Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wat maakt een mens patiënt?

Opinie

Stevo Akkerman

Stevo Akkerman © Trouw
Column

Ik was even weg, of althans niet hier. Bepaalde omstandigheden hadden me gedwongen me te vervoegen in een onopvallend gebouw in een buitenwijk van een kleine stad, waar een bed voor me was gereserveerd. Iets houdt me tegen om er meer over te zeggen.

Twee dagen eerder was ik met mijn jongste zoon naar een voorstelling van cabaretier Tim Fransen geweest, en Fransen had het publiek gevraagd zich ook eens kwetsbaar op te stellen, nadat hij de nodige ontboezemingen had gedaan over zijn eigen hoogte- en dieptepunten. “Een op de vier vrouwen lijdt aan urineverlies”, zei hij. “Hoe is dat hier in de zaal?” Ongemakkelijk gelach. 

Lees verder na de advertentie

“Niemand?” Op de eerste rij stak een vrouw haar vinger op, na enige aarzeling gevolgd door een tweede, een paar rijen verderop. Terwijl Fransen doorging (‘Meer dan een miljoen Nederlanders hebben een angststoornis…’) vroeg ik me af of de vrouwen die zich hadden gemeld moedig waren geweest of hopeloos naïef. Had ik urineverlies gehad of een angststoornis – liever niet tegelijkertijd – dan had ik echt mijn vinger niet opgestoken; een mens heeft het recht zijn sores voor zichzelf te houden. Behalve dan in bepaalde gebouwen, onder bepaalde omstandigheden.

Het alarmknopje was kapot, bleek 2,5 machteloze uren later, toen de nachtploeg haar ronde deed

Het was niet voor het eerst dat het me overkwam, maar toch werd ik weer verrast door de overgang van mezelf zijn naar patiënt zijn. Ik stelde dat moment zolang mogelijk uit, bleef aangekleed naast het bed zitten tot de opdracht kwam me gereed te maken, en stapte van het ene universum (werk, actualiteit, gele hesjes, columnistentwisten) over naar het andere: infuus, blauw ziekenhuishesje, een Engelse Suite van Bach om bij in te slapen in de operatiekamer.

Prostaat bijslijpen

Wat maakt een mens patiënt? Dat hij zijn soevereiniteit moet inleveren. Toen de pijn ’s nachts begon op te spelen en ik wat pillen wilde nemen, bleek mijn waterglas leeg te zijn. Ik drukte op de alarmknop van het nachtkastje, maar zonder enig resultaat. Vastgebonden aan allerlei apparaten zag ik af en toe schimmen door de gang lopen; verpleegkundigen op weg naar patiënten, maar niet naar mij. Het alarmknopje was kapot, bleek 2,5 machteloze uren later, toen de nachtploeg haar ronde deed. Had ik niet kunnen roepen? Jawel, maar zo erg was het allemaal niet en ik wilde mijn kamergenoten niet wakker maken – twee mannen, een van hen 85 jaar oud. “Heb je de keukendeur dichtgedaan?”, vroeg hij hardop in zijn slaap. “Ja hoor”, fluisterde ik terug.

Hij lag al voor de 27ste keer in dit ziekenhuis, dat relativeerde mijn lot (blaasstenen weghalen, prostaat bijslijpen) nogal. Er ging sowieso veel relativering uit van het verblijf hier; de onbenulligheden van het bestaan werden alleen maar onbenulliger. Toch was het omgekeerde ook waar. Nooit waren die onbenulligheden aantrekkelijker dan nu. Hoe ontzettend belangrijk om zelf een glas water te kunnen pakken, merkte ik weer thuis, terug in het echte leven. En toen zag ik het bericht dat een 48-jarige collega, die ik van enige afstand had gevolgd, was overleden aan prostaatkanker. Wat was de pointe? Er was geen pointe.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees meer columns van zijn hand in zijn dossier.

Deel dit artikel

Het alarmknopje was kapot, bleek 2,5 machteloze uren later, toen de nachtploeg haar ronde deed