Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

We hadden nooit weg moeten gaan uit Culemborg

Opinie

Elke Geurts

© Maartje Geels
Column

Schrijfster Elke Geurts beziet elke week haar leven. In november verscheen haar roman ‘Ik nog wel van jou’.

De middag die ik inleidde, ging over het thema verlangen en architectuur. Er was een programma samengesteld rond de vertoning van de korte film ‘Als je terugkomt, woon ik aan het water’ van Petra Noordkamp, die is opgenomen in de experimentele woonwijk Eva-Lanxmeer in Culemborg.

Lees verder na de advertentie

Een innovatief project waarin wonen en leven helemaal met elkaar zijn vervlochten. De ecologische wijk wordt gedeeld door 300 huishoudens die wonen combineren met werken, recreëren, drinkwaterwinning, duurzame energie, een gemeenschappelijke tuin en voedselvoorziening.

Een historicus gaf een lezing over stadsvernieuwing in verschillende West-Europese landen. Ik was gevraagd om voor te dragen vanwege het thema verlangen. Ooit probeerde ik mijn man terug te schrijven met een boek, en de filmmaakster was aan die film begonnen om haar geliefde terug te filmen.

Ik las het hoofdstuk voor over onze verhuizing naar vinexwijk IJburg. Hoe we daar aankwamen met een meisje van vijf en een van drie maanden en de verwachtingen die er waren. Ik stond natuurlijk symbool voor de uiteengespatte droom.

Eerst dacht ik: we hadden nooit weg moeten gaan uit Culemborg

Het toeval wil nu dat Eva-Lanxmeer precies is gebouwd in de achtertuin van de oude, gekraakte boerderij waar de liefde tussen man en mij ooit begon. Het grootst mogelijk contrast met het nieuwbouwhuis waar die liefde eindigde. We waren ver van onze kern afgedreven.

De initiatiefneemster van de wijk werd geïnterviewd. Toen zij 25 jaar geleden de eerste schetsen voor Eva-Lanxmeer op papier zette, woonde ik er net. Op de plattegrond, die steeds weer op het doek voorbijkwam, keek ik alleen naar de witgepleisterde boerderette aan het spoor. Dat wat ooit onze droomboerderij was.

Toen met barsten in de muren. Met in de winter ijsbloemen op de ramen. En een kelder vol water en kwakende kikkers. Met een beerput die om de paar maanden leeggeschept moest worden. En in de badkamer een oranje plastic zitbad dat we bij het grofvuil hadden gevonden. Ik zag weer hoe mijn geliefde de manshoge brandnetels kortwiekte met een zeis. Hoe we gebakken brandnetels aten. Ik liep er altijd op blote voeten.

Eerst dacht ik: we hadden nooit weg moeten gaan uit Culemborg. Daarna: misschien moet ik er wel terugkeren met de meisjes? Ik zag ons drieën voor me in die grote gemeenschappelijke tuin, op blote voeten. Meteen opgenomen in een groep met leuke, nieuwe mensen. Heel anders dan de hokkerige hoofdstedelijke appartementjes, zonder balkon, die ik de laatste tijd bezichtig.

PS: Mocht u een koophuis weten in Amsterdam, laat graag weten via tijdpost@trouw.nl

Deel dit artikel

Eerst dacht ik: we hadden nooit weg moeten gaan uit Culemborg