vertelt hoe ze werd gegrepen door een snoek, dicht bij mijn huis. Zelf had ik als kind ook eens een snoek aan mijn voet. Ik zat pootjebadend te vissen in de sloot met een leefnet naast me in het water. Toen ik na het verbreken van het wereldrecord op de 500 meter sprint huilend voor mijn moeder stond zei ze: “Daar word je groot van”.

Maar dat zeggen moeders niet meer in het rubberentegelparadijs dat we van Nederland hebben gemaakt. Waar kinderen niet meer uit een zelfgebouwde boomhut mogen vallen, maar op een wipkipje moeten schommelen met een helmpje op voor het geval ze eraf kukelen, op de rubberen tegels in het speelparkje. Waar de zwemplas moet worden leeggevist als een snoek in een kinderteen bijt. Waar om alle eikenbomen rood-witte linten worden geknoopt als een enge rups er zijn nestje bouwt. Waar problemen niet worden opgelost met weerbaarheid en gezond verstand, maar met regels, waarschuwingsborden en dranghekken.

In het rubberentegelparadijs

Waar we een zomerse dag van 38 graden niet overleven zonder hitteplan. Waar we mensen niet meer het recht geven hun eigen problemen op te lossen, maar ze gevangen houden in een wereld van schijnveiligheid. Waar kinderen kunnen verongelukken in een elektrische bakfiets, waarvan elke automonteur direct ziet dat die onveilig is, maar die op papier helemaal klopte. Want papier werd belangrijker dan praktijkkennis in het rubberentegelparadijs, waar we een rijbewijs moeten halen om op een paard te mogen rijden. Waar we zwemexamens afleggen en er ook nog een instituut is dat toezicht houdt op het afgeven van zwemdiploma’s. Ruiterbewijs, zeildiploma, vaarbewijs: voor alles behalve de voortplanting hebben we tegenwoordig een papiertje nodig.

Maar de jonge mensen die opgroeiden in dit rubberentegelparadijs durven zich helemaal niet meer voort te planten, ze lijden aan baarangst. Dat komt er van kinderen die de hele dag ‘Pas op!’ horen in plaats van ‘Probeer maar, kan jij wel’. We werden een laf volk dat nergens meer tegen bestand is. Terwijl we ooit moedig waren, onze voorvaderen zeilden verder als de kaart ophield. Van mij mag daarom de loper uit voor iedereen die na een helse reis door de woestijn in een rubberbootje Europa weet te bereiken. We kunnen wel wat moed gebruiken.

Columniste Marianne Zwagerman vervangt deze zomer samen met Jamal Ouariachi columnisten Sylvain Ephimenco en Stevo Akkerman. Lees hier eerdere columns van Zwagerman terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden