Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarom vinden we een bril een bril, maar een hoorapparaat een onding?

Opinie

Bert Keizer

Bert Keizer © Trouw
Column

In een van zijn Kronkels beschrijft Simon Carmiggelt het moeizame begin van zijn dag. 

Het kost hem 's morgens als hij wakker wordt aanzienlijke moeite om te wennen aan het feit dat hij bestaat. Nadat hij zich heeft losgerukt uit de warme omhelzing van het bed zet hij onder de douche natuurlijk eerst de koude kraan veel te hard aan. En vervolgens, inderdaad, de warme kraan. En als hij dan eindelijk onder de weldadig warme waterstroom staat roept zijn vrouw van beneden: 'Randolie-woe-hoel!' Hij denkt: Het zal wel' Maar ze blijft het roepen en hij moet alle kranen dichtdraaien om bibberend van de kou en met nauw onderdrukte woede te schreeuwen: 'Wat zeg je nou?' Waarop ze terugroept: 'De handdoek ligt op de stoe-hoel!' Ja, dat had hij allang gezien.

Lees verder na de advertentie

Ik begin hier over omdat er de laatste jaren zeer geleidelijk heel wat 'randoliewoel' mijn leven is binnengeslopen. Om niet steeds te zeggen: 'Wat zegt u?', heb ik geleerd om in allerlei situaties willig mee te deinen met de golfslag van een gesprek zonder veel acht te slaan op de diepere inhoud, die er dan ook meestal niet is. Het is werkelijk verbazend hoeveel verbale communicatie het eigenlijk zonder verbale inhoud redt. Omdat ik er al zo'n zeventig jaar op let is het me uit de melodie en gelaatsuitdrukking van tegen mij pratende mensen onmiddellijk duidelijk of ik met een protest moet komen, of een meegaand knikje, of dat een verbaasd: 'Dat meen je niet!', de juiste reactie is.

Het hoorapparaat is opnieuw een ram in het kruis van je positie op de erotische markt

Ramp

Helaas werkte dit niet bij mensen die mij goed kennen. Met name mijn vrouw kan van verre aan mijn gelaatsuitdrukking en lichaamshouding zien of ik sta mee te deinen of daadwerkelijk deelneem aan een gesprek. Een beetje doof worden is vooral een probleem bij vergaderingen, kringgesprekken en recepties. Niet als één aanwezige het woord voert, maar zodra de omstanders in steeds wisselende coalities een duit in het zakje doen door slim, snel en grappig op het beweerde en op elkaar in te gaan, dan is de lichtelijk dove sukkel gedoemd tot geamuseerd meedeinen. Het is een ramp.

De stap naar een gehoortest is best te doen. De uitslag valt natuurlijk mee. Maar je omgeving is helaas de beste test en die uitslag blijft tegenvallen.

De stap naar het hoorapparaat is veel moeizamer dan die naar de bril. Het gaat om een walgelijke hindernis waar je je overheen moet zien te worstelen om aan de andere kant neer te ploffen in het land waar...? Helemaal begrijpen doe ik het niet. Waarom vinden we een bril een bril, maar een hoorapparaat een onding?

Vervelende associaties

Ik denk dat we hier op een onfrisse kluwen van vervelende associaties stuiten. Brillen worden gedragen door mensen van twee tot honderd jaar oud en een bril doet niks af aan je oordeelskracht. Sommige mensen lijken zelfs geestelijk iets slimmer als ze een bril op hebben. Er bestaan zelfs brillen die trendy zijn. Maar hoorapparaten? Als je een hoorapparaat draagt, zoeft je IQ zo'n 27 punten omlaag in de schatting van de omstanders. De meeste IQ's kunnen deze daling niet aan. En ten tweede: met de aanvaarding van het hoorapparaat ben je eindelijk over die muur heen geklommen waarachter al die mensen toeven die weten dat ze op weg zijn naar de dood. Het hoorapparaat is immers het teken waarmee de Dood allen tekent die wat dichter bij Hem toeven.

Drie: opnieuw een ram in het kruis van je positie op de erotische markt. Dit in het geval dat je dacht dat er nog zo'n markt bestond, voor jou.

Dat vrijwel iedereen negatief over hoorapparaten denkt, blijkt uit het als compliment bedoelde commentaar dat ik steevast krijg als ik op mijn hoorbellen wijs: 'Nou, je ziet er eigenlijk niks van!'

Tenslotte een opmerking over het resultaat. Je eigen stem klinkt in het begin alsof je ergens binnen in je schedel door een goedkope microfoon tegen jezelf zit te roepen. Als ik in de wc mijn broek langs mijn benen omlaag doe klinkt het alsof een gigantische hoeveelheid sneeuw van het dak af schuift. En als ik na gedane zaken de wc doorspoel hoor ik hoe een complete Eiffeltoren van glas verbrijzeld wordt. Maar wazig meedeinen hoeft niet meer.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen. Leer meer op trouw.nl/bertkeizer.

Deel dit artikel

Het hoorapparaat is opnieuw een ram in het kruis van je positie op de erotische markt