null Beeld

ColumnHans Goslinga

Waarom geen kabinet voor anderhalf jaar?

Premier en VVD-lijsttrekker Rutte noemde PVV-aanvoerder Wilders deze week in het tv-debat op de publieke ­omroep ‘oppositieleider’. ­Alleen voor zover hij daarmee wilde aangeven dat de populist zijn grootste kwelgeest in de Tweede Kamer is, ­althans het hardst tegen hem schreeuwt, klopt dat.

Verder is het onzin. Wilders vormt hooguit een zekere electorale bedreiging voor de VVD, maar hij is geen concurrent voor het premierschap, omdat hij zich met standpunten die de oeroude godsdienstvrijheid bedreigen zelf buitenspel zet. Bovendien waren het niet de filippica’s van Wilders tegen de islam die de val van het kabinet veroorzaakten, maar het geduldige graaf- en spitwerk van de christen-democraat Omtzigt en het SP-Kamerlid Leijten naar het ontsporende toeslagenbeleid.

In veel opzichten zijn de confrontaties Rutte-Wilders, waarvan er ondanks hun voorspelbaarheid nog twee volgen, een schijngevecht. Ze wekken de suggestie van een open strijd om het Torentje, maar onttrekken aan het oog dat de natie in wezen van het ene naar het andere kabinet wordt gerommeld. In dit proces dreigen beslissende momenten in een democratie, de val van het kabinet en de verkiezingen van een nieuwe Tweede Kamer, hun betekenis te verliezen.

Oppassen voor een overmaat aan ratio

Dit verlies van drama, in de goede zin van het woord, wordt ten dele ­gerechtvaardigd door de coronacrisis. Daarbij is het inherent aan ons coalitiebestel dat je nooit de macht geheel kunt wegstemmen. PvdA, D66 en PPR (een voorloper van GroenLinks) hebben in de jaren zeventig twee keer geprobeerd om een tweedeling ­progressief-conservatief te forceren. Niet gelukt, in Nederland regeert de verscheidenheid.

Meestal komen er één of twee, in het gefragmenteerde krachtenveld misschien wel drie of vier partijen in een nieuw kabinet ­terug. Goed voor de continuïteit van het landsbestuur, maar het is in deze fase wel oppassen voor een overmaat aan ratio, waarbij de pathos, de politiek als theater van botsende hartstochten, alleen nog maar wordt gesuggereerd in schijngevechten; ook omdat de televisie zo graag een spectaculaire horserace naar Angelsaksisch model wil.

Het gevolg daarvan is dat het democratische ethos onder de burgers, hun ­betrokkenheid bij de publieke zaak die essentieel is om de staats- en beschavingsvorm overeind te houden, in dubbel opzicht op de proef wordt gesteld. Als het hierom gaat, was de meest ­wezenlijke botsing die tussen Rutte en Kristie Rongen, een van de slachtoffers van het toeslagenschandaal. Voor het oog van de natie zette zij, begin maart in het tv-debat van RTL, vraagtekens achter de beslissing van Rutte door te gaan en zich opnieuw herkiesbaar te stellen.

Verkiezingen in een staatkundige schemering

Die beslissing is in de huidige ­omstandigheden verdedigbaar, maar tegelijk onbevredigend, alleen al ­vanwege de schijn van routinematigheid, waarmee ook de val van het kabinet was omgeven. Dat besluit was niet het gevolg van een interne breuk, maar van berekening. De val, eigenlijk meer de zachte landing, betekende domweg de minste politieke schade voor alle ­coalitiepartijen en leverde bovendien een basis om vanwege de pandemie in half-missionaire staat door te regeren.

De verkiezingen vinden dus plaats in een staatkundige schemering en zijn, ook door de beperkte campagnes, niet volwaardig te noemen. Het is al veelzeggend dat er, nog voor de verkiezingsdag, wordt gespeculeerd over voortzetting van de coalitie, mochten de vier partijen opnieuw een meerderheid behalen. In die lijn van denken ligt ook de suggestie van Rutte na de verkiezingen meteen een nationaal herstelplan uit te werken.

Nood breekt wetten en kan tot een zekere depolitisering dwingen, dat is waar. Toch zou er door de onvolkomenheid iets te zeggen zijn voor een nieuw kabinet met een beperkte looptijd en de opdracht over pakweg anderhalf jaar nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Helemaal nieuw zou dat niet zijn. In 1917, midden in wat toen nog de Grote Oorlog heette, werden er ­Kamerverkiezingen gehouden, die ­volgens een afspraak tussen alle partijen zonder onderlinge strijd verliepen. Het motto was ‘Laat zitten wie zit’.

Schoon schip maken

De reden was overigens niet direct de oorlog die buiten onze grenzen woedde, maar de grondwetswijziging die ons kiesstelsel ingrijpend zou ­veranderen. Op basis van dat stelsel (met algemeen mannenkiesrecht en evenredige vertegenwoordiging) ­werden in 1918 volwaardige Kamer­verkiezingen gehouden. Er is dus een precedent.

In die anderhalf jaar kan worden bezien of het is gelukt de gedupeerden van de toeslagenaffaire schadeloos te stellen – de hamvraag van Rongen aan Rutte. Vermoedelijk geeft dan ook de parlementaire enquête uitzicht op wat noodzakelijk is om schoon schip te ­maken in onze democratische rechtsstaat, hoe goed de oude ook was, liefst met een nieuwe bezem.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden