Column Bert Keizer

Waarom krijgt niemand de slappe lach van al die privacyregels?

Beeld Trouw

Over de nieuwe privacywetgeving weet ik eigenlijk niets, behalve dat iedereen zegt dat het een even lastig als zinloos pakket maatregelen is. Ik heb geen idee of ik me er aan houd, maar ik leer veel van collega’s die dat wel doen, of menen te doen.

Zo mogen artsen niet zomaar een mailtje aan elkaar sturen met de boodschap: ‘De longfoto van mevrouw De­kwaadsteniet, geboren 25-13-2020, toont een verdachte haard in de rechter onderkwab.’ Mag niet. U snapt dat er een leger hackers op de loer ligt die aan de haal zal gaan met het nieuws over de onderkwab van mevrouw D..

Daarom versleutelen we zulke mails. Dat is pas echt grappig, want zo’n versleuteling is natuurlijk ‘waterdicht’. Wat ik niet begrijp is dat niemand de slappe lach krijgt bij al het gedoe dat ertoe moet leiden dat niemand mijn mailtjes leest. Je hoeft maar WikiLeaks te zeggen en je beseft dat alles goed is geregeld totdat een hacker aantoont dat dat onzin is.

Inmiddels doen artsen echt hun best om ‘veilig’ over u te mailen. Zo kreeg ik laatst een versleutelde mail van een collega. En direct daarna stuurde hij, eveneens per mail, de sleutel. Toppie! zegt men tegenwoordig, zo kan iedereen er bij.

Hoezeer we niet begrijpen hoe het werkt, blijkt ook uit de volgende truc. Een collega vraagt mij: ‘Kan ik jou die informatie zomaar over de mail sturen?’ Ik antwoord: ‘Ja hoor, ik heb een External Cyber Security Wall Scan. Alles wat bij mij binnenkomt is afgeschermd.’ Tot nog toe is het me maar één keer overkomen dat een collega hierop met een schaterlach reageerde, maar die bleek gepromoveerd in data-processing, zij zet hele ziekenhuizen over van Digital Innocent naar Digital Sophisticated. Telt dus niet, vind ik.

Expertpanel

In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 26 april dit jaar beschrijven Peter van Eijsden, neurochirurg, en Yvo Smulders, internist, de voorwaarden waaronder je (volgens de huidige regels) als arts in een expertpanel over een patiënt mag praten. Een expertpanel bestaat uit een groep specialisten die via een referentiecentrum, meestal een universitair medisch centrum, om een opinie wordt gevraagd over een medisch probleem. Daarbij worden allerlei medische gegevens gedeeld met experts in andere ziekenhuizen. Dit mag onder de volgende voorwaarden: patiënt dient geïnformeerd te zijn over de werkwijze van het panel en daar schriftelijk informed consent voor te geven, er mag maar één vraag worden besproken, de leden moeten in verband met zo’n panel een aansprakelijkheidsverzekering hebben en ze moeten worden gescreend.

Er is nog meer, maar we laten het hier even bij. Vooral ‘maar één vraag’ is amusant. Het is om te voorkomen dat ze over allerlei aspecten van een medisch probleem gaan praten zonder dat de patiënt dat weet. De auteurs wijzen er fijntjes op dat dergelijke beperkingen collegiaal overleg onmogelijk maken. In de dagelijkse praktijk overtreedt elke arts deze regels. In een ziekenhuis zit er bij elke bespreking wel iemand in de zaal of aan tafel die je nooit eerder zag. Screenen? Verder klaagt elke arts graag over een patiënt die haar dwarszit, waar ze niet uit komt, of wiens zoon ze iets zeldzaams toewenst. Mag niet. 

En elke arts belt vaak naar een collega om diens advies te vragen. ‘Wat zou jij doen?’ is een vraag die je graag aan een collega voorlegt, maar waarvoor je geen toestemming gaat zoeken bij de patiënt. Liever niet zelfs, want die is veel gelukkiger als ze niet weet wat er allemaal door die medische hoofden heen gaat. Maar het mag niet zonder toestemming van de patiënt. Over ‘bloot’ mailverkeer hebben we het al gehad. Mag niet.

Voor Smulders en Van Eijsden is dit niet zomaar een oprisping. Ze zijn beiden adjunct-hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en als zodanig wat je noemt vooraanstaande artsen die een aanzienlijk prestige genieten in medische kring. Des te verfrissender is de conclusie van hun betoog. Zij stellen onomwonden: wij gaan ons niet houden aan deze voorschriften. En ze voegen daaraan toe: ‘We nemen op de koop toe dat dit kan leiden tot een bezoekje aan het tuchtcollege.’ Ik kan u verzekeren dat er nog nooit een dergelijke uitdaging heeft gestaan in dit eerbiedwaardige tijdschrift.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden