ColumnMerijn de Boer

Wandelend in de Tunesische zon, was het of W.F. Hermans naast me liep

null Beeld
Merijn de Boer

Ook in de winter is het erg prettig in Tunesië. De temperatuur schommelt tussen de 15 en 20 graden.

In ons huis is het veel kouder dan buiten. De dikke stenen muren, die in de zomer de hitte tegenhouden, geven mijn werkkamer de kilte van een kerk. En voor Tunesische huizenbezitters behoort een goed functionerend verwarmingssysteem niet tot hun prioriteiten.

Iedere ochtend zit ik verkleumd, met een dekentje over mijn benen, te tikken. Het voelt wel vertrouwd. Alsof ik gewoon in Nederland achter mijn bureau zit.

Wandeling naar zee

Aan het einde van de ochtend maak ik meestal een wandelingetje naar de zee. Meestal zit er niemand. Soms ontdek ik pas helemaal op het laatst twee mensen die­ elkaar een zeer warm hart toedragen en omdat het een beetje bezwaarlijk voelt om ernaast te blijven staan, loop ik dan – na een korte blik op het water, alsof ik alleen maar even de zeespiegel wilde controleren – verder naar een volgend uitzichtpunt.

Gisteren zat er een vrouw bij de zee. Ze had zich de plek helemaal eigengemaakt. De rots die ze voor zich had, gebruikte ze als bureau: er stond een kopje koffie op en er lag een brillenkoker naast. In haar handen hield ze een stapel uitgetypte vellen papier, waarop ze met een pen aantekeningen maakte – precies zoals ik die ochtend had gedaan. De zon scheen en de zee hield een kalm ritme aan, wat me bevorderlijk voor de concentratie leek.

Omdat deze Tunesische schrijfster zo opging in haar werk, had ze niet in de gaten dat ik haar afgunstig aan het bekijken was. De hele ochtend had ik in de kou achter mijn bureau gezeten en zij zat hier heerlijk op de rotsen in de zon, met uitzicht op de Middellandse Zee!

Het romantische bestaan van een schrijver

Terwijl ik terug naar mijn koude kloostercel liep, moest ik denken aan een oude column van W.F. Hermans. Hij schrijft daarin over zijn poging om in een café te schrijven. Aan het begin van zijn carrière dacht hij nog dat dat hoorde bij het romantische bestaan van een schrijver.

Het werd natuurlijk helemaal niks. Hermans werd voortdurend afgeleid. Hij besloot: ‘Ik kon me niet meer voorstellen dat iemand echt in een café ging zitten schrijven, zolang hij nog ergens een dak boven zijn hoofd ­had.’

Terwijl ik onder de Tunesische zon wandelde, was het alsof Hermans even naast me kwam lopen en zei: ‘Merijn, jongen, laat je niet misleiden. Heb je niet gezien hoe haar papieren steeds bijna wegwaaiden? En hoe de zon onaangenaam fel in haar ogen scheen? Nee, je kunt maar beter gewoon thuis werken.’

Dank, Willem Frederik, dacht ik. Het had iets mafs om me gesteund te voelen door een dode schrijver, maar ik voelde me opgemonterd.

Merijn de Boer is schrijver, huisman en expat. Zijn vrouw is diplomaat. De Boers laatste roman De Saamhorigheidsgroep stond op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2021. Lees zijn columns hier.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden