Column

Waarom denken we dat vooruitgang niet hier, maar ergens anders is?

Beeld Maartje Geels

In mijn podcastlijstje staat de serie ‘Opgejaagd’, waarin de Zweeds-Nederlandse radiomaker Jennifer Pettersson de vraag stelt wat de staat van ons basisschoolonderwijs is. De doorlopende cliffhanger is of zij met haar man en twee jonge kinderen naar Zweden zal emigreren. 

Pettersson heeft daar een idyllische basisschooltijd gehad en die jeugd gunt ze haar dochters.

Wie denkt dat het audioverhaal over de werkdruk in het onderwijs gaat, komt bedrogen uit. De podcast gaat vooral over de filosofie van het onderwijs in de Hollandse polder.

De podcast is grondig aangepakt. Pettersson interviewt haar kinderen, andere ouders, leerkrachten, autoriteiten en gaat op lesbezoek. Ook spreekt ze veel met haar partner, die het migratie-idee uit haar hoofd probeert te praten. Hij wil in Nederland blijven – tijdens het luisteren had ik enorm met het hem te doen.

Zoete kinderstem

De titel Opgejaagd is goed gekozen, want tijdens het luisteren werd ik regelmatig kregel. Een van de dochters vertelt haar moeder hoe het vragenstellen in de klas gaat. De zoete kinderstem zegt dat je op de wachtbank plaatsneemt en doorschuift tot je aan de beurt bent. Ik vond het een fantastisch gevonden orderegel. Maar Pettersson zag in die wachtbank het bewijs dat het onderwijs naar de kloten was. Een ander voorbeeld van verloedering was volgens haar de hulpouder, een fenomeen dat juist iets als gemeenschapsmoraal creëert. Een welkome bijdrage in onze overgeïndividualiseerde maatschappij.

Maar vanwaar mijn ergernis? Het is toch de taak van een ouder om het allerbeste voor zijn kroost na te streven? In een bijna uitgestorven hogeschoolgebouw kreeg ik het antwoord op die vraag.

Onder haar niveau

Een studente had een extra herkansing (kans drie) gekregen en ik mocht het mondeling ‘inleiding sociologie’ afnemen. Voordat ik de eerste vraag stelde, vertelde de studente de andere kansen niet gehaald te hebben door overmacht. Het lag aan veel, maar niet aan haar. De overige tentamens had ze ‘met twee vingers in de neus gehaald’. Dit was de enige toets die nog tussen haar en de propedeuse stond en die haar toegang tot de universiteit zou verschaffen. Ze wilde rechten gaan studeren, want deze opleiding vond ze niet veel aan en onder haar niveau.

Natuurlijk gunde ik haar alle geluk, maar ik had graag gezien dat deze studente haar mentaliteit van aanpakken in onze opleidingscommissie of andere medezeggenschapsorgaan inzette om de kwaliteit van onze school te verbeteren. Ook zou meer tijd bij ons haar intellectueel versterken, want het mondeling haalde ze met de kleinst mogelijke voldoende.

Waarom denken we vaak, zoals Pettersson en deze studente, dat vooruitgang niet hier, maar ergens anders is?

De studente ging naar de universiteit. Of de Petterssons naar Zweden vertrekken is nog de vraag.

Asis Aynan (1980) studeerde filosofie en doceert op de Hogeschool van Amsterdam. Hij is de bedenker van de BerberBibliotheek en schreef onder meer ‘Ik, Driss en Gebed zonder eind’ (2010). Lees hier eerdere columns en artikelen die hie schreef voor Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden