Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wat ik vínd, kan ik nog bijstellen, wat ik bén niet

Opinie

Ger Groot

Ger Groot © Trouw
Column

Wie de tussentijdse Amerikaanse verkiezingen ook gewonnen mag hebben, de grootste triomf mag worden bijgeschreven op het blazoen van de identiteitspolitiek. Of de Democraten of juist de Republikeinen de meeste reden tot vreugde hadden, is een vraag waarover te twisten valt. 

Eensgezindheid bestaat er veel meer over de vraag welke personen verkozen zijn. Of beter nog: wat voor soort personen. Meer vrouwen dan ooit in het parlement. De eerste native Americans. De eerste moslima’s. Zoveel latino’s, zoveel zwarten.

Lees verder na de advertentie

Over de opkomst van de diversiteit wordt in de Europese media vrijwel unaniem gejubeld. Zelfs in de VS lijkt bijna niemand er openlijk over te mopperen, al doen sommigen dat misschien wel binnensmonds. Ik behoor allerminst tot de mopperaars. Wat mij betreft geldt ook in de politiek: hoe meer verschillende zielen, hoe meer vreugd.

Dat wij zoiets als mensenrechten hebben, danken wij aan de abstracties van de Verlichting

Aarzeling heb ik wel bij de gedachte dat daarmee de democratie pas werkelijk wordt voltooid. Alsof het parlement een soort schaalmodel van de samenleving zou vormen, waarin alle kenmerken van de bevolking naar rato terug te vinden moeten zijn. Als vanzelfsprekend wordt dan verondersteld dat je stemt op de kandidaat die dezelfde eigenschappen heeft als jijzelf – althans die eigenschappen die in het emancipatiediscours van dat moment in de mode zijn.

Typisch Verlichting

Dat idee valt best te verdedigen, en je zou het met enige fantasie zelfs democratisch kunnen noemen. Maar met het democratische bestel zoals wij dat kennen, heeft het weinig te maken. Nu is dat een tamelijk veeleisend model. Het gaat ervan uit dat mensen afstand kunnen nemen van wat zij zijn, om zich geheel te concentreren op het welzijn van het algemeen en de wetten die dat moeten bevorderen.

Dat is een typische Verlichtingsgedachte, die alleen naar de rede kijkt en niet naar het lijf. In dit model bestaat, anders gezegd, alleen het denken, dat wendbaar is en de wereld naar zijn hand meent te kunnen zetten. Die wereld, en de feitelijke gesteldheid van zijn bewoners, vormt het materiaal waarméé iets gedaan kan worden, en niet een gegeven dat iets met óns doet. Identiteitspolitiek probeert dat te corrigeren. We zijn niet alleen abstracte burgers, zegt ze, maar mensen met een specifiek lijf, leeftijd, geschiedenis, taal, achtergrond, noem maar op.

Dat wij zoiets als mensenrechten hebben (de idee dat iedere persoon rechten heeft, omdat hij bestaat, en dat die rechten voor iedereen dezelfde zijn) danken wij aan de abstracties van de Verlichting. Geen wonder dat ook deze mensenrechten onder druk van de identiteitspolitiek beginnen te versplinteren. Ze richten zich niet langer naar de grootste gemene deler, maar naar de specifieke groep – vrouwenrechten, kinderrechten, enzovoort. Je zou dat ‘geoormerkte rechten’ kunnen noemen, steunend op het feit dat mensen wel in abstracto, maar niet in concreto onderling gelijk zijn.

Iden­ti­teits­po­li­tiek leidt tot een verstening van het politieke proces

Op dezelfde manier is representativiteit in het parlement dan niet langer woordvoerderschap (ik kies de afgevaardigde die mijn mening verdedigt) maar weerspiegeling (ik kies de afgevaardigde die ís zoals ik). Waartoe dat leiden kan, zie je in sommige Afrikaanse landen, waar nauwkeurig gestemd wordt langs etnische lijnen.

Ook in het Westen leidt identiteitspolitiek tot een verstening van het politieke proces. Want over meningen valt te onderhandelen en te soebatten. Over identiteit veel minder, of zelfs helemaal niet. Wat ik vínd, kan ik eventueel bijstellen, wat ik bén niet. Sterker nog: iedere concessie die ik in dat opzicht doe móet wel verraad zijn aan mijzelf.

Politieke keuzen

Door de culture wars lijkt zoiets ook in de VS langzaam zijn beslag te krijgen. De strijd tussen Democraten en Republikeinen presenteert zich nog altijd als een kwestie van politieke keuzen, in het voetspoor van de verlichte founding fathers. In werkelijkheid zijn er twee identiteiten tegenover elkaar komen te staan, die elkaar wederzijds afwijzen als vijandige volkeren.

Daar zijn maar twee oplossingen voor. Ofwel men komt tot bezinning en neemt de democratie weer serieus, zoals ze ruim twee eeuwen geleden is opgetuigd. Ofwel men kiest voor een ander soort democratie, niet op basis van abstracte rede maar van concrete identiteit. Hoe die eruit zou moeten zien, kan ik me niet voorstellen – maar eerlijk gezegd houd ik mijn hart vast.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees meer columns in zijn dossier.

Lees ook:

Het succes van Beto O’Rourke

De Democratische kandidaat voor de Senaat, Beto O’Rourke, weet vaak boven de scheidslijnen van de identiteitspolitiek uit te stijgen.

Deel dit artikel

Dat wij zoiets als mensenrechten hebben, danken wij aan de abstracties van de Verlichting

Iden­ti­teits­po­li­tiek leidt tot een verstening van het politieke proces