null Beeld

CommentaarOnderwijswet

Vrijheid van onderwijs mag niet ten koste gaan van een veilige leeromgeving

Redactie Trouw

Als de kwaliteit van het onderwijs niet op orde is of als leerlingen zich onveilig voelen op school of de universiteit, moet de minister kunnen ingrijpen. De vrijheid van onderwijs, vormgegeven in artikel 23, doet daar niets aan af. Als je als overheid duidelijke kaders stelt – ‘dit is hoe we met elkaar omgaan’ – blijft er voldoende ruimte over om het onderwijs naar eigen inzicht en levensbeschouwing vorm te geven en eigen accenten aan te brengen.

Het voorstel Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs van minister Dennis Wiersma moet ingrijpen op scholen waar het onderwijs niet op orde is, gemakkelijker maken. Dat is nodig, want de middelen van de minister zijn tot nu toe beperkt. Momenteel kan hij sancties opleggen als er sprake is van financieel wanbeheer. Bijvoorbeeld als onderwijsgeld aan andere zaken wordt besteed dan aan het onderwijs. Dat is het geval op de School voor Persoonlijk Onderwijs (SvPO). Onlangs dwong de minister de bestuursvoorzitter van de school op te stappen, omdat hij 22,5 miljoen euro oneigenlijk had besteed.

Fraude wordt bestraft, maar de minister heeft minder mogelijkheden als de kwaliteit van het onderwijs, het burgerschapsonderwijs of sociale veiligheid in het geding is. Afgelopen jaren hebben we daar verschillende voorbeelden van gezien. Op het islamitische Haga Lyceum constateerde de Onderwijsinspectie dat het vak burgerschap niet voldeed. Maar het was niet mogelijk om de school daarop af te rekenen.

Dwang en discriminatie

Ook op het reformatorische Gomarus in Gorinchem – waar een leerling gedwongen werd uit de kast te komen tegenover zijn ouders – waren de middelen van de minister beperkt. De Onderwijsinspectie deed weliswaar aangifte wegens dwang en discriminatie, maar het Openbaar Ministerie besloot niet te vervolgen, omdat de school haar beleid had aangepast.

Wiersma wil voortaan kunnen ingrijpen als de Onderwijsinspectie aan de bel trekt. Een onveilige omgeving voor leerlingen of promovendi – het hoger onderwijs is ook opgenomen in de nieuwe wet – is een belangrijk signaal. Daarom rekt Wiersma de definitie van wanbeheer op. Burgerschap, sociale veiligheid en de kwaliteit van het onderwijs vallen voortaan ook onder dit begrip. Juridisch geeft dat meer mogelijkheden om sancties op te leggen en verbetering af te dwingen. Het moet ook voorkomen dat bestuurders eindeloos rechtszaken aanspannen.

Coalitiepartijen CDA en ChristenUnie zijn nog niet overtuigd. Ze willen van de minister horen dat de vrijheid, een belangrijke hoeksteen van het Nederlandse onderwijs, niet in het geding is. GroenLinks en de PvdA willen zeker weten dat de academische vrijheid pal overeind staat. Maar als de minister de wet hanteert zoals hij belooft – wanbeheer aanpakken zonder te tornen aan de (academische) vrijheid van onderwijs – loont het de moeite de wet een kans te geven.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden