OpinieEnergietransitie

Waterstof is niet de pot goud bij de regenboog

Is waterstof dé unieke kans voor verduurzaming, zoals het ministerie schrijft? Nee, zeker niet voor woningen, aldus Ernst Worrell, hoogleraar energie, grondstoffen en technologische veranderingen, verbonden aan de Universiteit Utrecht

Terwijl de coronacrisis door het land waart, moeten we ons nu goed voorbereiden op de klimaatcrisis. Het Klimaatakkoord zou daar de weg in moeten aangeven. Echter, het ministerie van economische zaken en klimaat stuurt allerlei brieven de deur uit, waarin de rol van ‘moleculen’, lees waterstof, als dé weg en een unieke kans voor de verduurzaming van Nederland wordt voorgespiegeld. Waterstof als de pot goud aan het einde van een regenboog?

Onder dekking van de duisternis van de nacht, veroorzaakt door Covid-19, probeert Trump in de VS milieuwet­geving onklaar te maken. En ook in ­Nederland zijn er krachten in de nacht aan het werk, blijkens de waterstofbrief die de minister eind maart aan de ­Tweede Kamer heeft gestuurd. Het stuk leest als een ode aan waterstof : ‘Het meest voorkomende element in het universum’. Het is geen gedegen stuk met ­informatie op basis waarvan de Kamer zich een oordeel zou kunnen vormen over de toekomstige rol van waterstof in onze energievoorziening.

Het kabinet wil een ‘ambitieuze agenda’ neerzetten om de ‘unieke kansen’ voor Nederland te realiseren. ­Nederland is, volgens de brief, al een grote waterstofproducent. Deze suggestieve opmerking gaat eraan voorbij dat dat komt door onze grote kunstmest- en olieraffinage-industrie, niet omdat waterstof breed wordt gebruikt. Zijn dat de unieke kansen?

Energie nodig voor waterstof

De brief van de minister vergeet ook te vermelden dat waterstof op aarde niet ‘los’ voorkomt. Behalve in kernfusie is waterstof geen energiebron, maar een energiedrager. Er is altijd energie nodig om het te maken. En daar zit ’m nu net de kneep, zowel vanuit het milieuperspectief als economisch gezien.

Alle waterstof die we nu in dit land produceren, maken we van aardgas waarbij sprake is van CO2-uitstoot. Dit wordt grijze waterstof genoemd en is de goedkoopste waterstof, en de waterstof die we nu in Nederland maken. Dat is niet duurzaam.

Als je de CO2 zou afvangen en onder de grond zou stoppen, dan wordt dit blauwe waterstof genoemd. Daar hebben we nog steeds aardgas voor nodig, dat steeds meer uit Rusland komt, nu we stoppen met de gaswinning in Slochteren. Het lijkt niet verstandig om onze economie afhankelijk te maken van zo’n partner, en toch is dat wat de Gasunie en consorten voorstellen (tot wel de helft van onze energievraag).

De CO2 moet ook nog worden opgeslagen, en het is de vraag of we de ­beschikbare opslagcapaciteit moeten gebruiken om zoveel extra waterstof te maken. We kunnen dit beter gebruiken voor industrieën die nu moeilijk CO2-neutraal zijn te maken.

Uiteindelijk moeten we naar groene waterstof. Daarvoor gebruiken we elektriciteit uit duurzame bronnen als wind en zon om waterstof uit water te maken. Het probleem hierbij is dat er bij de waterstofproductie 30 tot 40 procent verlies optreedt. Het zal ook zonder een hoge CO2-prijs de komende jaren duurder blijven dan de andere kleuren waterstof. Toch kan op lange termijn deze waterstof belangrijk zijn voor processen in de industrie die moeilijk op een andere manier CO2-emissies kunnen vermijden, of om duurzame energie voor langere tijd op te slaan.

Elektriciteit is goedkoper

Deze waterstof is niet nodig voor ­woningen en kantoren, en toch schrijft de minister dat in de brief. Waarom zou je dure waterstof inzetten, als je veel goedkoper je woning elektrisch kunt verwarmen? Met een warmtepomp kan je met één kWh elektriciteit uit bijvoorbeeld wind, drie tot vijf keer zoveel warmte in je huis genereren. Zou je dit met een op waterstof gestookte cv-ketel doen, dan kan je met diezelfde kWh duurzame stroom slechts 0,6 eenheden aan warmte maken. Kortom, als huishouden betaal je vier tot zes keer zoveel voor de warmte via de waterstofroute dan met de warmtepomp. En als we onze huizen net zo goed zouden isoleren als onze oosterburen, hoeft er op koude dagen ook geen overbelasting van het net op te treden. Energiebesparing is daarom niet alleen wenselijk, zoals in de brief staat, maar essentieel om de energietransitie duurzaam en betaalbaar te houden voor iedereen.

Dat Shell en Poetin voor waterstof lobbyen, past in hun verdienmodel om gas te maken en te distribueren. Maar waarom willen publieke bedrijven als de Gasunie (100 procent eigendom van de staat) en distributiebedrijven zoals Stedin (eigendom van 44 gemeentes) ons liever aan de dure waterstof hebben, in plaats van het elektriciteitsnet geschikt te maken voor de toekomst?

Verder kijken dan eigen belang

De Gasunie en de distributiebedrijven halen alles of een groot deel van hun ­inkomsten uit het distribueren van gas, en willen die inkomsten blijkbaar niet verliezen. Van bedrijven in publiek ­eigendom mogen we echter juist verwachten dat ze het publiek belang voor ogen houden, en dus verder kijken dan hun eigen kortetermijnbelang. En dat mogen we zeker verwachten van een ministerie.

Binnen de energietransitie is er ­behoefte aan een energiedrager zonder CO2-emissies, die gericht ingezet wordt. Waterstof kan dat zijn voor een gericht en beperkt aantal toepassingen. Maar niet voor de brede toepassing die nu door de lobby en het ministerie ­geschetst worden.

Afhankelijk van marktpartijen

De voorgestelde regenboog aan waterstofkleuren is het directe en dure ­gevolg van een departement dat afhankelijk is van marktpartijen voor haar beleidskeuzes. Marktpartijen, elk met eigen kortetermijnbelangen, die de consultants betalen voor de studies die de basis vormen voor de brieven van het ministerie. Dat is niet de eerlijke transitie die de minister beloofde. Dit is de rekening grotendeels doorschuiven naar de huishoudens en kleingebruikers. Het is nu aan de Kamer om de goede kleur te kiezen voor een echt duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem, zonder te geloven in potten goud aan het einde van een regenboog van kleuren waterstof.

Lees ook:

TNO waarschuwt: overdrijf de waterstofdroom niet

Waterstof gaat Nederland helpen bij het halen van de klimaatdoelen. Maar verwacht er vooral geen wonderen van, waarschuwt TNO.

Kunstmestfabriek Yara in het Zeeuwse Sluiskil moet als broeikasbom vergroenen, hoe dan ook

Op plek 4 in de Vuile 15 staat de chemische industrie. Kunstmestfabriek Yara in Sluiskil moet verduurzamen en wil dat zelf ook: ‘De pluimen moeten witter worden’.

Groningen wil wereldwijd voorop lopen in waterstof-productie. ‘Eerst zien, dan geloven’

De provincie ontvouwde donderdag, samen met Shell en Gasunie, een groots plan voor waterstofproductie met windmolens in zee. Aan het voorstel kleven nog vele, grote onzekerheden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden