Commentaar

Vuurwerk blijft voorlopig knallen

Een medewerker in een opslagbunker van de Zoetermeerse Vuurwerkhal. Het bedrijf heeft de opslag vol liggen met vuurwerk voor de jaarwisseling. Beeld ANP

Wie op Oudjaar na middernacht de straat op wil om gelukwensen uit te delen, moet zich voorbereiden. 

Dit jaar zeker, want de verwachting is dat het droog blijft. Daardoor doven vonken minder makkelijk dan met regen. Vuurwerkbril op, een muts die vochtig is gemaakt, speciale watten in de oren. Dat helpt allemaal om schade te beperken. Natuurlijk, vuurwerk staat voor feest, het markeert spetterend en knallend het begin van een nieuw jaar. Het versterkt het besef van het afronden van wat geweest is en het openstaan voor wat komt.

Maar als elk feestje heeft ook dit feest een prijs. Zo’n 450 ziekenhuisbehandelingen aan vooral ogen, handen en oren en jaarlijks ook helaas een dode. Ook gaan rieten daken in de brand en vervuilt de lucht in korte tijd zo hevig dat COPD-patiënten zich niet op straat wagen. De helft van de slachtoffers stak niet zelf vuurwerk af, maar was in de buurt. Een op de twee slachtoffers is jonger dan twintig. Aan al dat moois dat knettert, knalt en spettert geven Nederlanders zo’n 70 miljoen euro uit. De materiële schade is tussen de 10 en 15 miljoen euro, afhankelijk van het weer.

Landelijk invoeren 

Tegenstanders van vuurwerk hebben dan ook sterke argumenten in handen om voor een algeheel verbod te pleiten. En toch gaat dat niet gebeuren, althans niet binnen afzienbare tijd. Een verbod op vuurwerk werkt namelijk alleen als dat landelijk ingevoerd wordt, maar de overheid waagt zich daar niet aan. En het aan de gemeenten overlaten om lokaal een verbod in te stellen heeft minder zin. Vuurwerkliefhebbers kiezen dan een gemeente uit waar wel geknald mag worden, en daarmee is dan meteen een enorm probleem van handhaving geboren.

Tot nu toe zijn vooral kleine stappen gezet om het afsteken van vuurwerk in te dammen. En die helpen wel: in 2007 kwamen nog 1000 slachtoffers tijdens Oudejaarsnacht naar de spoedeisende hulp, de laatste jaren rond de 450. Dat vuurwerk nog maar binnen een beperkte tijd mag worden afgestoken helpt daarbij, naast de vuurwerkbril en de door de gemeente georganiseerde vuurwerkshows, zoals bijvoorbeeld in Rotterdam. Ook stellen steeds meer gemeenten vuurwerkvrije zones in. 

Binnen blijven

Dit jaar faciliteren 13 grote gemeentes zogeheten vrijwillig vuurwerkvrije zones. Daarmee is het nu aan de burgers om onderling af te spreken of de eigen buurt al dan niet vuurwerkvrij is. De gemeente levert de borden, maar de buurt moet zelf handhaven. Zolang er geen algemeen verbod komt, lijken dit de hoogst haalbare maatregelen.

Het beste is natuurlijk om binnen te blijven. Daarmee is de kans op schade het kleinst.

In het commentaar leest u de mening van de krant, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren. Eerdere commentaren leest u hier. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden