Column

Waar het scholen aan ontbreekt zijn de grote vertellers

null Beeld Maartje Geels
Beeld Maartje Geels

Vorig jaar hoorden we dat Nederlandse kinderen van een jaar of elf, twaalf in twintig jaar steeds belabberder tekeningen zijn gaan afleveren, onder meer vanwege de neergang van het beeldend onderwijs.

Rob Schouten

En zojuist kregen we de uitslag voor het hele onderwijs: afgelopen twintig jaar is het niveau van het onderwijs in Nederland almaar verder gedaald, schrijft de Inspectie voor het Onderwijs.

Over de top van het onderwijs - de alma mater - schreef intellectueel en cultureel geweten Bastiaan Bommeljé in 2011 al dat ze een beetje hersendood aan het raken was. Niets zo minnetjes als het onderwijs hier te lande, lijkt het. Het doet het eerste lid van zijn naam veel eer aan: het presteert ondermaats.

Ook van een comfortabel afstandje, met m'n dochters allang van school en universiteit af en het eigen schoolverleden als een dierbare aanleiding voor nostalgie en reünies, is het wel duidelijk dat er iets mis is, dat de zesjescultuur het voor het zeggen heeft gekregen. Komt het misschien door de Mammoetwet, welks vijftigjarig jubileum we dit jaar vieren, een nogal wormstekig jubileum?

Want het werd er sindsdien niet beter op, vooral de laatste decennia: middenschool, studiehuis, vmbo, een handvol zeperds als ik het goed heb begrepen.

Was het vroeger beter?

Ik heb trouwens makkelijk praten want ik heb het allemaal niet zelf meegemaakt, ik ben van net voor de Mammoet. Was het toen beter? Ik was een matige leerling, die bleef zitten en met taken en herexamens voortgeduwd moest worden. Mijn gang door de middelbare school was zodoende geplaveid met huiswerkcursussen en bijlessen. Leren had, anders dan voor mijn ouders, voor mij dan ook geen hoge prioriteit aangezien ik, kind van de jaren zestig, meer met de school des levens bezig was, met Parijs 1968, die andere vijftigjarige, met de Maagdenhuisbezetting, volgend jaar vijftig.

En dat komt goed uit want je moet het niveau van het onderwijs niet afmeten aan het aantal Nobelprijswinnaars dat ze aflevert, maar aan de modale en benedenmodale leerlingen zoals ik, die neuspeuterend achterin de klas zitten te wachten op de val van hun docent.

Als stuifmeel met een oostenwind

Dat het onderwijs eind jaren zestig, begin jaren zeventig, ondanks mijn matige deelname eraan, toch in orde moet zijn geweest, blijkt uit het feit dat ik er na afloop ongemerkt van alles en nog wat van heb onthouden. Tot de meest idiote details aan toe, zoals de 'De-put-was-leeg-en-er-was-geen-water-in'-constructie van meneer Harms en het cumulatieve effect inzake strafwerk van meneer Eringa, zaken die kennelijk langssuisden als stuifmeel met een oostenwind en die mijn leven richting hebben gegeven.

Het komt, denk ik, omdat de Harmsens en Eringa's mijner jeugd grote vertellers waren, meer dan uitvoerders van lesmethoden en formats, en zij hadden het weer van hun leermeesters, de Huizinga's en Hellinga's die het op hun beurt van Erasmus en Cervantes hadden geleerd, die het weer van de bards en sjamaans uit de oertijd hadden.

De orale traditie zeg maar, toen de verhalen nog niet door de televisie of computer werden verteld. Een rijke zegen.

Lees hier eerdere columns van Rob Schouten

Lees ook:
Nederlandse leerlingen rekenen en lezen slechter dan hun ouders

De Onderwijsinspectie maakt zich zorgen over de afglijdende resultaten van Nederlandse leerlingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden