OpinieIndonesië-tentoonstelling

Waarom het woord ‘bersiap’ zoveel woede oproept

null Beeld

Commotie over een tentoonstelling in het Rijksmuseum, berust volgens historicus Henk Schulte Nordholt op een misverstand over de slachtoffers van de Indonesische revolutie.

Henk Schulte Nordholt

Volgende maand opent de tentoonstelling Revolusi! Indonesië onafhankelijk. Vooraf ontstond grote commotie toen het Rijksmuseum aankondigde de term ‘bersiap’ daarbij te vermijden. Dat woord wordt volgens de Indonesische mede-curator Bonnie Triyana in Nederland namelijk uitsluitend geassocieerd met extreem geweld van jonge Indonesische revolutionairen tegen (Indo-)Europeanen en heeft een racistische ondertoon.

Tegen deze bewering werd furieus geprotesteerd door vertegenwoordigers uit de Indische gemeenschap in Nederland. Zij voelen zich weggezet als racisten en hebben het gevoel dat het leed dat hun is aangedaan verdonkeremaand wordt. Dat laatste doet het Rijksmuseum niet. Wel wekt de term ‘bersiap’ als algemene aanduiding voor het geweld aan het begin van de revolutie onterecht de indruk dat dit alleen tegen (Indo-) Europeanen was gericht.

Een kort overzicht van de gebeurtenissen: in september 1945 was er een machtsvacuüm op Java. De Japanse bezetter trok zich terug, de eerste Engelse troepen waren net geland en de pas uitgeroepen Republiek had amper de tijd gehad om een eigen bestuur en leger op de been te brengen. Jonge revolutionairen gebruikten deze gelegenheid om op Java en Sumatra hun eigen revoluties te beginnen.

Bersiap, ‘wees paraat’

In een sfeer van revolutionaire euforie namen het wantrouwen en de onrust snel toe, zeker toen bleek dat zich onder de Engelse troepen ook Nederlanders bevonden die de terugkeer van het Nederlandse koloniale gezag moesten voorbereiden. In een sfeer van geruchten, provocaties en incidenten werden er binnen een maand op heel Java aanvallen uitgevoerd op (Indo-)Europeanen, maar ook op Chinezen en inheemse bestuursambtenaren.

De gewelddadige lokale revoluties lieten in grote lijnen hetzelfde patroon zien. Jongeren namen het initiatief, zij kregen Japanse wapens in handen en richtten hun woede op drie pijlers van het oude koloniale bestel, (Indo-) Europeanen, Chinezen en de lokale adel en inheemse bestuurders als dragers van het oude indirecte bestuur.

De periode van geweld tussen oktober 1945 en medio 1946 wordt aan Nederlandse kant de bersiap-periode genoemd. Bersiap, ‘wees paraat’, was een kreet uit de vooroorlogse padvinderij, die Indonesische jongeren gebruikten om elkaar te waarschuwen voor de vijand of om tot actie over te gaan. In de herinnering van veel (Indo-) Europeanen kondigde de kreet vreselijk geweld aan.

De oude aristocratie werd bijna geheel uitgemoord

De strijd escaleerde toen revolutionairen in Bandung, Semarang en Soerabaja slaags raakten met Britse soldaten, terwijl in Atjeh en rond de stad Medan de oude aristocratie bijna geheel werd uitgemoord. Vanuit Jakarta moest de leiding van Republiek lijdzaam toezien en vrezen dat haar internationale reputatie flinke averij zou oplopen.

Wel slaagden republikeinse leiders erin Europese geïnterneerden uit Japanse gevangenkampen rond Semarang en Soerabaja te laten evacueren. Dankzij president Soekarno en republikeinse veiligheidstroepen werden zo’n 40.000 (Indo-)Europeanen tijdelijk geïnterneerd om hen te beschermen tegen de jonge revolutionairen.

In totaal vielen er in deze beginfase van de revolutie meer dan veertigduizend slachtoffers. Ruim vijfduizend (12,5 procent) waren (Indo-)Europeanen. Het ging dus niet om een exclusieve aanval op (Indo-)Europeanen, hoewel dat beeld in Nederland lang standhield.

Historische context

Historicus Bonnie Triyana heeft gelijk als hij stelt dat het onjuist is om deze periode het beladen etiket ‘bersiap’ op te plakken. Dat staat in Nederland voor beestachtig geweld en exclusief (Indo-)Europees slachtofferschap. Het Rijksmuseum gebruikt de term ‘bersiap’ wel, maar plaatst die bewust in de historische context. Zo wordt ook het geweld aan het begin van de revolutie in een breder kader geplaatst.

Dat de directeur van het Rijkmuseum zaterdag in NRC de indruk wekte dat hij Triyana naar aanleiding van de mediastorm laat vallen, kan niet de bedoeling zijn. Samen moeten zij de focus weer op de inhoud van hun tentoonstelling richten.

Lees ook:

De bersiap-rel: het Rijks wil van het woord af, Indische Nederlanders voelen zich beledigd

Dat het Rijksmuseum de term bersiap schrapt in een tentoonstelling over de Indonesische revolutie komt het museum op een aangifte door Indische Nederlanders te staan.

Lees ook:

Rijksmuseum: term bersiap wordt niet gemeden

Het Rijksmuseum in Amsterdam doet de term bersiap niet in de ban, zegt directeur Taco Dibbits in Het Parool.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden