Column

Was het een goed of een slecht jaar? Geen idee, het is maar hoe je ertegen aankijkt

Rob Schouten Beeld Maartje Geels

Wat doet een mens met de laatste dagen van het jaar? Hij vult ze. Het is een ietwat loze tijd, je keutelt wat, peinst een beetje, het is wachten op de nieuwe start. Uit verveling besloot ik achter de naamgever van de straat waar ik in Amsterdam woon, aan te gaan: Frans van Mieris. Schilder, weet ik ook wel, maar wat voor een?

Niet een waar ik lang voor blijf staan kijken, peinzend, hand onder de kin. Mij te gewoontjes en te gladjes. Maar wel een voornaam schilder uit de Gouden Eeuw natuurlijk; bezat ik een schilderij van hem, dan was ik binnen. Er zijn heel wat straten naar 'm genoemd: behalve die van mij een in Apeldoorn bij m'n moeder, verder in Deventer waar ik naar men zegt verwekt ben, Leiden, Almelo, Groningen (alwaar opgegroeid), Leeuwarden, Papendrecht, en in Tilburg is ook een Van Mierisstraat, maar die telt niet, want vernoemd naar een kleinzoon. Dat kwam ik allemaal nog net in 2018 aan de weet.

Mijn Frans van Mieris (1635-1681) was een zogeheten fijnschilder. Wij zijn in de loop der tijden van losser geschilderd werk gaan houden, met meer persoonlijkheid: Rembrandt, Frans Hals, Van Gogh. Maar in zijn tijd was Van Mieris een grootheid, men kocht hem graag, hij maakte precieze portretten en taferelen. Die zijn er nu eenmaal altijd, kunstenaars die aan de mode meedoen, en we hebben ze nodig om de grootheid van anderen te onderscheiden. Trouwens, je hebt ook weer preciezen die juist omdat ze tegen de individualistische of conceptuele stroom invaren, bijzonder worden, zoals Henk Helmantel, een door mij zeer bewonderde hedendaagse fijnschilder.

Enfin, in mijn zojuist in de ramsj aangeschafte boek over Frans van Mieris staat een essay van kunsthistoricus Eddy de Jongh, waarin hij maar weer eens uitlegt voor wat voor soort problemen de uitlegger van oude kunst staat. Veel hedendaags gepraat over kunst komt mij voor als ondoorzichtig gebazel dat de even ondoorzichtige werking van het kunstwerk probeert te duiden, ongetwijfeld een bijzonder geborneerde mening, maar ik heb er toch maar last van. De Jongh daarentegen is een heldere uitlegger van de oude stempel en hij probeert de bedoelingen van Van Mieris in zijn tijd te begrijpen. Maar Van Mieris heeft, net als Rembrandt en anderen trouwens, niet veel losgelaten over wat hij met zijn werk wilde. 

Erotiek

Toch moet het kunnen, hoopt De Jongh, als je rekening houdt met de toenmalige conventies. Dus wat betekent die papegaai op Van Mieris' schilderij 'Het duet', met daarop een musicerende man en vrouw; is het een symbool van kuisheid of juist van erotiek of is het zomaar een papegaai? De Jongh durft het niet te zeggen: 'Alles bij elkaar zou de slotsom kunnen zijn, al klinkt dit voor sommige lezers misschien als een testimonium paupertatis, dat 'Het duet' vatbaar is voor diverse interpretaties, zowel in zijn geheel als in zijn onderdelen.'

Zoiets onbeslists moet je zo nu en dan ook durven zeggen en het past bij mijn oordeel over 2018: was het een goed of een slecht jaar? Geen idee, het is maar hoe je ertegen aankijkt. Eigenlijk geldt dat altijd voor alles. Ook voor 2019, voorspel ik.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden