Beeld Trouw

Column Hans Goslinga

Waarom de democratie dringend een tegenbeweging nodig heeft

De Amerikaanse historicus Arthur Schlesinger (1917-2007) vroeg zich ruim twee decennia terug af: heeft de democratie een toekomst? Zijn antwoord was positief, maar gemakkelijk zou het niet worden om deze staatsvorm te behouden.

In zijn stuk destijds in het blad Foreign Affairs valt op hoe trefzeker hij de bedreigingen van de democratie in beeld bracht, ondanks zijn relativering dat we nu nog – naar het woord van de apostel Paulus – ‘in een spiegel kijken, in raadselen’. Schlesinger bevestigde de waarneming van Winston Churchill dat ‘hoe verder je kunt terugkijken, hoe verder je vooruit kunt zien’.

Een van de voornaamste bedreigingen die hij zag, was het letterlijk onbegrensde kapitalisme. Dat zou niet alleen het evenwicht tussen vrijheid en gelijkheid verstoren, maar ook de slagkracht van de natiestaat onder druk zetten als ‘te klein voor de grote problemen, te groot voor de kleine’.

Schlesinger voorzag ook het gevolg: hoe sneller de wereld veranderde, hoe meer burgers zich zouden terugtrekken in hun eigen etnische of religieuze enclaves. Dit zou een voedingsbodem scheppen voor identiteitspolitiek die, indien doorslaand in fanatisme, een dodelijke bedreiging voor de democratie inhield. De historicus zag hier ook het versterkend effect van de ‘computerrevolutie’, die net zo’n versnellend effect zou hebben als de overgang van de agrarische naar de industriële samenleving.

Uitwassen in de economische en culturele sfeer, zonder een beslissende tegenbeweging

Hoewel de technologische vernieuwing vormen van directe democratie mogelijk maakte, was Schlesinger terughoudend. De ervaringen met de populaire talk radio hadden hem geleerd dat zulke platforms snelle antwoorden aanmoedigen, reflectie ontmoedigen en ruimte geven aan demagogie, het dikke Ik, belediging en haat. Een slechte basis voor het publieke debat, laat staan doordachte besluiten.

Je kunt nu vaststellen dat de trends die Schlesinger in 1997 beschreef, zich voluit hebben doorgezet. Met veel uitwassen in de economische en culturele sfeer, zonder een beslissende tegenbeweging. Dat hoeft niet pessimistisch te stemmen. Schlesinger geloofde vast in de ‘vitale kern’ van de democratie en hij ontleende hoop aan het feit dat deze beschavingsorde de twintigste eeuw, de verschrikkelijkste in de geschiedenis, had overleefd.

Nadat het fascisme, nazisme en militarisme als rivalen waren verslagen, schreef hij in 1949 dat die vitale kern spreekt uit het beslissende onderscheid met autoritaire systemen. De democratie belooft geen ideale samenleving, geen heilstaat. Haar kracht zit in het proces dat in zichzelf belangrijk is; niet in de oplossing van problemen, maar in het aanpakken daarvan, met vallen en opstaan. Het uitgangspunt moest zijn het menselijk tekort, niet de illusie van menselijke volmaaktheid.

In ons land staan de seinen op oranje

De vraag is of dit realisme voldoende is om de democratie overeind te houden en de verleidingen van populistische sirenen te weerstaan. Deze opgave vergt sterk politiek leiderschap, in staat het kapitalisme te beteugelen, en een behoorlijk bestuur ten dienste van de samenleving.

Op dit punt staan in ons land de seinen op oranje. Het leiderschap van de VVD, in dit decennium de toonaangevende partij, laat tekenen van slijtage zien, de overheid gedraagt zich soms als macht boven de samenleving (in de toeslagenkwestie), vaker door de verkokerde organisatie als onmachtig omvattende problemen (stikstof) adequaat te tackelen.

De politieke situatie lijkt op die van eind jaren negentig, toen de overheid verwikkeld raakte in allerlei affaires en schandalen (IRT, Schiphol, bouw, hbo-fraude) en het paarse leiderschap van oplopende spanningen in de samenleving wegkeek. Onderzoekers Jouke de Vries en Sebastiaan van der Lubben gaven aan hun analyse van dit dubbele gezagsverlies destijds de trefzekere titel mee ‘Een onderbroken evenwicht’.

Schlesinger doorzag scherp dat een sterke overheid nodig is om in een kapitalistische samenleving vrijheid en gelijkheid in evenwicht te houden. Zijn eerste werk betrof het presidentschap van Andrew Jackson (1829-1837), dat de overgang markeerde van een exclusieve democratie, gedreven door de rijke, goed opgeleide families aan de oostkust, naar een insluitende democratie, die steunde op zowel individuele vrijheid als gelijkheid – zij het alleen voor blanke mannen.

De verkiezing van Donald Trump is als signaal van een opnieuw verstoord evenwicht wel vergeleken met de revolutie van Jackson, die een nieuw sociaal bewustzijn teweegbracht.

Conclusie: de democratie zit in de verdrukking en heeft dringend een tegenbeweging nodig om de negatieve trends met een offensief verhaal te keren. Misschien ligt het begin bij de Sardientjes-beweging, die in Italiaanse steden al avonden lang tienduizenden burgers op de been brengt die van het populistische negativisme genoeg hebben.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden