null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnStevo Akkerman

Wat zeg je als je niet weet waar je woorden landen?

‘Nog wat leuks gedaan in het weekend?’ Iets leuks? Ik ben naar mijn ouders geweest en naar Arnon Grunberg.

‘Hoe was het bij je ouders?’

Ik zag ze sinds lang weer eens samen. We zaten in mijn vaders kamer, ik had mijn moeder daar in haar stoel naartoe gereden, mijn vader was zelf gekomen. Met de hulp van een verpleegkundige en zijn rollator had hij de 25 meter van de huiskamer naar zijn eigen kamer afgelegd. Ik had geprobeerd hem in zijn stoel te krijgen, maar dat was niet gelukt; hij bleef zich aan de rollator vastklampen, ik had opnieuw hulp moeten inroepen.

Aan de muur hingen de schilderijen van vroeger, en hier zat ik met de mensen van vroeger. Ik zei iets over de zon, hoe die naar binnen scheen, en dat het vast lente zou worden. Ik wees op de schilderijen. Daarna was het een tijdje stil. Wat zeg je als je niet weet waar je woorden landen?

Iel en onverstaanbaar door de woorden heen

Ik had een dichtbundel meegenomen: Duizend bunder nieuwe klei van Hans Werkman, uit 1984. Eerst las ik Groninger Hogeland, vol verwijzingen naar de streek van hun jeugd. ‘Altijd zie ik langs de dijk / Bierum, Roodeschool en Spijk’. En: ‘Geef ons door uw trouw verbond / hoge luchten, zware grond’. Vervolgens waagde ik me aan Ballade van het Avondmaal. Mijn moeder zong door de woorden heen, iel en onverstaanbaar, mijn vader keek me onafgebroken aan, ik weet niet wat hij hoorde of begreep. Ik las verder. ‘De wijn brandt in de keel. Zo brandden Christus’ wonden / om weg te branden ’t felle vuur van onze zonden’.

Toen het etenstijd was, reed ik mijn moeder terug naar haar huiskamer en begeleidde mijn vader naar de zijne. Hij leek nog iets te willen zeggen, maar de taal liet hem in de steek.

‘En hoe was het bij Grunberg?’

Die was naar het Zen Centrum Amsterdam gekomen voor een publiek gesprek met zenleraar Nico Tydeman. Aanleiding was dat Grunberg had gezegd – in een interview dat ik met hem had voor Trouw – dat hij ‘een ironische mysticus’ was.

‘Oh, wat zei hij daarover?’

Dat de mystiek raakt aan de onredelijkheid, dat wat voorbij de ratio ligt, het niet-weten. En dat je je visioenen niet letterlijk moet nemen. Precies daar dient de ironie voor, die onderstreept de absurditeit van alles. Wie zijn visioenen letterlijk neemt, valt voor de verleiding van het zeker weten, dat kan nooit goed gaan. Hij zei ook, met het oog op het joodse onderricht dat hij kreeg, dat God huist in de taal. En dat hij als veertienjarige jongen de synagoge moest verlaten om de wereld te gaan leren kennen, om te gaan leven.

‘En wat nog meer?’

Tydeman las een fragment voor van Carl Jung, een vertelling waarin Jezus voorkomt, zeggende: ‘Ik ben gekomen om de schoonheid van het lijden te leren’. Dat was mooi, vond Grunberg. In zijn eerste boek, Blauwe maandagen, had hij misschien nog gezocht naar een ontsnapping uit het lijden, maar daar was hij van teruggekomen. Er is geen ontsnapping mogelijk, het gaat erom hoe te lijden. En zo ontstond in samenspraak tussen hem en Tydeman een nieuwe term: lijdenskunst.

Leuk was het woord niet, maar het had wel wat.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden