ColumnRenske Jonkman

We hebben de Polen nodig, maar niemand wil naast ze wonen

Beeld Loek Buter

Inmiddels staan overal langs de weg kraampjes met pioen­rozen: twee of drie euro per bos, soms vijf. “En dan is de piek van de oogst pas over een week”, zegt Rob, pioenkweker. Hij zit op zijn sokken aan de keuken­tafel, een grote, sterke man met een bruinverbrand gezicht. Samen met zijn gezin woont hij in zo’n typische ruilverkavelingsboerderij met grote ramen, helemaal aan het einde van de polderweg, waar ik toch zeker een paar keer per week langsfiets. Hij heeft tien hectare land in bezit, zelfs in Limburg, maar hij teelt voornamelijk op de Westfriese kleigrond waarop zo’n vijftien verschillende soorten pioenen staan, zoals Coral Sunset, Flame en dé Sarah Bernhard, een nogal populair ras, begrijp ik.

Afgelopen winter werkte hier nog een Poolse arbeider, zo vertelt hij, een ingenieur van oorsprong, die vanwege de gesloten grenzen in maart plotseling niet terug mocht reizen. Twee maanden lang timmerde en smeedde hij op het erf alles wat los- en vastzat, zodat er nu nieuwe luxe tuinbanken in de voortuin te koop staan, en ijzeren vuurkorven met de naam van het dorp erin gegraveerd. Ook repareerde hij de trekker.

Zeker vijftig seizoenarbeiders uit Polen heeft Rob nodig, als komende week de bloemknoppen op springen staan en de oogst losbarst. Geen idee of dat lukt. “Ze mogen alleen de grens over als ze een contract hebben bij een arbeidsbureau. Dat hebben de meesten wel, maar niet allemáál.” Laatst zijn ze gewoon met een busje van acht man de grens overgegaan, zo hoorde hij, dat mocht eigenlijk niet, maar ja, ze willen gewoon graag werken.

Zwaar seizoenswerk

Willen Nederlanders dan niet helpen met oogsten, vraag ik, mensen die nu zonder werk thuiszitten? Zijn eenentwintigjarige blonde dochter, die tegenover hem zit, schudt haar hoofd: “In Nederland moet je het werk écht leuk vinden, anders doen ze het niet. En dit is zwaar seizoenswerk.”

“We hebben de Polen nodig”, zegt Rob, “maar niemand wil naast ze wonen.”

In zijn grijze, rommelige bestelbus rijd ik nog een stuk mee, op weg naar een van zijn akkers in de Goorn. Een plastic Dixie staat verloren op het zonovergoten land, rijen en rijen pioenen voor zover ik kan zien, en in zijn korte spijkerbroek en op zijn klompen loopt Rob tussen de planten door, over de droge Westfriese kleigrond.

Met die anderhalve meter afstand wordt het straks nog ‘een heel gedoe’. Twee rijen overslaan, iedereen die op een andere plek moet gaan staan langs de lopende band in het veld. Hij haalt zijn schouders op, tja, wat moet ik anders?

Het merendeel van de pioenen wordt verkocht in Nederland, de rest gaat naar Duitsland en België. De export naar Amerika is wel twee keer zo duur geworden.

In gedachten loopt hij verder over zijn akker, voelt zo nu en dan aan de bloemknoppen of ze ‘snijrijp’ zijn, met de fijngevoeligheid van een muzikant die de snaren van zijn gitaar stemt. Hij plukt knalroze pioenrozen voor me. Coral Sunset. Het heeft bijna iets romantisch.

Renske Jonkman schrijft over haar leven op het platteland, tussen boeren en natuurbeschermers.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden