ColumnBabah Tarawally

Waarom ik toch orgaandonor word

Er valt een brief op de deurmat. Iets zegt me dat het niet zomaar een brief is. Ik sta op en loop naar de deur. Het is geen blauwe envelop van de belastingdienst. Ik ben opgelucht. Het is een brief van de overheid met rode letters en een hartje erop. Ik pak de brief van de mat en lees de tekst: “Hoe wilt u vanaf vandaag in het Donorregister staan?”

Mijn hart bonkt en ik voel jeuk in mijn oksel. Dat gebeurt altijd wanneer ik zenuwachtig ben. Ik weet wat er in de brief staat, en ik weet dat ik de inhoud niet meer kan ontwijken. Ik moet een keus maken, anders ben ik automatisch een donor. Beslissen wat er met mijn organen gebeurt na mijn dood is een onderwerp dat ik vaak heb vermeden. Ik heb altijd gedacht dat je klaarmaken voor en na je dood iets is voor witte mensen. Ik groeide op met het besef dat mijn dode lichaam niet van mij is. Het is dan van mijn familie, nabestaanden en gemeenschap. Deze wetenschap komt voort uit de Afrikaanse Ubuntu-filosofie die mij zegt dat ik niet in mijn eentje mens kan zijn. Ik ben omdat wij zijn.

Terwijl ik de brief opendoe moet ik ineens terugdenken aan de eerste jaren in het asielzoekerscentrum. Het was 1996 en Els Borst was destijds minister van volksgezondheid. Op een dag kregen we een formulier ter ondertekening uit naam van de minister. In de brief stond: ‘Wilt u orgaandonor worden? Ja/nee’.

Geconfronteerd met een nieuw dilemma

De meesten van ons waren getraumatiseerd. We waren ontsnapt aan de dood en aan de gruwelijke oorlog in eigen land en nu werden we geconfronteerd met een nieuw dilemma; een minister in ons gastland vroeg of we onze organen wilden afstaan na onze dood. Het voelde als een complot. Uiteraard waren we dankbaar voor de bescherming, maar niet tegen elke prijs. Wij reageerden verontwaardigd en onthutst. Gelukkig werd er geluisterd en zijn de brieven ingetrokken. Het idee alleen al. Een donorverklaring laten ondertekenen door ontwrichte asielzoekers.

Ik doe de brief open en lees. Ik moet kiezen tussen vier opties: 1. Ja, ik wil donor worden. 2. Nee, ik wil geen donor worden. 3. Ik wijs een persoon aan die beslist na mijn overlijden. 4. Mijn partner of familie beslist na mijn overlijden. De vierde optie heeft mijn voorkeur. Maar ik bedenk ineens dat ik geen partner heb maar een aantal exen die geen moeite hebben om mijn hele lichaam af te staan. Ik denk nog aan mijn twee kinderen die nu nog veel te jong zijn om deze keuze voor mij te maken. En verder heb ik geen familie in Nederland. Ik weet nu zeker dat ik zelf moet besluiten en het niet aan derden over mag laten. Dat betekent dat ik slechts twee keuzes over heb; wel of geen donor worden.

Om antwoord te geven maak ik een korte reis naar binnen en praat met mezelf en het collectief. De Afrikaanse opvoeding zegt me dat mijn ziel niet losstaat van mijn lichaam. Maar ik weet ook dat wanneer ik overlijd mijn lichaam vergaat. Er blijft niets van over. Waarom kan ik dan niet als donor tenminste acht levens redden? Is dat niet Ubuntu? Delen en zorgen voor elkaar?

Ja. Ik word donor, met de wijsheid dat niet wat je meeneemt maar wat je achterlaat de zin is van het leven.

Babah Tarawally is schrijver, columnist en programmamaker. Voor Trouw schrijft hij om de week over (verborgen) discriminatie en racisme, maar vooral over manieren om elkaar  op dit thema te kunnen verstaan. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden